Belastingaangifte 2026: voorkom deze fouten

Slim schuiven kan veel opleveren

fouten belastingaangifte
Getty Images

Veel mensen doen zichzelf tekort bij de belastingaangifte. Dat kan aardig in de papieren lopen. Wat zijn de meest gemaakte fouten en hoe kun je die voorkomen of herstellen?

Inhoud

Veelgemaakte fout #1: Vermogen verkeerd verdelen

Eén van de onderdelen waar veel mensen geld laten liggen, is het niet handig schuiven van vermogen (box 3) tussen fiscaal partners. Bij de vooraf ­ingevulde aangifte deed de Belastingdienst dit niet automatisch op de meest voordelige wijze en dat leidde bij veel mensen tot een kostbaar nadeel. Inmiddels is dat beter geregeld, maar het is nog altijd het controleren waard.

Veelgemaakte fout #2: Sparen in plaats van aflossen

Veel mensen laten niet ­alleen onnodig geld liggen bij het verdelen van hun box 3-­vermogen, maar betalen ook heel veel ‘spaartaks’. Van de drie ­miljoen Nederlanders met box 3-­vermogen heeft 40 procent alleen spaargeld. De rente daarop is in de meeste gevallen ­laag. Het is dan slimmer om de hypotheek af te lossen.

Zo haal je belastingvoordeel:

Fiscaal gezien kan het dan veel voordeliger zijn het spaargeld te gebruiken voor extra aflossingen van de hypotheek. Hoe dit uitpakt, verschilt van geval tot geval. Mocht je straks geld terugkrijgen van de Belastingdienst dan is het misschien beter om daarmee af te lossen in plaats van de spaarrekening aan te vullen. Wel is het verstandig een buffer van spaargeld beschikbaar te houden.

Bestel nu de Plus Belastingspecial 2026 van meer dan 100 pagina's voor slechts €10,95

Veelgemaakte fout #3: Vergeten toeslagen

Uit onderzoek blijkt dat veel mensen de huur- en zorgtoeslag laten ­liggen. Hoeveel precies is lastig te achterhalen, want de regels voor toeslagen zijn ingewikkeld. Voor bijvoorbeeld de huurtoeslag blijkt uit onderzoek dat zo’n 14 procent van de rechthebbenden daar geen gebruik van maakt. Vooral onder ouderen is het niet-gebruik van toeslagen relatief hoog. Om hoeveel toeslaggeld het gaat verschilt van geval tot geval, maar het is al gauw honderden euro’s per jaar.

Zo haal je belastingvoordeel:

De regels voor toeslagen veranderen ieder jaar en in veel gevallen verandert jaarlijks ook iets in het inkomen, de zorgkosten en de huur. Zo kan het gebeuren dat iemand eerst geen, maar later wél recht heeft op een toeslag. Onze tip is daarom om áltijd op www.toeslagen.nl te controleren of je wellicht recht hebt op een toeslag. Krijg je al een toeslag? Controleer dan ook of je er nog steeds recht op hebt, om achteraf terugbetalen te voorkomen.

Naast de toeslagen zijn er verschillende tegemoetkomingen voor minima waar niet altijd gebruik van wordt gemaakt door belastingbetalers die daar recht op hebben. We zetten vier belangrijke op een rij:

  • Kwijtschelding gemeentelijke ­heffingen (voor iedereen met een ­beperkt inkomen, uitvoerder: de ­gemeente). Aan de gemeente betalen we diverse heffingen, zoals de riool­heffing en de afvalstoffenheffing. Afhankelijk van inkomen en vermogen komt je mogelijk in aanmerking voor kwijtschelding van deze belastingen. Kwijtschelding kan je aanvragen bij de gemeente.
  • Kwijtschelding waterschapsbelastingen (voor iedereen met een beperkt inkomen, uitvoerder: het waterschap). Voor de zuivering van afvalwater betalen we ­waterschapsbelasting. Afhankelijk van het inkomen en vermogen komt je mogelijk in aanmerking voor kwijtschelding van deze belastingen. Die kan je aanvragen bij het waterschap in de regio.
  • Kwijtschelding Rijksbelastingen (voor iedereen met een beperkt inkomen, uitvoerder: Belastingdienst). Ben je niet of maar gedeeltelijk in staat de belastingaanslag te betalen? Dan kan je bij de Belastingdienst een verzoek doen om kwijtschelding. Je krijgt alleen kwijtschelding als je het echt niet kunt betalen en dat moet je ook aantonen. Aanvragen van kwijtschelding kan via de Belastingdienst.
  • Betalingsregelingen toeslagen (voor iedereen met een beperkt inkomen, uitvoerder: Belastingdienst). Heb je  ten onrechte toeslagen ontvangen en moet je die nu terugbetalen? Dan kan je gebruikmaken van een betalingsregeling. Hier wijst de Belasting­dienst automatisch op. Wie niet kan voldoen aan de betalingsregeling kan de Belastingdienst ­verzoeken om een persoonlijke betalingsregeling. De ­Belastingdienst dient dan rekening te houden met de ­persoonlijke situatie.

Veelgemaakte fout #4: Gul geven maar de giften niet aftrekken

Uit onderzoek blijkt dat 88 procent van de Nederlanders geld geeft aan goede doelen; gemiddeld meer dan €200 per jaar. Giften zijn aftrekbaar bij de belastingaangifte als je voldoet aan een aantal voorwaarden.

Zo haal je belastingvoordeel: 

Goede doelen steunen en de Belasting­dienst laten meebetalen: het kan allebei. Voorwaarde is dat de giften minimaal vijf jaar vaststaan. Deze zogeheten periodieke giften kunt u op twee ­manieren vastleggen: bij de notaris of met een schriftelijke overeenkomst ­met de instelling of ­vereniging. Op www.­belastingdienst.nl vindt je handige voorbeeld­formulieren (opvragen bij de ­Belastingtelefoon kan ook: T 0800-0543). Ook staan hier alle regels voor aftrekbaarheid van periodieke giften. Zo moeten de goede doelen zijn aangemerkt als Algemeen Nut Beogende ­Instelling (ANBI), een Sociaal Belang Behartigende Instelling (SSBI) of een vereniging.

Het is afhankelijk van het soort gift hoeveel aftrek je krijgt. Bij een periodieke gift mag je het hele bedrag aftrekken. Bij een gewone gift mag dat ook, maar geldt er wel een drempel en een maximum. Voor een gift aan een culturele ANBI geldt een verhoogde aftrek: het bedrag van de gift mag met 25 procent verhoogd worden. Op de website van de Belastingdienst staat of een instelling een culturele ANBI is. Doe je vrijwilligerswerk voor een goed doel en zie je af van een vergoeding hiervoor? Dan mag je in sommige gevallen dit bedrag als gift aftrekken.

Het belastingvoordeel van deze aftrekpost is al snel ­enkele tientjes tot honderden euro’s per jaar. 

Veelgemaakte fout #5: (Bijna) afgeloste hypotheek verkeerd opgeven

Als eigenaar van een woning moet je goed opletten bij de belastingaangifte. Een woning geldt als eigen woning als je de eigenaar bent én de woning het hoofdverblijf is. Het bezit van een eigen woning heeft een aantal gevolgen. Ten eerste wordt bij het inkomen in box 1 het eigenwoning­forfait opgeteld. Dit bedrag wordt door de Belastingdienst berekend op basis van de WOZ-waarde van de woning.

Daar staan aftrekposten voor de eigen woning tegenover. De belangrijkste is natuurlijk de hypotheekrente­aftrek. De rente die betaald wordt over de hypotheek of lening mag worden afgetrokken van de belasting. Dat geldt vaak ook bij het oversluiten van de hypotheek. Denk ook aan kosten als boete-rente, premie Nationale Hypotheek Garantie (NHG-premie), advieskosten, taxatiekosten, een deel van de notariskosten en dergelijke. Andere aftrekbare kosten zijn bijvoorbeeld periodieke betalingen voor erfpacht of opstalrecht.

Zo haal je belastingvoordeel:

Wat nu als het bedrag dat je mag ­aftrekken lager is dan het bedrag dat de fiscus bij uw inkomen optelt? De aftrek is in dat geval lager dan het eigenwoningforfait. Dan geldt een bijzondere vorm van aftrek, namelijk de aftrek vanwege ‘geen of een kleine eigenwoningschuld’, ook wel de Wet Hillen. Die was tot voor kort 100 procent van het eigenwoning­forfait, maar wordt stapsgewijs afgebouwd naar 0 procent. Dat betekent dat u steeds meer inkomstenbelasting gaat ­betalen over de eigen woning. Zo is in 2025 de maximale aftrek nog 76,67% procent.

Dit alles kan ervoor zorgen dat je ook met deze posten slim moet schuiven als je een fiscaal partner hebt. De voor­ingevulde digitale aangifte helpt daar meestal bij, maar check het. Dat is bij een digitale aangifte heel eenvoudig. Als je samen aangifte doet kan je in één van de laatste schermen zaken aanpassen voor verzending en zie je direct de gevolgen. 

Het kan extra lonen om elk jaar bij de gemeente ­bezwaar te maken tegen een nieuwe hogere WOZ-waarde van uw woning, aangezien die waarde doorwerkt in het eigenwoningforfait, en dus ook in dit steeds duurder wordende deel van de belastingaangifte.

Bezwaar tegen hogere WOZ kan fiscaal voordeel opleveren.

Veelgemaakte fout #6: AOW en pensioen niet benutten

Hoe belangrijk het is om de aangifte te ­controleren die vooraf door de Belastingdienst is ingevuld, blijkt uit het feit dat geregeld de ­Alleenstaande ­Ouderenkorting van €531 ­(bedrag 2025) niet wordt benut.

Op dit voordeel hebt je recht in het jaar dat je een AOW-uitkering voor alleenstaanden krijgt, zelfs al is dat maar voor één dag.

Deze gegevens zouden bij de Belastingdienst bekend moeten zijn vanuit de Sociale Verzekeringsbank (SVB), maar in het verleden ging dat niet automatisch goed. Deze fout kwam niet alleen aan het licht bij ­belastingbetalers die voor het eerst AOW krijgen. Ook bij eerder gepensioneerden moest dit soms rechtgezet worden. 

Zo haal je belastingvoordeel

Het eerste jaar dat je AOW krijgt verandert er veel in de belastingaangifte. Je komt (deels) in andere belastingschijven terecht, hebt recht op andere heffingskortingen, de regels voor de toeslagen veranderen soms ook, en het inkomen komt vaak uit meerdere bronnen (AOW en aanvullend pensioen). Soms gebruiken verschillende ­instanties heffingskortingen dubbel en dat betekent dat je na de aangifte moet bijbetalen. De eerste pensioen­jaren kunnen kortom voor nare verrassingen zorgen. Dat maakt het extra belangrijk om er niet zonder meer van uit te gaan dat de vooraf ingevulde aangifte klopt.

 

Veelgemaakte fout #7: Ziektekosten niet aftrekken

Ziektekosten ofwel ‘specifieke zorgkosten’ zijn ­ingewikkeld in de aangifte. Er zijn ­regels voor welke ziektekosten wel en niet ­mogen worden afgetrokken, en die kunnen elk jaar ­veranderen. ­Bovendien zijn kosten alleen aftrekbaar als ze hoger zijn dan de ­zogenoemde drempel. Die drempel is ­normaal ­gesproken een percentage van het inkomen uit box 1, box 2 en box 3: het drempel­inkomen.

Zo haal je belastingvoordeel 

Hoeveel belastingbetalers geld laten liggen bij de aftrekbare ­ziektekosten is niet bekend. Wel maakt de Aangifte­check duidelijk dat het nut van deze aftrekpost groot is. Degenen die de aftrekpost benutten (9 procent van de onderzochte aangiftes) voerden zo’n €1500 per jaar als aftrekpost op. Dat leverde per aangifte een voordeel op van zo’n €180.

AOW’ers met een klein ­pensioen mogen onder ­voorwaarden de zorgkosten ‘verhogen’ met 1135. Je mag dan dus meer kosten aftrekken dan je daadwerkelijk maakt. Dat kan extra aftrek opleveren. Het percentage waarmee je de zorgkosten mag verhogen, hangt af van je leeftijd op 1 januari van het betreffende jaar. Zie ook: Mogen AOW'ers extra zorgkosten aftrekken. 

Hebt je een fiscale partner en heeft een van beiden de AOW-leeftijd bereikt, maar de ander nog niet? Dan geldt het hoge percentage voor beiden.

Als je zorg­kosten voor ­anderen maakt, zijn deze soms aftrekbaar. Medicijnen zijn ook aftrekbaar, noodzakelijke aanpassingen aan de auto of fiets soms ook. Voor ziekenbezoek geldt een vaste aftrekpost.

Bewaar bewijzen van alle zorgkosten die je door het hele jaar maakt altijd goed, tel ze aan het eind van het jaar bij elkaar op en check of ze wellicht tóch aftrekbaar zijn.

Veelgemaakte fout #8: Lijfrente niet goed opgeven of benutten

Miljoenen Nederlanders sparen voor een aanvulling op hun pensioen, vaak in de vorm van een lijfrente. Dat is voordelig omdat je het geld ‘bruto’ mag storten. In dat jaar betaal je er daardoor geen inkomstenbelasting over. Pas als je stopt met werken, gaat de lijfrente uitkeren en komt de inkomstenbelasting om de hoek kijken, maar over het algemeen is dat dan (vanwege de pensioen­leeftijd) tegen een ­lager tarief. Meestal gaat dit goed. Maar soms zitten er tientallen jaren tussen het storten in een lijfrente en het uitkeren, en er bestaat een kleine kans dat in het verleden over (een deel van) de ingelegde lijfrente tóch belasting is betaald. Bij het uitkeren van de lijfrente betaal je dan nóg een keer belasting.

Zo haal je belastingvoordeel

Controleer of in het verleden al eens belasting is betaald over een lijfrente, om dubbel afrekenen te voorkomen. Als sprake is van een pensioentekort kan je ook fiscaal voordelig sparen voor extra pensioen. De hoogte van de jaarruimte kan verschillen. Op www.belastingdienst.nl staat een handige rekenhulp. Deze jaarruimte mag je tot acht jaar later benutten. Zo kan je kort voor het pensioen fiscaal voordelig extra geld opzij zetten voor later. Dit is een optie die niet iedereen nu lijkt te benutten. 

Bestel nu de Plus Belastingspecial 2026 van meer dan 100 pagina's voor slechts €10,95

 

Auteur 

Meer lezen over Belastingen

Naar de special Belastingen