Nieuwe borsten na kanker?

Jaarlijks moeten zo’n zesduizend vrouwen een borst missen na borstkanker. Zij staan voor een lastige keuze.

Will Jutte (59) moest beide borsten laten amputeren door borstkanker. Ze liet een borstreconstructie doen. 
“Dat ik mijn borsten zou laten reconstrueren, was voor mij vrij snel duidelijk. Ik wil niet verminkt zijn en niet bekeken worden omdat ik plat ben. Een bh-vulling leek me geen goede oplossing. Ik zou me voortdurend zorgen maken of het nog wel goed zou zitten. De reconstructie was echter ingrijpend. En hoe mooi het er ook uitziet, een natuurlijke borst is het niet. 

Ik was 48 toen borstkanker werd geconstateerd. Of eigenlijk een voorstadium van kanker, maar de borst verwijderen was de beste maatregel om een echt kankergezwel te voorkomen. Enkele maanden later bleek in de andere borst een tumor te zitten.

Bij beide operaties is meteen een prothese onder de borstspier geplaatst. In eerste instantie was dat een zakje met een ventieltje, pas later kwam de permanente prothese erin. Door om de paar weken vloeistof in het zakje te laten lopen werd de borstspier opgerekt. Dat oprekken van de spier en de huid deed zeer. Een soort spierpijn of een gevoel alsof er een heel strakke band om je borst zit. Maar het resultaat is goed: ik vind mijn borsten er mooi uitzien. 

Toch is niet alles voorspoedig verlopen. De linker prothese is na zeven jaar vervangen omdat ze iets was verschoven. En de rechter moest een paar weken geleden ook vervangen worden.

Maar de nieuwe prothese werd afgestoten en alles is ontstoken geraakt. Als dat helemaal is hersteld, over een aantal weken, gaat er een nieuwe prothese in. Het vervelende is dat dan ook de borstspier opnieuw opgerekt moet worden. Ik heb op beide borsten een tepel laten tatoeëren en ik hoop dat die straks nog op de goede plaats zit. 

Ik voel me nu verminkt ja, met die ontsteking. Ik kijk er niet naar in de spiegel en ik zit vaak met mijn armen voor mijn borst zodat niet te zien is dat ik aan die kant plat ben. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat het weer helemaal goed komt, en mijn arts ook. 

Ik heb absoluut geen spijt dat ik voor deze methode gekozen heb. Vergeet niet, ik kreeg de diagnose borstkanker tien jaar geleden. Ik ben al tien jaar lang heel blij dat ik het heb overleefd én dat ik nog steeds vrouwelijke vormen heb. Hoewel mijn borsten seksueel gezien niet meer zo belangrijk zijn. Tenminste niet voor mij, voor mijn man wel. Ze zien er stevig uit en voelen ook stevig aan, dat is fijn, maar ik heb er geen gevoel in, dus het doet me niet zo veel als ze worden aangeraakt.

Wat me eigenlijk nog het meest dwarszit, is dat veel mensen niet begrijpen dat ik een reconstructie heb laten doen. Zeker nu het bij één borst niet helemaal goed gaat, is het commentaar niet van de lucht. ‘Hou er toch mee op joh, al dat gedoe!’, zeggen ze dan. Waarom zou ik? Het resultaat is mooi en ik zie eruit zoals iedere vrouw. En dat wil ik graag.” Bij Margreet Verkuijlen (65) werd vijf jaar geleden een borst geamputeerd. Ze besloot geen reconstructie te doen, maar siliconenvullingen in haar bh te dragen. 
“Nog geen kwartier nadat ik te horen had gekregen dat mijn borst eraf moest, begon de arts over een borstreconstructie. Hij liet het implantaat aan mijn man zien en zei: ‘Voel maar eens hoe zwaar ze zijn.’ Ik stond perplex en mijn man zei: ‘Er wordt helemaal niks gereconstrueerd!’ Het ging ons allemaal veel te snel.

Ik ben voor een second opinion naar een bevriende radiotherapeut gegaan. Die raadde me af om meteen een reconstructie te doen, omdat nog niet duidelijk was of ik ook bestraald moest worden of een chemokuur zou krijgen. Zeker bestraling schijnt de reconstructie lelijk te kunnen maken. Eigenlijk vond ik dat wel prima, want ik was in de eerste plaats bezig met de vraag of er uitzaaiingen zouden zijn en of ik zou genezen.

Tijdens de operatie hebben ze rekening gehouden met een eventuele latere reconstructie. Ze hebben de huid wat ruim laten zitten. Maar wat ik echt geweldig vind, is dat ze dat zó gedaan hebben dat ik een ‘spleetje’ heb tussen mijn borsten. Ik heb dus nog een decolleté en kan een v-hals dragen. Al zijn de diepe truitjes die ik vroeger graag droeg, verleden tijd.

Een jaar of twee na de operatie ging ik toch nadenken over een reconstructie. Ik vond het vervelend dat ik in de zomer bepaalde kleding niet kon dragen, want als ik iets vooroverbuig is soms te zien dat er littekens zitten of dat er een vulling in de beha zit. En het leek me prettig weer twee borsten te hebben.

Toch heb ik de gedachte vrij snel van me afgezet. Ik zou een heel medisch traject in moeten terwijl ik gezond was. Moest ik dan opnieuw in me laten snijden? Daar kwam nog bij dat ik in die tijd ook reuma kreeg. Rust aan mijn lijf, dat leek me belangrijker dan een beetje mooier worden.

Mijn man vond een reconstructie ook niet zo’n goed idee. Hij vroeg zich af of het verstandig is iets lichaamsvreemds te implanteren. Hij vindt me bovendien niet minder aantrekkelijk nu ik nog maar één borst heb. En ik voel me ook niet minder aantrekkelijk. Nee, écht niet! In het begin was dat anders hoor. Ik vond het lelijk als ik in de spiegel keek. Maar nu, ach, ik ben nu in de 60, je lijf wordt er niet mooier op als je ouder wordt, dat is nou eenmaal zo.

Dat ik een borst mis, zie ik niet als een verminking, maar als een lichamelijk gebrek. Ik voel me ook niet geremd om bijvoorbeeld naar de sauna te gaan. Iemand zei me eens dat ze dat ‘dapper’ vond, maar wat is daar nou dapper aan? Dit is mijn lijf, dit is wat het leven ervan gemaakt heeft en ik heb daar vrede mee. Want hoe erg is het nou eigenlijk helemaal? Mijn borst is eraf, maar ik kan nu prima verder leven en ik ben gezond. Daar ben ik gelukkig om.”

Bron(nen):
Trefwoorden: