8 tips om duurzamer te eten

Zo kies jij milieubewuste voeding

Maar liefst 20 tot 35 procent van de milieubelasting en CO2-uitstoot komt van voedsel. Dit is meer dan al het vervoer bij elkaar opgeteld. Door duurzamer te consumeren, kun je jouw ecologische voetafdruk verkleinen. Dit is niet het enige voordeel: als je duurzamer koopt en kookt, eet je ook nog eens gezonder. Expert op het gebied van duurzaam eten Corné van Dooren geeft acht tips.

1. Minder dierlijk, meer plantaardig

"Sinds 2016 adviseert het Voedingscentrum om meer plantaardig te eten en dierlijke producten vaker te laten staan. Een maximale aanbeveling van 500 gram vlees per week wordt gehanteerd, waarvan maximaal 300 gram rood vlees. Dit is inclusief broodbeleg en ‘verstopt vlees’ in andere producten. Let op: het gaat om een maximale aanbeveling. Nul gram kan dus ook. Dit advies wordt gegeven in verband met de gezondheid, maar vooral de milieubelasting is hier belangrijk. Het kost een hoop energie en grondstoffen om dieren te onderhouden, het voer te verbouwen en het eindproduct te transporteren. Als je vegetariër bent en wel zuivel en eieren eet, is het belangrijk om je te realiseren dat dit ook niet helemaal optimaal is. Je houdt zo namelijk het vlees van melkkoeien en legkippen over." Helemaal plantaardig raadt de expert niet aan: “Voor veganisten wordt het lastig om een aantal vitamines en mineralen op pijl te houden, al zou het wel kunnen. Het is geen probleem om bijvoorbeeld vitamine B12 als supplement te nemen, maar het wordt natuurlijk niet aangeraden om op supplementen te leven."

2. Eet lokaal

"Wat we willen, is dat ons voedsel zo weinig mogelijk kilometers aflegt. Dit hoeft niet te betekenen dat het uit Nederland hoeft te komen, want als je bijvoorbeeld in Limburg woont, is België of Duitsland ook prima. Het zou wel binnen een bepaalde straal moeten zijn, dat het bij wijze van binnen een dag nog te bezorgen is. Lokaal voedsel heeft, naast ecologisch, vooral een economische betekenis. We willen ervoor zorgen dat de boeren in Nederland kunnen blijven boeren, maar ook dat mensen weten waar het voedsel vandaan komt en hoe het groeit."

3. Kook seizoensgebonden

"Seizoensgebonden speelt vooral bij groenten en fruit. De meeste gewassen kunnen niet het hele jaar door gebouwd worden, tenzij je ze met verwarming in een kas verbouwt of uit het buitenland haalt. Dit zorgt voor een hogere milieu-impact, omdat het produceren in een kas en vervoeren van voedsel per vliegtuig veel energie kost. Producten in het seizoen hebben een lagere milieu-impact. Diepvries kan hier ook een prima oplossing zijn. Een deel van de verbouwde groenten en fruit kunnen we bewaren. Appels oogsten we bijvoorbeeld in het najaar en door ze in koelhuizen te bewaren, kunnen we ze bijna nog het hele jaar eten. Veel verse groenten zijn er bij gebaat om zo snel mogelijk de diepvries in te gaan. Zo blijven de vitamines goed behouden. Het kost wel wat energie, maar het blijft gunstiger dan het in laten vliegen vanuit een ander land."

4. Voorkom voedselverspilling

"Een derde van de voedselverspilling gebeurt bij de mensen thuis. Er wordt al snel meer gekocht dan nodig is, waardoor veel voeding bederft. Die houdbaarheidsdata hebben we eigenlijk nog niet zo lang. Deze kwamen pas in de jaren zestig, toen er meer voedsel verpakt werd. Er is echter een belangrijk verschil tussen de THT- en de TGT-datum. THT staat voor ‘tenminste houdbaar tot.’ Het gaat hier om kwaliteitsgarantie. Als het product over datum is, betekent dit niet dat het bedorven is. Dit kun je gewoon zien, ruiken en proeven. TGT staat voor ‘te gebruiken tot.’ Hier gaat het echt om voedselveiligheid. De TGT-datum vind je vooral op verpakkingen van vlees, vis en gesneden groentes."

5. Eet niet meer dan nodig

"Te veel eten is eigenlijk ook een vorm van voedselverspilling, want je hebt het niet nodig. Het is belangrijk om op maat te eten. Met 'een eetmaatje' kun je bijvoorbeeld pasta en rijst afwegen om zo niet te veel te eten, maar ook om niet weg te hoeven gooien. Daarbij raadt het Voedingscentrum aan om niet te veel buiten de Schijf van Vijf te eten. Dit voedsel heeft namelijk een relatief hoge milieubelasting, het bevat veel calorieën en je lichaam heeft het simpelweg niet nodig."

6. Water, water, water (en koffie en thee)

"Ja, water, koffie en thee zijn toch echt de enige drie dranken die in de Schijf van Vijf worden aangeraden. Uiteraard kun je zo nu en dan iets van buiten de Schijf van Vijf nemen, maar je kunt dan ook kiezen om bijvoorbeeld een wijn uit Europa te nemen in plaats van een uit Chili, Australië of Zuid-Afrika. Koffie komt ook van ver, maar als je het berekent per liter, is de milieu-impact veel lager dan van frisdrank of vruchtensap. Het komt per boot, de opbrengst per hectare is beter en van een kilo koffiebonen kun je flink wat koffie zetten. De locatie is bij dranken dus belangrijk, maar ook de verwerking. Voor bier moeten veel meer stappen worden ondergaan tijdens het brouwproces. Gelukkig is het ook niet zo gek meer om op een feestje om een glas water te vragen."

7. Let op de duurzaamheidskeurmerken

"Er zijn gigantisch veel keurmerken. MilieuCentraal heeft ze beoordeeld op onafhankelijkheid en betrouwbaarheid. Uiteindelijk zijn er elf keurmerken om goed op te letten bij het kopen van producten. Deze zijn gericht op biologische voeding, milieu, dierenwelzijn en sociale aspecten zoals Fairtrade en Rainforest Alliance. In de Keurmerkenwijzer vind je meer informatie over deze keurmerken en logo’s."

8. Motiveer jezelf

"Een goede motivator, is dat gezond en duurzaam eten vaak samen gaat. Minder dierlijk en meer plantaardig is goed voor het milieu, maar ook voor jezelf. Door bijvoorbeeld documentaires krijgen steeds meer mensen kennis over de milieu-impact van dierlijk voedsel en voedselverspilling. Dit werkt voor velen motiverend. Het belangrijkste is dan om het duurzaam eten nog vol te houden. Ik denk dat de eetomgeving hierbij heel belangrijk is. Als vegetarisch eten in jouw bedrijfsrestaurant normaal is en er water aanwezig is op feestjes, kun je de keuze al snel maken. Bovendien is het leuk om te variëren met voedsel. In plaats van vlees, kun je andere eiwitbronnen als bonen, linzen, kikkererwten en noten proberen. Het aanbod is groter dan ooit en er liggen genoeg makkelijk te bereiden producten in de supermarkt. Daarbij heerst er een sociale norm: je eet niet meer elke dag vlees. En voedselverspilling, dat doe je gewoon niet."

Corné van Dooren is expert op het gebied van duurzame voeding. Sinds 2007 is hij werkzaam bij het Voedingscentrum. Mede dankzij Van Dooren staat duurzaam eten op de agenda in Nederland.