Zijn uw nieren nog in orde?

680.000 Nederlanders hebben nierschade zonder dit te weten. Hoog tijd dus dat u bijgepraat wordt over de nieren.

Dat de nieren het bloed zuiveren, weten de meeste mensen wel. Wie kent niet de verhalen van mensen bij wie de nieren zó slecht functioneren dat ze ‘aan de dialyse’ (kunstnier) moeten of een niertransplantatie nodig hebben om hun bloed schoon te houden? Maar de nieren, twee boonvormige organen van pakweg 12 centimeter groot die ter hoogte van het middel tegen de binnenkant van de rug liggen, doen meer dan afvalstoffen uit het lichaam verwijderen: ze produceren ook hormonen (bijvoorbeeld om de bloeddruk te regelen en rode bloedlichaampjes aan te maken) en houden de vochthuishouding van het lichaam in balans.

Wonderbaarlijk

Nieren hebben, zo zou je kunnen zeggen, een wonderbaarlijk aanpassingsvermogen. Als ze niet optimaal werken, merk je daar meestal helemaal niets van: je krijgt geen acute problemen met de vochtbalans, de bloeddruk raakt niet van slag, je bloed raakt niet acuut vergiftigd. En nog een stapje verder: als iemand een nier mist – bijvoorbeeld doordat hij als donor een nier heeft afgestaan – past de overgebleven nier zich meestal zo aan dat hij voor twee functioneert.

Maar ondanks dat aanpassingsvermogen zijn minder goed functionerende nieren wel degelijk iets om je zorgen over te maken. Eenmaal aangerichte nierschade is niet te herstellen, en het is niet altijd mogelijk verdere aantasting van de nieren te voorkomen. Werken de nieren nog maar voor 5 tot 10 procent, dan is een ingrijpende behandeling als dialyse of transplantatie nodig. Ter geruststelling: de nierfunctie verslechtert nooit dramatisch binnen enkele maanden. Doorgaans duurt het jaren of zelfs decennia voor beginnende nierschade zich ontwikkelt tot een werkelijk verminderd functioneren van de nieren.

Lichamelijke klachten

Nierschade is het eerst te merken aan eiwitverlies in de urine. In medische termen wordt dat ‘albuminurie’ genoemd, waarbij ‘albumine’ voor eiwit staat. Een beetje eiwit in de urine is normaal, namelijk tot 20 milligram per liter urine. Stijgt het eiwitgehalte tot maximaal 300 milligram per liter, dan heet dat ‘microalbuminurie’, en dat is een aanwijzing voor beginnende nierschade. Microalbuminurie is nog niet in het bloed aan te tonen.

Meer gevorderde nierschade is zowel aan te tonen in de urine als in het bloed. Het eiwitgehalte in de urine stijgt dan tot boven de 300 milligram per liter, en in het bloed is een verhoogde concentratie van de stof creatinine aan te tonen. Dat heet macroalbuminurie. Ruim 70.000 volwassen Nederlanders hebben macroalbuminurie, en driekwart van hen is zich daar niet van bewust. In dit stadium kan de bloeddruk ook al wat verhoogd raken, en kunnen de eerste lichamelijke klachten beginnen: vermoeidheid, jeuk, misselijkheid, geen zin om te eten, spierkrampen, en uitdroging of juist vochtophoping. Met andere woorden: bij microalbuminurie lukt het de nieren nog wel hun werk te doen, bij macroalbuminurie is de nierschade daarvoor vaak al te ver gevorderd.

Het goede nieuws

De nieren kunnen aangetast raken door een aangeboren ziekte of afwijking aan de nieren, maar ook door afwijkingen aan de urinewegen, suikerziekte of hoge bloeddruk. Maar we hebben het functioneren van de nieren deels ook zelf in de hand: onze westerse leefstijl doet de nieren geen goed. Te veel en te vet eten, en te weinig lichaamsbeweging leiden tot aderverkalking, wat weer een schadelijke invloed heeft op het functioneren van de nieren. Ook een hoge bloeddruk kan de nieren beschadigen, en slecht werkende nieren verhogen de bloeddruk weer, kortom, die twee versterken elkaar.

Het goede nieuws is natuurlijk dat u ook zélf iets kunt doen om de nieren in conditie te houden. Gezond eten en voldoende bewegen zijn éxtra belangrijk als de nieren al zijn aangetast. Heeft de arts macroalbuminurie vastgesteld, dan schrijft hij vaak een eiwit- en zoutbeperkt dieet voor om de schade zo veel mogelijk in te dammen. Of medicatie nodig is, hangt af van de oorzaak van het eiwitverlies. Een hoge bloeddruk kan met medicatie bestreden worden, en ook suikerziekte of ontstekingen kunnen zo worden behandeld dat verdere nierschade beperkt blijft.
 

Bron(nen):
  • Plus Magazine
Trefwoorden: