5x winterplezier in Noorwegen

Waarom zou je op wintersport gaan naar Noorwegen? Caroline Vlietstra ontdekt vijf goede redenen om van sneeuw te genieten in het ‘gelukkigste land ter wereld’.

1. Bergen, stad van Edvard Grieg

Onze eerste stop is Bergen, op 17 kilometer afstand van het vliegveld Flesland. Dit is de toegangspoort naar het fjordengebied. Deze ruim negenhonderd jaar oude stad is de op twee na grootste stad van het land en de geboorteplaats van de ‘Mozart van het Noorden’: componist Edvard Grieg. Wie deze naam niets zegt, zal vast ‘aha!’ roepen bij het horen van de eerste pianoklanken van Spring of Peer Gynt Suite.

Bergen is een mooie overgang tussen ons overvolle landje en het rustige Noorwegen. Fotograaf Ester en ik genieten er van de leuke winkels, hippe maar ook stijlvolle restaurants, een haven met vismarkt en musea. De werf Bryggen, sinds 1979 op de Unesco-Werelderfgoedlijst, is het belangrijkste erfgoed uit de nadagen van de Noorse Vikingtijd. De huizen staan schots en scheef en de werf is een aantal keren in vlammen opgegaan, maar kundig gerestaureerd en zeker een bezoek waard.

Wat wij ook verrassend vonden: met de Fløibanen-kabeltrein de berg Fløyfjellet opgaan. Binnen acht minuten stonden we op 320 meter hoogte en hadden we een fantastisch uitzicht over de stad en de fjord.

2. Fjordsafari in Flåm

Na het cultuursnuiven in Bergen duiken we de natuur in. Het kleine dorpje Flåm, aan het einde van de Aurlandsfjord, stond al jaren op ons to do-lijstje. In Flåm, wat letterlijk ‘klein plat gedeelte tussen steile bergen’ betekent, is het in de zomermaanden een komen en gaan van cruiseschepen en toeristen. Nu valt de drukte alleszins mee en zijn we de enigen die een vaartocht door de fjord geboekt hebben.

We worden in een overall gehesen en stappen als twee Michelinvrouwtjes aan boord van de snelle opblaasbare rubberboot. “Als ik eenmaal in mijn leven op fjord­safari zou mogen, dan zou ik voor de wintersafari kiezen”, vertelt stuurman Tomas. “Het is heerlijk rustig en tegen de kou kunnen we je kleden.” Tijdens de anderhalf uur durende tour varen we door drie fjorden: de Aurlandsfjord, de Sognefjord en de Nærøyfjord.

We passeren het dorpje Undredal, bekend om zijn geitenkaas en oudste kerkje van Europa. “Sinds 1988 leidt er een weg naar Undredal. Sindsdien hebben de 85 inwoners – en 450 geiten – heel wat aanloop.”

3. Flåmsbana: mooier wordt het niet

In Flåm, op zo’n tweeënhalf uur rijden ten noordoosten van Bergen, boeken we een retourtje met de Flåmsbana. Deze groene trein brengt ons vanuit dit piepkleine dorpje via de smalle vallei naar de bergtoppen.

De Flåmsbana is met een stijging van 865,5 hoogtemeters over een afstand van slechts twintig kilometer de allersteilste treinrit ter wereld en is door Lonely Planet uitgeroepen tot een van de meest indrukwekkende treinreizen ter wereld. En dat is niet voor niets! Tijdens de rit kijken we onze ogen uit. We komen langs watervallen, besneeuwde vlaktes met hier en daar een karakteristiek donkerrood geschilderd boerderijtje tegen een steile bergflank. Deze treinreis heeft zijn prijs volkomen verdiend.

4. Sneeuwschoenwandelen in het winterse wonderland

Natuurlijk duiken we ook de sneeuw in. Er ligt nota bene ruim vier meter. In de buurt van Flåm gaan we een sneeuwschoenwandeling maken. Voor deze activiteit hebben we een gids geboekt, Benik Barane. Van hem krijgen we een stel sneeuwschoenen mee, die eruitzien als een soort tennisrackets, en we stappen in zijn busje.

Na heel wat haarspeldbochten stopt Benik bij het uitkijkpunt Stegastein. Op 640 meter hoogte is hier een dertig meter lang uitzichtplatform aangelegd. We lopen helemaal tot het einde en houden onze adem in. Het uitzicht is fenomenaal.

Door het heldere weer kunnen we de Aurlandsfjord zien liggen. Na de nodige foto’s geschoten te hebben, vervolgen we onze rit om uiteindelijk bij een besneeuwde vlakte aan te komen. De sneeuwschoenen gaan aan en we stappen door de sneeuw.

De zon schijnt, de jassen kunnen los en we genieten volop van dit Noorse winterse wonderland. Op zo’n 800 meter hoogte haalt Benik een thermosfles drinken, koek en chocolade uit zijn rugzak en ploffen we neer in de sneeuw. Een picknick om nooit te vergeten.

5. Skiën in Myrkdalen

Wie op wintervakantie is, bindt vaak graag een dag de lange latten onder. Tussen Bergen en Flåm liggen twee populaire skigebieden: Voss en Myrkdalen. Myrkdalen is met zijn veertig kilometer aan afdalingen en 21 kilometer aan langlaufpisten geen groot ski­gebied, maar maakt dat op andere manieren meer dan goed.

Zo valt hier jaarlijks gemiddeld maar liefst vijf meter sneeuw. Van sneeuwkanonnen, zoals in de Alpen, hebben ze hier nog nooit gehoord. Bijzonder is dat het een zogenaamd ‘ski-in, ski-out’-skigebied is. Skiërs kunnen daardoor zo vanuit hun hotel, appartement of chalet de piste op.

Wat we ook heel prettig vinden, is dat het hier nooit druk is. Om een idee te geven: het maximaal aantal wintersporters op een dag was vorig jaar slechts vierduizend. Maar het leukst van alles vinden we de Scandinavische sfeer.

Onder aan de piste zien we ouders die hun kinderen het langlaufen bijbrengen of sleetjes voorttrekken en skiërs die aan het telemarken zijn, een typisch Scandinavische sport. Het lijkt op alpineskiën, maar de bochten worden heel anders aangesneden, wat mogelijk is door de aparte binding. Dit is Noorwegen op en top.

Noorwegen praktisch

De reis: KLM vliegt rechtstreeks op Bergen-Flesland. Daarna bestaat de mogelijkheid om een auto te huren of de trein te nemen.

Wintersport: Wintersporters gaan niet naar Noorwegen voor de après-ski, maar voor de rust en de ongerepte landschappen. De bergen zijn laag, waardoor de afdalingen vrij kort zijn en relatief weinig hoogtemeters overbruggen. Er zijn minder mogelijkheden om te snowboarden en te skiën, maar juist veel om te langlaufen en te sneeuwwandelen.

Prijsniveau: Noorwegen is een duur land. Een kamer voor twee in een gemiddeld hotel kost zo’n €150, een hoofdgerecht in een restaurant ongeveer €25 en een biertje in een café zo’n €7,50. Je mag een fooi geven als je erg tevreden over de service bent, maar dat is geen must. Overal zijn pinautomaten en er kan op steeds meer plekken contactloos worden betaald.

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine december 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Bron(nen):