De duizend kleuren van Napels

Ga mee op ontdekkingsreis

Het echte Napoli voelen? Journalist Ralf Groothuizen woonde drie jaar in deze dynamische stad en neemt u mee naar de mooiste parken, verborgen pleinen, en hét adres voor de allerlekkerste pizza.

Napoli ha mille colori” (Napels heeft duizend kleuren), zong de recent overleden Napolitaanse zanger Pino Daniele, “alleen jammer dat niemand er een zier om geeft.” Ik woonde enkele jaren in de stad en veel te vaak zag ik toeristen na een snelle stadswandeling op een trein of boot naar elders stappen. Huiverig voor de maffia, voor het vuil. Maar Napels is een langer bezoek meer dan waard. Gaat u mee?

Pizza op naam

Laten we beginnen met dat wat Napels tot Napoli maakt: pizza! Doe als de Napolitanen: wandel ’s avonds naar Pizzeria Di Matteo (Via Tribunali 94) in de Spaccanapoli, Napels’ kloppend hart. Zeg je naam tegen de pizzaioli, leun met een biertje en een puntzak gefrituurde courgettebloemen tegen de winkelluiken aan de overkant en wacht tot de pizzabakker je naam schreeuwt. Mijn persoonlijke favoriet en geheimtip is Pizzeria Arx (Via Tito Angelini 57) boven op de heuvel van Vomero. Daar eet je ’m niet binnen in de zaak, maar buiten op misschien wel het mooiste muurtje van de hele wereld.

Prachtig panorama

Voor de wat rustigere gedeelten van deze miljoenenstad nemen we de funicolare, het treintje dat vanuit de oude stad de heuvel van Vomero oprijdt vanuit het Parco Margherita, de Corso Vittorio Emanuele of vanuit het volkse Montesanto. We stappen uit op eindstation Morghen. Vroeger heette Vomero ‘de Broccoliheuvel’; nu hebben de groenteakkers plaatsgemaakt voor brede, geveegde straten. Verleidelijk is het om meteen over te steken, de Via Alessandro Scarlatti in en dan door naar de Via Luca Giordano: twee lange, door platanen begrensde winkelstraten waar alle bekende en betaalbare merken een filiaal hebben.

Je kunt ook de andere kant op lopen, richting het Certosa di San Martino (Largo San Martino 5) en het Castel Sant’Elmo (Via Tito Angelini 20). Zeer de moeite waard is het om een kijkje te nemen op het dak van het kasteel, dat een grote rol in de geschiedenis van Napels heeft gespeeld. Vanaf dit hoogste punt kon de hele Golf van Napels in de gaten worden gehouden. Ook nu heb je een prachtig panorama van de stad, de baai en de onheilspellende vulkaan. In het park, het groene Villa Floridiana, staat een villa waarin het Museo Nazionale della Ceramica Duca di Martina (via Domenico Cimarosa 77) is gevestigd, met een van de rijkste collecties Italiaanse decoratieve kunst.

Chique wijk

Ook zo’n buurt die niet helemaal op de route ligt, is Chiaia; verscholen achter Piazza Plebiscito, het grootste plein in de stad en achter La Villa Comunale. Dit was ooit Napels’ mooiste en grootste park, maar tegenwoordig is het behoorlijk verpauperd. Wat bijna niemand weet, is dat er nog geen vijftig meter verderop een ander park is – rustiger en groener: Villa Pignatelli, aan de Riviera di Chiaia, de residentiële hoofdstraat van de wijk. Mary Shelley’s roman Frankenstein werd hier geboren. In het park lezen stijlvolle mannen hun krantjes en spelen au pairs met de kinderen van advocaten en bankdirecteuren. Wie Chiaia bezoekt, ontkomt niet aan Napels’ bekendste winkelstraten: de Via Dei Mille, de Via Calabritto en de Via Carlo Poerio. Alle grote, iets minder betaalbare modehuizen hebben er hun winkels.

Vita!

Terug de drukte in, naar La Sanità, Montesanto, Forcella en de Quartieri Spagnoli. Vita!, zoals Italianen zeggen. Allemaal buurten rondom het centrum waar je het echte Napoli voelt. En waar je bijna struikelt over de prachtige kerken. Neem de tijd voor de dom (Via Duomo 149), de Chiesa del Gesù Nuovo (Piazza del Gesù) en de Pio Monte della Misericordia (Via dei Tribunali 253), waar een van Caravaggio’s beroemdste schilderijen hangt: De zeven werken van barmhartigheid. Wordt de drukte te veel, dan ben je zo weer in een rustigere buurt. Je bent sowieso zo weg uit Napels. Bijvoorbeeld naar de belangrijkste archeologische vindplaats Pompeï, de vulkaan Vesuvius, naar de eilanden Capri en Ischia of het onbekendere en mysterieuze Procida. En naar het kuststadje Amalfi. Maar geef alstublieft eerst Napels de kans. Echt, deze stad is het waard.

Bron(nen):