Het Zwarte Woud, gemoedelijk en rustgevend

Het Zwarte Woud is een traditionele vakantieplek, bekend van Kirschtorte, Schinken en koekoeksklok. Maar achter de drukte ligt een streek die rustgevend en sereen is.

De Titisee ligt er ’s ochtends vroeg rustig bij. Het wateroppervlak is zo glad als een spiegel en reflecteert beboste hellingen en een blauwe hemel. Het is nog voordat de hotels rondom het meer ontbijt serveren en de gasten vanuit hun Ferienwohnungen naar de bakkerij slenteren voor verse broodjes. Later op de dag zullen rondvaart-boten over het meer varen en dagjesmensen trappelbootjes huren die nu netjes op een rij op het strand liggen. Al meer dan 130 jaar is er toerisme in het Zwarte Woud, en ook al kun je de Schwarzwälder Schinken (ham) tegenwoordig verpakt kopen – handig voor thuis –, verder is er niet veel veranderd. De wandelpaden en fietsroutes zijn wonderschoon, de dorpjes lieflijk, de Schwarzwälder Kirschtorte zoet en de schnitzels krokant.

Enthousiast laat Christophe Herr – vijfde generatie koekoeksklokmaker – zien hoe hij ingewikkelde figuren snijdt uit hout. In zijn werkplaats in Triberg im Schwarzwald maakt hij samen met zijn vader 200 tot 250 koekoeksklokken per jaar. Grappig genoeg hoorde de koekoeksklok-maker pas onlangs voor het eerst een echte koekoek. “Ik zocht in een flits naar een klok, tot ik me realiseerde dat het een echte was.” Blijft de vraag: als dit vogeltje niet zo vaak voorkomt in het Zwarte Woud, waarom dan toch al die koekoeksklokken? Christophe: “De bedenker wilde dat er een haan uit de klok zou komen, maar de klanken van een haan bestaan uit vier tonen, wat ingewikkeld is om na te bootsen.” De ­koekoek heeft er maar twee en dat sloeg aan bij de boeren die deze ­klokken in de winter maakten.
 


 

Richting de hemel

Er zit niet voor niets het woord ‘steig’ in ‘Jägersteig’, de naam van de wandeling die ik start vanaf treinstation Schluchsee. Het pad kronkelt gestaag omhoog en elke keer als ik denk dat ik niet verder omhoog kan, ontdek ik na een bocht een nieuw stuk bospad dat langzaam richting de hemel lijkt te lopen. Regelmatig stop ik even. Aanvankelijk om op adem te komen, maar steeds vaker ook om gewoon de geluiden van het bos te horen. Die zijn zo subtiel dat ik ze pas waarneem als ik helemaal stilsta. Dan hoor ik het ruisen van de boomtoppen en het geritsel van vogels en andere diertjes tussen de blaadjes. Onderweg stuit ik op een rood met groen kastje. Het bevat een stempelmachine, waarmee je een stempel in je wandelpaspoort kunt zetten. Die heb ik niet, maar op een los papiertje is het ook een leuk souvenir. Daarna zet ik de afdaling in naar het dorp Aha, waar ik weer op de trein naar Titisee stap. In St. Blasien weten ze wat genieten is. Het plaatsje doet op een zonnige dag Zuid-Europees aan, met z’n spierwitte kathedraal, terrassen en ijssalons. Ik ga het etablissement van Tanja Eckert binnen; zij begon twee jaar geleden lunchroom Rosalie. “Zo heette de uil die in een kindersprookje iedereen op het einde bij elkaar bracht. Dat wil ik hier ook doen”, vertelt ze. Tanja serveert als een van de weinige restaurants in St. Blasien gluten- en lactosevrije opties en veganistische gerechten. Een leuke afwisseling met de traditionele regionale keuken.

Lekker wegdommelen

De Sauschwänzlebahn (‘Sauschwanz’ laat zich vertalen als ‘varkensstaartje’) kreeg zijn naam vanwege de route, die kronkelt en krult. De spoorlijn ligt vlak bij de Zwitserse en Franse grens en speelde een belangrijke rol in de twee Wereldoorlogen. In de trein, die op stoom rijdt en onder meer over Talübergang Epfenhofen, een 34 meter hoog viaduct, boemelt, spreek ik Steve (72). Hij maakt samen met zijn vrouw een treinreis door het Zwarte Woud. “Treinen vind ik fascinerend, zeker zo’n stoomtrein als dit. Prachtig toch, al dat gesis en geboemel? We zijn ook fan van de gewone trein, hoor: we vliegen eigenlijk zelden meer. Met de trein reizen is zoveel relaxter.” Met een grijns voegt hij eraan toe: “En op de cadans kun je zo lekker wegdommelen."

Gemoedelijk Freiburg

Bij de kathedraal in Freiburg is het op deze zaterdagochtend druk. Maar zodra ik achterafstraatjes inloop, voel ik het gemoedelijke Freiburg, waar locals winkelen en met elkaar afspreken voor koffie. Je vindt er kleine restaurants, gezellige terrassen en winkels met plaatselijke producten. Een kabelbaan gaat naar de Schlossberg, maar ik ontdek ook een gratis lift naar Biergarten Kastaniengarten. Als ik verder omhoog loop, zie ik pas goed hoe mooi Freiburg omringd is door heuvels en bergen. Erasmus, de geleerde uit Rotterdam, woonde overigens een paar jaar in Freiburg. Toen ik eerder een foto maakte van zijn afbeelding, werd ik aangeklampt door een Freiburgse. “Hij woonde hier maar even, hoor. Daarna verhuisde hij naar Bazel, daar had hij het beter naar zijn zin”, lacht ze. Ik kan het moeilijk met Erasmus eens zijn, zo op de top van de Schlossberg. Aan mijn voeten ligt het beste van twee werelden: een levendige stad én de prachtige natuur van het Zwarte Woud.


 

Een bezoekje waard

• Triberg Wasserfälle: de hoogste ­watervallen van Duitsland.
• Donaueschingen: met de Fürstenberg Brauerei en de Donauquelle, naar ­verluidt de oorsprong van de Donau.
• Een rondvaart over de Schluchsee, het grootste stuwmeer van het ­Zwarte Woud.
• De grootste koekoeksklok ter wereld in Schonach.

Zwarte Woud praktisch

• De flitstrein ICE is een ontspannende en milieuvriendelijke manier om naar het Zwarte Woud te reizen. Hij rijdt in 5,5 uur van Utrecht naar Freiburg, niet ver van Titisee in het hart van het Zwarte Woud.
• Meer informatie: www.zwartewoud.info en op www.germany.travel/nl.
• Reisorganisatie Incento heeft speciaal voor Plus-lezers een 8-daagse reis samengesteld. Zie de pagina hiernaast voor meer informatie.

 

 

Bron(nen):