Clafoutis (nagerecht)

Lekker eten tijdens de overgang en tegelijkertijd de problemen verminderen die hiermee gepaard gaan. Dit bekende Franse nagerecht is heel eenvoudig te maken en het is bovendien erg lekker en gezond. Traditioneel wordt het met kersen bereid, maar je kunt er elke vrucht voor gebruiken: bijvoorbeeld peren, appels of abrikozen. De sojamelk levert veel plantaardige hormonen en de kersen bevatten nuttige antioxidanten.

Ingrediënten

  • 25 gram boter
  • 100 gram meel
  • 3 theelepels versgemalen zeezout
  • 300 ml sojamelk
  • 4 eieren
  • 3 eetlepels honing
  • 100 ml kirsch
  • 450 gram rijpe blauwe bessen

Bereiding

Verwarm de oven voor op 180 °C en zet een ondiepe bakvorm met de boter in de oven.

Meng in een grote kom het meel, zout, melk, eieren, honing en kirsch tot een glad beslag.

Neem wanneer de oven op de juiste temperatuur is, de bakvorm eruit en houd hem naar alle kanten schuin zodat de binnenkant helemaal ingevet wordt met de gesmolten boter. Giet het beslag erin, verdeel de bessen over het beslag en zet de vorm in de oven terug. Bak 35-40 minuten tot hij goed gerezen en mooi gekleurd is.

Serveer de clafoutis warm en trek je er niets van aan dat hij bij het afkoelen inzakt – dat is normaal.

Variatie: maak dit toetje met ontpitte zwarte kersen uit blik. Laat ze eerst goed uitlekken.

Dit recept komt uit het boek Gezond eten in de overgang, geschreven door Marilyn Glenville en Lewis Esson. Het is verkrijgbaar onder ISBN-nummer 9789066119550.

 

Aantal personen

6
Bron(nen):