AOW en overlijden

De hoogte van een AOW-pensioen is afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. Veranderingen in je privéleven kunnen dus grote gevolgen hebben voor de AOW. De belangrijkste zetten we hier op een rij.

Nadat het overlijden van een AOW’er is doorgegeven aan de gemeente, informeert de gemeente op haar beurt de SVB, die de AOW stopzet. Nabestaanden van een AOW’er die in het buitenland woont, moeten de SVB zelf op de hoogte stellen van het overlijden.

De AOW wordt op de dag van overlijden stopgezet. De SVB berekent het vakantiegeld tot op de dag van overlijden en maakt dat bedrag over op de rekening van de overledene. Is er te veel AOW betaald, doordat de datum van overlijden na de betaaldatum valt, dan verrekent de SVB dat met het vakantiegeld. Het kan dus zijn dat nabestaanden te veel betaalde AOW moeten terug
betalen!

Bij een AOW’er die samenwoont, ontvangt de partner een over­lijdensuitkering. Dat is een eenmalige uitkering van één maand bruto AOW-pensioen bestemd voor de overblijvende partner, kinderen jonger dan 18 of de persoon met wie de overledene in één huis woonde. De SVB betaalt de overlijdensuitkering meteen uit, want de partner is bekend bij de SVB.

Ontvangt de partner zelf ook AOW, dan krijgt deze partner in het vervolg een AOW-pensioen voor een alleenstaande. Dat is hoger dan het AOW-pensioen voor gehuwden. Mocht de partner zelf nog geen AOW ontvangen, dan is er mogelijk recht op een nabestaandenuitkering. Dat is het geval als er een kind jonger dan 18 jaar is of als de nabestaande voor meer van 45 procent arbeidsongeschikt is.

Afhankelijk van de pensioenregeling kan de overblijvende partner recht hebben op een partnerpensioen. Informeer daarnaar bij het/de pensioenfonds(en) van de overledene.

Alle artikelen in deze reeks:

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!