Nieuw akkoord; wat betekent dat voor ons pensioen? - deel 2

Het nieuwe pensioenakkoord dat regering, ­werkgevers en werknemers onlangs gesloten hebben, heeft grote gevolgen voor onze pensioenen. We zetten de belangrijkste op een rij.

Onzekerder

Het enige wat vaststaat, is dat de hoogte van de pensioenen in het nieuwe stelsel onzekerder zal zijn. De uitkeringen worden flexibel. De fondsen mogen meevallers bij hun beleggingen direct omzetten in hogere uitkeringen. Maar zij moeten bij tegenvallers ook direct korten op de pensioenen. Zij hoeven dus geen grote financiële buffers aan te houden voor toekomstige tegenvallers. Daarmee komt een einde aan het gegarandeerde pensioen. Maar de afgelopen tien jaar is wel gebleken dat ook de op papier gegarandeerde pensioenen voor veel mensen in de praktijk niet veilig waren. 

Kortingen dreigen 

Eind 2019 is bij tientallen pensioenfondsen de actuele dekkingsgraad gezakt tot ver onder de wettelijk verplichte 104 procent en soms zelfs onder de 90 procent. Daardoor rollen de hoofdrolspelers de afgelopen weken over elkaar heen in de media. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank en toezichthouder, wijst vooral op de noodzaak van korten. Dat wordt volgens hem nu al veel te lang vooruit geschoven.

Ook grote pensioenfondsen zoals ABP (ambtenaren) en PFZW (zorg) staan er op papier slecht voor. De vijf grootste pensioenbeheerders hebben daarom bij het ter perse gaan van dit nummer aangekondigd te broeden op een plan dat kortingen moet voorkomen of beperken. Bestuursvoorzitter Wortmann-Kool van het ABP stelt: “We zitten nog in een stelsel waarin we ons arm moeten rekenen.” 

Dekkingsgraad 100 procent

In het nieuwe Pensioenakkoord is de dekkingsverplichting al iets versoepeld. Er hoeft straks pas gekort te worden wanneer de dekkingsgraad onder de 100 procent zakt. Nu is die grens 104 procent. De dekkingsgraad geeft aan hoeveel geld een fonds in kas moet hebben om elke toegezegde euro de komende jaren te kunnen uitkeren. Met deze minder strenge dekking leken de kortingen afgewend. Maar intussen verslechtert hun financiële situatie in rap tempo. Zij maken op de aandelen­beurzen stevige rendementen, maar door de historisch lage rente slinken hun inkomsten snel.

Zoals het er nu naar uitziet, blijft de rente nog lang laag. Vooral op veilige staatsleningen en bedrijfsobligaties. Hierin beleggen de fondsen bijna de helft van hun vermogen. Het nieuwe Pensioenakkoord lost dit probleem nog niet op. Daarom hopen de fondsen de versoepeling van de regels nu al toe te mogen passen. Of minister Koolmees daarmee instemt, is de vraag, maar hij heeft wel gezegd dat hij ‘onnodige kortingen’ wil voorkomen. Ondertussen weten miljoenen gepensioneerden nog steeds niet of ze volgend jaar wel of niet gekort gaan worden. 

Pensioenen verlagen

Bij de plannen van de fondsen is wel een kanttekening te plaatsen. Ze beleggen namelijk de andere helft van hun vermogen op een minder veilige manier: in aandelen en vastgoed. Daar zijn de rendementen de laatste jaren een stuk beter. Maar niemand weet hoelang dat zo blijft. In het allerslechtste geval blijft er voor de probleemfondsen maar één oplossing over: de pensioenen 
verlagen. Misschien verzacht het Pensioenakkoord deze klap enigszins.

Tot nog toe moeten noodlijdende fondsen hun ­dekking opkrikken tot 104 procent; straks, wanneer het akkoord, zoals het er nu ligt (oktober 2019) van kracht wordt, volstaat een dekking van 100 procent. Dit verkleint het gat dat het fonds moet zien te dichten. Het scheelt een hoop geld. Een voorbeeld: jouw fonds heeft een dekking van 97 procent en komt dus 3 procent tekort. Bij een pensioen van netto €1500 per maand leidt dit in het nieuwe systeem straks tot het inleveren van €45 per maand. Zonder Pensioenakkoord is dat €120 bruto per maand, ofwel €1440 per jaar. 

Uitvoering in 2022

Het kan nog wel tot 2022 duren voordat het Pensioenakkoord in werking treedt. De afspraken over het nieuwe pensioenstelsel zijn slechts op hoofdlijnen gemaakt. Veel moet nog worden uitgewerkt in commissies waarin ook de vakbonden aan tafel zitten. De PvdA en GroenLinks hebben al aangegeven pas akkoord te gaan wanneer ook de vakbonden het eens zijn met de details van de uitwerking. Dat overleg kost tijd. Vervolgens moet de Pensioenwet aangepast. Daarna zijn alle pensioenreglementen in Nederland aan de beurt en moeten pensioenfondsen hun computersystemen op orde brengen.

Uiteindelijk is de verwachting dat de nieuwe wet nog minstens twee jaar op zich laat wachten. De invoering kan dan in 2022 beginnen. En dan nog zal het een paar jaar duren voordat alle fondsen zijn over­gestapt. 

Bereken je AOW-leeftijd op www.plusonline.nl/pensioenleeftijd.

Het eerste deel van dit artikel vindt u hier.