Een soepele spijsvertering

Van voedsel tot poep

Getty Images

Last van maag of darmen? Grote kans dat er iets mis is met uw spijsvertering. Vaak is dat onschuldig, maar wel erg vervelend. Ga mee op een minitrip door uw lichaam en zie hoe uw voedsel verteert en welke obstakels daarbij horen.

De vertering van ons voedsel begint al in de mond. Onze speekselproductie komt op gang door het ruiken, zien of proeven van voedsel. De samenstelling van het speeksel is niet altijd hetzelfde. Eet u droog voedsel, dan bevat het speeksel veel water en slijm.

[ITEMADVERTORIAL]

De maag als opslagplaats
In de maag wordt het voedsel enige tijd bewaard, meestal één à twee uur. Een zware maaltijd doet er wat langer over. Het voedsel wordt gekneed en vermengd met maagsap. Dit sap wordt door de klieren van de maagwand uitgescheiden.

Het maagsap doodt bacteriën en splitst eiwitten op in kleinere delen. Het maagslijmvlies beschermt de maagwand tegen het maagsap. Dit sap is namelijk erg zuur en heeft een bijtende werking.

Daarna wordt het gedeeltelijk verteerde voedsel door middel van maagbewegingen in kleine porties verdeeld. Dan wordt het naar de twaalfvingerige darm gebracht. De darmen verteren het voedsel vervolgens verder.

De darmen: transportbedrijfje
De twaalfvingerige darm is het eerste gedeelte van de dunne darm. Hierin komen de alvleesklier en de galbuis uit. De alvleesklier produceert ongeveer één liter vocht per dag. Dit vocht zorgt ervoor dat de zure massa uit de maag wordt geneutraliseerd. De enzymen in het vocht splitsen vetten, koolhydraten en eiwitten in nóg kleinere deeltjes.

De dunne darm is ongeveer zes meter lang en heeft veel plooien en kronkels. De wand van de dunne darm laat voedingsstoffen door, die vervolgens door het lichaam kunnen worden opgenomen.

De onverteerbare resten en het vocht blijven over en worden naar de dikke darm getransporteerd. Hier breken de darmbacteriën de laatste voedingsresten af en zetten die om in onder andere nuttige voedingsstoffen voor de dikke darm. De dikke darm haalt water en zouten uit de voedselmassa. Deze worden opgenomen in het bloed. Wat dan nog overblijft wordt door de dikke darm ingedikt tot ontlasting. De uiteindelijke ontlasting bestaat uit:

  • Onverteerde voedselresten.
  • Slijm.
  • Afgestoten cellen van het darmwandweefsel.
  • Een kleurstof die uit de galkleurstoffen is ontstaan.
  • Heel veel bacteriën.

Dit geheel gaat naar de endeldarm en verlaat tenslotte het lichaam via de anus. Hoe vaak u ontlasting hebt, verschilt van persoon tot persoon. De één gaat elke dag, de ander maar eens in de drie dagen. Dit is in beide gevallen normaal.

 

Problemen bij het spijsverteringsproces
Tijdens het spijsverteringsproces kan er van alles misgaan. Dit kan bijvoorbeeld de volgende klachten veroorzaken:

  • brandend maagzuur
  • diarree
  • obstipatie
  • spastische dikke darm
  • winderigheid
  • maagzweer
  • aambeien

Heeft u veel en/of langdurig last van dit soort klachten? Informeer dan eens bij je huisarts wat eraan te doen is. Soms helpt het aanpassen van uw voeding al een heleboel, maar het kan ook zijn dat er medische behandeling nodig is.

Auteur