'De verlossing van de stoelgang is geen sprint, maar het eindpunt van een marathon die ieder op zijn eigen tempo aflegt'
Ons spijsverteringsstelsel loopt als een rode draad door ons dagelijks leven. Toch heerst er opvallend veel onbegrip, schaamte en desinformatie. Hoogste tijd om dit taboe te doorbreken, stelt gastro-enteroloog en proctoloog Magali Surmont. In haar boek Met de billen bloot fileert ze fabels over de darmen én doorbreekt het stilzwijgen rond anale gezondheid. Een klein voorproefje!
Aambeien krijg je van lang te zitten
Niet waar! Iedereen heeft aambeien, maar niet iedereen heeft er last van. Een aambei is op zich geen aandoening, maar een normaal anatomisch onderdeel van elk lichaam. Wanneer ze last geven, spreken we over hemorroïdale ziekte of aandoening, ofwel symptomatische aambeien. Het is niet omdat je vrachtwagenchauffeur bent of negen uur per dag achter een computer zit, dat je meer kans maakt op aambeien. Op een stoel zitten, daar doe je dus niets verkeerd mee, toch niet wat aambeien betreft. Te lang op het toilet zitten, kan wel tot problemen leiden. Als je te veel tijd op het toilet doorbrengt en de druk op de aambeikussentjes te lang te hoog maakt, verhoogt dit de kans op gezwollen aambeien. Dus geen gsm, tijdschrift of krant mee naar het toilet.
Een normale stoelgang? Dat is dagelijks en zonder te veel te persen
Niet waar! De verlossing van de stoelgang is geen sprint, waarbij de eerste de beste (of gezondste) zou zijn, maar het eindpunt van een marathon die ieder op zijn eigen tempo aflegt. Je darmen, je bekkenbodem, je anus en je zenuwstelsel werken samen in een verfijnd samenspel. En dat samenspel ziet er bij iedereen nét iets anders uit. De één heeft baat bij een korte, krachtige uitdrijving, de ander bij een trage, gestage passage. Er bestaat dus niet zoiets als één ideale manier. Iedereen heeft zijn eigen 'stoelgangpaspoort', een uniek ritme, tempo en patroon. En zolang die reis zonder pijn, overmatige inspanning of ongemak verloopt, mag je lichaam gerust zijn eigen manier van loslaten hebben.
Kiwi's zijn goed voor een vlotte stoelgang
Klopt, met een kleine kanttekening! Dagelijks twee groene kiwi’s eten werkt heel vaak. Kiwi’s hebben namelijk drie superkrachten: ze zitten boordevol water, vezels én het enzym actinidine, dat je darmen helpt bewegen. Zo functioneren ze als een fris, natuurlijk én wetenschappelijk bewezen effectief laxeermiddel. Dat het werkt, is geen mythe of loos advies van je oma: studies tonen aan dat kiwi’s de stoelgang vlotter maken, het persen verminderen én buikpijn verlichten. Dat wetenschappelijke bewijs heeft zijn vruchten afgeworpen onder de vorm van een gezondheidsclaim. Het is namelijk zo dat je niet zomaar om het even welk effect mag toeschrijven aan een product. Een claim wordt natuurlijk ingezet als verkoopargument. En dat mag enkel en alleen als die informatie correct en bewezen is. En voor kiwi's is het bewezen dat twee groene kiwi’s of tweehonderd gram vruchtvlees bijdragen aan de normale stoelgang. Kleine kanttekening: aangezien constipatie veel verschillende gezichten heeft, verschillende oorzaken heeft en dus ook verschillende behandelingen vraagt, zijn die twee kiwi’s niet altijd en bij iedereen de oplossing voor verstopping. Heel veel mensen zijn gebaat bij twee kiwi’s, bij anderen zullen die helaas het verschil niet maken.
Meergranenbrood is altijd een bom aan vezels
Niet waar! Meergranen is niet automatisch vezelrijk. Het is alleen rijk aan vezels als het gemaakt is van volkorenmeel. Meergranenbrood betekent enkel dat er meerdere graansoorten zijn gebruikt en kan ook uit wit meel bestaan. Heel wat mensen denken dat ze een gezonde, vezelrijke keuze maken wanneer ze een meergranenbrood bij de bakker kopen. Maar een meergranenbrood geeft geen énkele garantie op veel vezels. Wil je dus een gezonde, vezelrijke keuze maken, kies dan voor de volkorenversie. Volkorenbrood is gemaakt met volkorenmeel, wat letterlijk betekent: ‘meel van de gehele graankorrel’, ofwel: alles zit er mee in. Het vliesje of de zemel wordt niet verwijderd en het brood is dus rijk aan vezels, vitamines en mineralen. Volkorenbrood bevat daardoor zo’n twee- tot driemaal zoveel vezels als wit of lichtbruin brood. De enige echte bom van vezels, is dus volkorenbrood. Koop je je brood niet bij de bakker, maar in de supermarkt? Dan kun je het beste even checken of je niet met een volkoren lookalike te maken hebt. Op de ingrediëntenlijst moet volkorenmeel als eerste vermeld staan.
Magali Surmont is gastro-enteroloog en proctoloog in het UZ Brussel. Ze helpt patiënten met darm- en anusklachten en combineert dat met wetenschappelijk onderzoek.