Welke vitamines kun je beter niet combineren?

Wat is er bekend over vitamines die je beter niet tegelijk inneemt, of die je niet moet combineren met bepaalde voedingsmiddelen? Zijn er vitamines die een wisselwerking met elkaar hebben? En hoe zit het met medicijnen en vitamines, zijn daar interacties tussen?
Huib

Suzan Tuinier, voedingsdeskundige

Sommige stoffen verbeteren juist de werking of opname van andere stoffen, andere remmen het juist af. Dat geldt ook voor vitamines en mineralen.

Variatie belangrijk

In de dagelijkse praktijk is het moeilijk om rekening te houden die invloeden. Op de lange termijn zullen ze namelijk niet of nauwelijks aantoonbaar zijn. Een mogelijke reden hiervoor is een gevarieerde voeding zowel stoffen bevat die de opname bevorderen als stoffen die deze remmen.

Bij de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden van vitamines en mineralen is al rekening gehouden met de Nederlandse eetgewoonten en de effecten die voedingsstoffen op elkaar hebben. Een voorbeeld hiervan is het drinken van melk bij de lunch: calcium uit de melk heeft een negatief effect op de opname van andere mineralen. Door meer van die andere mineralen te eten, compenseer je dit effect. Een gevarieerde voeding is daarom belangrijk.

Medicijnen

Dagelijks medicijnen slikken heeft soms invloed op de opname van vitamines. Dit geldt ook andersom, vitamines beïnvloeden soms de werking van een medicijn.

Hier lees je meer over de belangrijkste wisselwerkingen (interacties) tussen vitamines en medicijnen. Over het algemeen geldt echter altijd: kijk in de bijsluiter van het medicijn dat je gebruikt en overleg met je arts.

Overzicht interacties

Het Vitamine Informatie Bureau maakte een overzicht met de interactie tussen vitamines en mineralen:

Vitamine/mineraal Interactie met Toelichting
Vitamine A Vitamine C Teveel vitamine A kan leiden tot een afname van vitamine C.
  Vitamine D Vitamine A is een antagonist, oftewel een tegenwerker, van vitamine D.
  Vitamine K  Een hoge dosis vitamine A kan de vitamine K-opname tegengaan.
     
Vitamine B2 Vitamine B6  Vitamine B2 is nodig bij de omzetting van de actieve vorm van vitamine B6. Bij een lage inname van B2 en B6, helpt extra vitamine B2 om het B6-gehalte te verhogen.
     
Vitamine C Vitamine B11 Vitamine C bevordert de opname van vitamine B11 (foliumzuur).
  IJzer Vitamine C verbetert de opname van plantaardig (non-heem) ijzer.
  Koper Meer dan 1,5 gram vitamine C leidt tot een verlaging van de koperopname.
  Seleen Vitamine C heeft een positieve invloed op opname van seleen.
     
Vitamine D Calcium Vitamine D bevordert calciumopname.
     
Calcium Fosfor, ijzer, magnesium en zink Calcium heeft een belemmerende invloed op de opname van fosfor, magnesium, zink en ijzer (zowel heem als non-heem).
     
Fosfor Magnesium Magnesium kan zich binden aan fosfor en zo de opname van magnesium belemmeren.
  Zink Fosfor beïnvloedt zinkopname bij meer dan 2,5 gram zink per dag.
     
IJzer Vitamine A Bij een ijzertekort neemt de vitamine A-concentratie in het lichaam af.
  Zink Het lijkt erop dat een te hoge ijzerinname de zinkbehoefte doet toenemen.
     
Magnesium Vitamine D Veel magnesium zorgt voor een verhoogde afgifte van een hormoon dat de aanmaak van vitamine D bevordert. Een magnesiumtekort kan op deze manier mogelijk leiden tot verminderde omzetting naar vitamine D.
     
Seleen Vitamine E Seleen verlaagt de behoefte aan vitamine E en kan een tekort aan vitamine E voorkomen.
     
Koper Zink Zink heeft een belemmerde invloed op de opname van koper, maar andersom geldt dit ook. Zink en koper zijn antagonisten van elkaar.

Heb je ook een vraag? Stel deze dan aan een van onze experts. Ga met spoedeisende vragen altijd naar je huisarts, daarvoor zijn de experts niet de aangewezen persoon. Ze stellen ook geen diagnoses. De overige voorwaarden vind je hier.

Suzan Tuinier is voedingsdeskundige en coördinator van het Vitamine Informatie Bureau. Ze heeft ervaring als voedingsvoorlichter en onderzoeker. Je kunt bij Suzan terecht met vragen over vitamines en mineralen.