Kamervragen over ‘Geloof kwijt, baan kwijt’

Kamerleden hebben vragen gesteld aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken over de docent die werd ontslagen omdat zij van geloof was veranderd. Het College van de Rechten van de Mens oordeelde dat dit ontslag geen discriminatie is.

De kamerleden Yücel en Ypma (PvdA) hebben de minister gevraagd of het ontslag toelaatbaar is. Onlangs is namelijk de Algemene wet gelijke behandeling veranderd, waardoor het enkele feit dat iemand een andere geloof heeft, onvoldoende reden is voor het maken van onderscheid. Hier is dat wel gebeurd. Mocht het ontslag wel toelaatbaar zijn, dan willen de kamerleden weten hoe dit gat in de wet kan worden gedicht. Mocht het ontslag niet toelaatbaar zijn na de wetswijziging dan vragen de kamerleden of de minister het ontslag onwenselijk vindt. Daarnaast vragen de kamerleden wat de minister ervan vindt dat een goed functionerende leerkracht kan worden ontslagen wegens een wisseling van kerkgenootschap en willen ze meer weten over de ontslagprocedure.

Ontslag
In deze zaak is een vrouw ontslagen die al 19 jaar als docent tekenen en handvaardigheid bij een gereformeerde school werkte. In de statuten van de school staat dat het personeel lid moet zijn van een gereformeerde kerk. De school is bezig die statuten aan te passen. De docent was vroeger lid van de gereformeerde  kerk, maar onlangs is zij overgestapt naar een ander kerkgenootschap. Vanwege die overstap is zij ontslagen.
Het College van de Rechten van de Mens gaf de school daarin gelijk omdat scholen in het bijzonder onderwijs het recht hebben eisen te stellen aan de godsdienst. Begin november is een wetswijziging door de Eerste Kamer aanvaard, waardoor het enkele feit dat iemand een andere godsdienst heeft onvoldoende reden is om onderscheid te mogen maken. Er moeten relevante bijkomende omstandigheden zijn om een onderscheid op geloof aanvaardbaar te maken.

De termijn om kamervragen te beantwoorden is drie weken.