Laagstaande zon in de auto: zo word je niet verblind

Houd autorijden bij laagstaande zon veilig

Autorijden bij laagstaande zon is geen pretje, want de schittering kan je flink verblinden. Gelukkig zijn er manieren om toch veilig de weg op te gaan. Vijf tips om je te wapenen tegen verblinding.

Vrijwel iedere automobilist kent het: een zon die zo laag staat, dat autorijden een flinke uitdaging wordt. Rijden bij een laaghangende zon is vermoeiender voor je ogen en je hersenen en door het verblindende effect ook een stuk gevaarlijker. En dat is niet alleen in de zomer het geval, want ook in winter, herfst en het voorjaar - als de zon vroeg op de dag heel laag staat - kan je zicht worden belemmerd. Voordat je het weet ben je verblind en parkeer je je auto in de vangrail. En dat komt vaker voor dan je denkt, want laagstaande zon zorgt voor maar liefst 20 procent meer ongelukken in de spits, oftewel 500 extra aanrijdingen; met een piek in de winter. Nog wat andere cijfers:

  • 9 op de 10 automobilisten heeft weleens tot heel vaak last van laagstaande zon
  • 85 procent van de automobilisten wordt weleens tot heel vaak verrast door felle zon
  • 82 procent van de automobilisten wordt weleens tot heel vaak verblind door de zon
  • 20 procent van de automobilisten is in een gevaarlijke verkeerssituatie gekomen doordat ze geen zonnebril droegen
  • 35 procent van de automobilisten heeft niet standaard een zonnebril in de auto liggen
  • 22 procent van de zonnebrildragers weet niet dat goed afgestelde zonnebrillen gevaarlijke verkeerssituaties kunnen voorkomen

Bron: onderzoek van Veilig Verkeer Nederland en Pearle, 2017.

Thuisblijven bij felle zon is meestal geen optie. Dus: hoe kun je toch veilig de weg op bij laagstaande zon? Vijf tips van Veilig Verkeer Nederland.

1. Zet een polariserende zonnebril op

Een van de belangrijkste items om veilig te rijden bij laagstaande zon is een gepolariseerde zonnebril. Zorg dat je er staandaard eentje in de auto hebt liggen, want veel mensen laten hun zonnebril per ongeluk thuis als ze de auto instappen. Een gepolariseerde zonnebril is ideaal tijdens het autorijden: hij vermindert hinderlijke schitteringen, verbetert contrast en kleurperceptie en geeft daardoor een comfortabeler en beter zicht. Gepolariseerde glazen bevatten namelijk een speciaal filter dat alleen de verticale lichtgolven doorlaat. Hierdoor worden de schitteringen weggenomen, wat autorijden bij fel zonlicht een stuk makkelijker maakt en aangenamer is voor je ogen. En niet onbelangrijk: door beter zicht is het een stuk veiliger in het verkeer. Polariserende zonnebrillen zijn tegenwoordig in alle prijsklassen verkrijgbaar - zowel op sterkte als zonder - en als je er eenmaal eentje geprobeerd hebt, wil je niets anders meer. Test het vooral eens uit: bij de meeste opticiens hangen speciale foto's waarmee je het effect van zo'n filter heel duidelijk ziet als je een gepolariseerde bril opzet. Weten of je eigen favoriete zonnebril gepolariseerde glazen heeft? Je kunt het als volgt controleren: houd de zonnebril voor groot oppervlak waar licht op schijnt. Draai de zonnebril vervolgens in een hoek van 90 graden ten opzichte van het licht en bekijk of de lichtschittering toe of afneemt. Zo ja, dan heb je een gepolariseerde zonnebril in handen.

De ideale zonnebril voor in de auto:

  • Heeft polariserende glazen.
  • Is niet al te donker.
  • Sluit goed aan op je hoofd.
  • Een zonnebril met grote glazen en een dun montuur geeft een ruimer blikveld dan kleine glazen in een dik montuur.
  • Meekleurende glazen veranderen op basis van lichtintensiteit en zijn minder geschikt voor in de auto. Dit komt omdat de glazen niet onmiddellijk veranderen van kleur wanneer het noodzakelijk is. Bijvoorbeeld als je een tunnel inrijdt. Bovendien hebben nieuwere auto’s UV-werende folie op de voorruit. Hier werken meekleurende glazen niet.
  • UV-licht dringt ook door het glas van je auto naar binnen. De voorruiten van nieuwere auto’s beschermen tegen UV-straling, maar de zijruiten niet. Het is daarom verstandig om je ogen te beschermen met een zonnebril met goede UV-filter.

2. Zet altijd je verlichting aan

Zet altijd je verlichting aan, ook bij felle zon. Als je je lichten aan doet als de zon laagstaat, hebben je medeweggebruikers daar profijt van. Zij zullen jou beter zien aankomen waardoor veel ongelukken voorkomen worden.

3. Was je autoruiten

De combinatie van zon en smerige autoruiten kan je volledig verblinden. Zorg er daarom voor dat je ramen altijd zo schoon mogelijk zijn. Reinig zowel de binnen- als buitenkant. Je kunt hiervoor gewoon water en een sopje gebruiken, maar vergeet dan niet om de ruiten met een schone doek droog te maken. En vul regelmatig je ruitenwisservloeistof bij, zodat je – indien nodig – ook tijdens het rijden je ruiten nog een keer schoon kunt maken. Check ook de ruitenwissers zelf: die moeten in goede staat zijn. Verouderde ruitenwissers trekken strepen over je ruiten waardoor je zicht wordt belemmerd.

4. Pas snelheid en rijstijl aan

Dat jij minder kunt zien door de zon, betekent ook dat andere weggebruikers minder kunnen zien. Wees je hiervan bewust. Pas daarom je snelheid en rijstijl aan. Rijd rustig en voorspelbaar, maak vooral geen onverwachte bewegingen en geeft altijd ruim op tijd richting aan. Op die manier kunnen zowel jij als de andere weggebruikers ruim op tijd reageren.

5. Gebruik je zonnekleppen

Die zonnekleppen in de auto zitten er niet voor niets; ze zijn ontzettend handig om jezelf te beschermen tegen de laagstaande zon. In sommige gevallen kun je ze verlengen, waardoor ze net wat effectiever worden, maar de meeste auto’s zijn er niet mee uitgerust, dus je moet zelf een verlengstuk aanschaffen. Houd er wel rekening mee dat je nog goed vooruit moet kunnen kijken. Een zonneklep op het zijraam kan ook nuttig zijn.