Tiny houses, heel kleine huisjes, zijn helemaal in. Veel kun je er niet in kwijt, alleen het hoognodige. Maar dat maakt ze voor sommige mensen juist zo aantrekkelijk. Hoeveel spullen heeft een mens nu echt nodig!
Televisiepersoonlijkheid mr. Frank Visser (72) geeft elke maand een kijkje in de keuken van de rechtspraak.
In elk geval kunnen ze een uitkomst zijn voor mantelzorgers. Dat leek mevrouw Doornbos (dat is een gefingeerde naam) ook. Zij wilde graag dat haar dementerende moeder dicht bij haar in de buurt kwam wonen, om haar te kunnen verzorgen. Zo ontstond het plan om een tiny house neer te zetten in haar ruime achtertuin. Dat was toegestaan volgens het bestemmingsplan voor mantelzorgers. De buren werden geïnformeerd. Daarop werd een vergunning aangevraagd, waarbij werd aangegeven dat de buren akkoord gingen. De gemeente verleende de vergunning. De bouw kon beginnen. De aannemer begon direct met het uitvoeren van de voorbereidende werkzaamheden. Inmiddels was één van de buren verhuisd. Hij had zijn huis verkocht aan meneer Schreuder (dat is ook een gefingeerde naam) die van geen tiny house wist. Gealarmeerd door de werkzaamheden naast hem, nam hij direct poolshoogte. Mevrouw Doornbos liet hem het bouwplan zien, compleet met tekening. Zij verzuimde daarbij niet te benadrukken, dat er toestemming was gegeven door de toenmalige buren.
Bovendien was er een onaantastbare bouwvergunning. Schreuder kwam er na kennisneming van het bouwplan achter dat het huisje meters hoog boven de heg uit zou steken, waardoor er vanuit het bovenraam een onbelemmerd zicht op zijn tuin zou zijn. Bovendien had het huisje geen dakgoot en waterde het dak bij regen direct over de heg in zijn tuin af. Kon dat niet anders? Nee, kreeg hij te horen. Zo was het bouwplan, waarvoor de vergunning was verkregen. En zonder bovenraam kwam er onvoldoende licht en lucht het huisje binnen. Opschuiven ging evenmin, omdat daarvoor, ondanks de beperkte afmetingen van het huisje, niet genoeg ruimte was. Daarmee nam Schreuder geen genoegen. Nadat mevrouw Doornbos had geweigerd de voorbereidende werkzaamheden stop te zetten, vreesde Schreuder dat het huisje er snel zou worden neergezet. Hij spande een kort geding aan, waarin stopzetting van de bouw werd gevorderd.
Mevrouw Doornbos voerde aan dat zij een onherroepelijk geworden vergunning had verkregen. Niemand had daartegen tijdig bezwaar gemaakt bij de gemeente. Bovendien beriep zij zich op de mondeling en via whatsapp gegeven toestemming van haar toenmalige buren. De voorzieningenrechter, die korte gedingen in een rechtbank behandelt, maakte korte metten met dat verweer. Om te beginnen stelde hij vast dat een vergunning om te bouwen in beginsel geen afbreuk doet aan het burenrecht. En het vergunde huisje was daarmee, vanwege dat bovenraam en het dak, duidelijk in strijd. Weliswaar was het mogelijk dat de toenmalige buren toestemming hadden gegeven, maar daarvan was geen bewijs geleverd.
Bovendien zou meneer Schreuder hoe dan ook niet gebonden zijn aan een dergelijke toestemming, als hij daarvan niet had geweten of had kunnen weten. Buiten kijf stond dat Schreuder het niet had geweten. Had hij het dan moeten weten? Nee, want de gestelde toestemming was niet via de notaris vastgelegd en geregistreerd. De wet stelt klip-en-klaar dat ongeregistreerde afspraken niet aan een onwetende rechtsopvolger mogen worden tegen-geworpen. Daarmee was de uitslag gegeven. Mevrouw Doornbos mocht het huisje niet laten bouwen.
Reactie toevoegen