Plus Onderzoek: Hoe de smartphone ons leven verandert

Volgens een Britse studie checken mensen gemiddeld 221 keer per dag hun smartphone. Verslaving ligt op de loer. Hoe zit dat met 50-plussers? Uit Plus-onderzoek blijkt dat zij aanzienlijk relaxter met hun mobieltje omgaan.

De Pluslezers uit het onderzoek grijpen gemiddeld zo’n 24 keer per dag naar hun smartphone (mobiele telefoon met internet), een stuk minder vaak dan jongere mensen, bij wie de smartphone hun leven lijkt te beheersen. Wouter van Noort (31) publiceerde kortgeleden een boek over hoe de smartphone ons leven is binnengedrongen: Is daar iemand? (uitg. De Bezige Bij, €16,99). Steeds meer onderzoek toont aan dat overmatig smartphonegebruik slecht is voor onze concentratie, ons gestrest maakt en zelfs ons brein verandert. Sterker nog: er zijn steeds meer aanwijzingen dat ons smartphonegedrag kenmerken heeft van een collectieve verslaving. Hij vindt naar aanleiding van het Plus-onderzoek: “Je kunt wel zeggen dat 50-plussers minder geobsedeerd zijn en meer in balans in de omgang met hun mobieltje dan veel jonge mensen. Als ik mijn eigen omgeving bekijk, zie ik collega’s en vrienden die het een superhandig ­apparaat vinden, maar er ook last van hebben dat het ding hun hele leven beheerst. Steeds vaker vragen we ons af hoe we in balans kunnen blijven in de omgang met de smartphone. Doordat 50-plussers gematigder met hun mobiele telefoon omgaan dan de rest van de mensheid, lopen ze minder risico op verslaving en worden ze minder blootgesteld aan de verleiding om bijna obsessief hun telefoon op te pakken.”

WhatsApp het populairst

De meeste Pluslezers zijn blij met hun smartphone. Want dankzij de smartphone blijft bijna 80 procent van hen op een makkelijke manier in contact met vrienden, kennissen en familie­leden. En 72 procent heeft er vaker en beter contact met de kinderen door. Bijna alle ondervraagden nemen de telefoon mee als ze op pad gaan, in de eerste plaats omdat ze zich daar veiliger door voelen: “De SOS-knop is voor mij de reden van aanschaf geweest.” Wat doen we op de mobiele telefoon? Meer nog dan bellen (88 procent) sturen we elkaar berichtjes met WhatsApp (92 procent). Niet zo heel veel berichtjes trouwens. Ruim de helft van de ondervraagden ontvangt en stuurt niet meer dan vijf berichten per dag. Van Noort: “50-plussers concentreren hun aandacht en contacten. Dat is verstandiger dan de hele dag met honderden mensen honderden berichten uitwisselen.” Van Noort wijst in dit verband op onderzoek van de Britse antropoloog Robin Dunbar. “Dunbar vroeg zich af of we het ­eigenlijk wel aankunnen om met zoveel mensen in contact te staan. Het onderhouden van een echte vriendschap vereist een mentale capaciteit die eindig is, aldus Dunbar. Als je die capaciteit in het onderhouden van driehonderd Facebookvrienden steekt, dan kun je die niet meer steken in het onderhouden van de vijftien of vijf mensen die er daadwerkelijk toe doen. Oftewel: voor een halfuurtje facebooken met vage bekenden lever je qualitytime in met je échte dierbaren.”

Verschil in concentratie

59 procent van de grootouders heeft dankzij de smartphone vaker en beter contact met de kleinkinderen. Maar er is ook een keerzijde: als de kleinkinderen er zijn, hebben ze voor opa en oma weinig aandacht, want ze zijn vooral met hun mobieltjes bezig: 61 procent van de grootouders ­herkent dit. 29 procent van de ondervraagden maakt zich zorgen over hun kleinkinderen en 17 procent voelt zich soms afgewezen. Desalniettemin pakken de meeste grootouders het vrij relaxed aan: “Ik laat ze gaan, als ze het maar naar hun zin hebben”, “Het zit er ingebakken bij de jeugd, ik maak me er niet meer zo druk om”, en “Het zijn pubers en dan zijn vrienden belangrijker dan opa en oma. Ik vind het leuk dat ze toch nog zo vaak langskomen”, zijn enkele van de reacties. Ruim een derde heeft de kleinkinderen weleens tot de orde geroepen over hun smartphonegebruik. 18 procent heeft huisregels opgesteld en daarop staat met stip op nummer één: geen mobiele telefoon aan tafel! Als het botst tussen de generaties, wat is er dan aan de hand? Is het een verschil in omgangsvormen? Van Noort denkt dat het meer te maken heeft met een verschil in concentratie. Van Noort: “Alle onderzoeken tonen precies hetzelfde: concentratie neemt meetbaar af door veelvuldig smartphonegebruik. Ouderen kunnen zich langer concentreren en het valt hun op dat de jeugd veel sneller is afgeleid. Dat ervaren grootouders nogal eens als onaardig of onbeleefd gedrag.”

Digitaal dieet

Hoewel de Pluslezers in overgrote meerderheid positief zijn over hun smartphone, maakt 23 procent zich zorgen over volwassen vrienden en familieleden. Irritaties zijn soms onvermijdelijk. Met name over: een gesprek onderbreken om berichten die binnenkomen te beantwoorden, de telefoon opnemen aan tafel en het constant reageren op wat zich aandient via de telefoon. “Ik heb een vriendin die elke paar minuten op haar telefoon kijkt en reageert op ­alles. Hoogst irritant.” Een nuttige richtlijn voor gezond smartphonegebruik biedt Jocelyn Brewer, een Australische psychologe. Zij heeft ‘Digital Nutrition’ bedacht, digitaal dieet. Je moet de smartphone behandelen als voedsel, zegt zij. Je moet bewust zijn van wat je eet/gebruikt en jezelf ook in acht nemen en begrenzen. Van Noort heeft dat nog concreter gemaakt: vergelijk de smartphone met suiker. Suiker is nodig en het is lekker. Maar het is ook verslavend. En veel mensen eten er net iets te veel van. Het is lekker, maar je moet wel matigen en discipline betrachten. Net als met je mobieltje.

Pluslezers en hun smartphone

  • 63% kijkt maximaal twintig keer per dag op de smartphone.
  • 23% checkt bij het wakker worden gelijk de mobiele telefoon.
  • 87% neemt de smartphone meestal of altijd mee als hij/zij de deur uitgaat.
  • 91% denkt dat hij/zij niet verslaafd zal raken aan de mobiele telefoon.
  • 84% vindt de smartphone een handig apparaat waar je veel plezier van hebt.
  • 61% ziet de smartphone als een ­hulpmiddel om vriendschappen en contacten te onderhouden.
  • 72% heeft dankzij de smartphone ­vaker en beter contact met de kinderen.
  • 37% van de grootouders heeft de kleinkinderen weleens tot de orde ­geroepen over hun smartphonegebruik.
  • 18% van de Pluslezers heeft huisregels voor de kleinkinderen opgesteld.
  • 67% wil de smartphone nooit meer missen.

Mag het ietsje minder?

Vind je dat kleinkinderen te veel op hun mobieltjes bezig zijn als ze op  bezoek zijn? Deze grootouders hebben er wat op gevonden.

• Dick Breedveldt (70) uit Leeuwarden: “Mijn vrouw en ik nemen onze kleinkinderen al vanaf hun kleutertijd mee naar een vakantiepark. Nu ze beginnen te puberen, lijken ze niet meer zonder hun mobieltje te ­kunnen. Daar hadden we afgelopen voorjaarsvakantie iets op bedacht: we lieten ze hun telefoons op de dag van aankomst in de kluis leggen. Met zaklampen en een beetje fantasie maakten we er een spannend ­ritueel van, alsof we een geheime schat aan het verbergen waren. Op de dag van vertrek vierden we het terugvinden van de mobieltjes met een extra lekker ijsje. Het werkte zo goed dat we erover denken bij ons thuis ook zo’n kluisje neer te zetten. Voor alle keren dat ze met hun ­onafscheidelijke apparaatjes bij ons komen logeren.”

• Annie Lansing (67) uit IJmuiden: “Toen ik zelf jong was, beloofden mijn ouders mij 100 gulden als ik tot mijn 18de niet rookte. Nu doe ik iets ­dergelijks met de kleinkinderen. In mijn aanwezigheid wil ik niet dat ze op hun mobieltje zitten te spelen. Dus geef ik ze de keus: ze kunnen dat ding bij me inleveren. Dan stop ik het in mijn handtas. Voor ieder uur dat ze zonder kunnen en er ook niet om vragen, krijgen ze vijftig cent. Als ze een weekend hier zijn, kunnen ze heel wat bij elkaar sparen. Daar maken ze een sport van!”

• Diny Bruntink (78) uit Neede: “Bij ons is het zo: als mijn dochter met het gezin komt, of wij gaan naar hen, mogen de kinderen hun mobieltjes wel meenemen om bijvoorbeeld even foto’s te laten zien. Maar verder mogen ze ze niet meer gebruiken. Ik vind dat heel normaal. Ze moeten ook zonder die schermpjes leren communiceren. Gewoon verbieden dus. Geen kind wordt er slechter van als je het bepaalde grenzen stelt.”  

Train je brein met de puzzelapps voor smartphone en tablet: www.plusonline.nl/puzzelapp

Bron(nen):