Zo groeit uw haar

De drie groeifasen van het haar

Haar is belangrijk voor veel mensen. Maar eigenlijk besteden we pas echt aandacht aan onze haren als er problemen mee zijn, zoals haaruitval. En dat terwijl het proces van haargroei best interessant is. Wist u bijvoorbeeld dat het aantal haren op uw hoofd al bij uw geboorte vastligt? En dat het hoofdhaar zich gedurende uw leven zo’n twintig keer ververst?

We worden geboren met al onze haarzakjes op hun plek. Haarzakjes kunnen wel veranderen van grootte, maar we ontwikkelen na onze geboorte geen nieuwe.  Mannen hebben over het algemeen meer haren dan vrouwen. De heren hebben er tussen de 150.00 en 180.000, vrouwen tussen de 130.000 en 150.000. Dagelijks verliezen we er tussen de vijftig en de honderd.

Haarwortel

Dat wat wij haar noemen, zijn eigenlijk afgestorven haarcellen. Het levende deel van het haar ligt onzichtbaar onder de huid; de haarwortel. De haarwortel zit vast in een haarfollikel, een soort zakje in de huid.  Bij die follikel horen ook nog talgklieren en spiertjes. De haarwortel ligt altijd schuin onder de huid. Hierdoor wordt de groeirichting bepaald. De haren worden verzorgd door bloedvaten die voedingsstoffen aanvoeren. De kwaliteit van je haar wordt mede bepaald door de voedingstoffen waarmee de haarwortel wordt gevoed. Haar groeit gemiddeld zo’n 0,35 millimeter per dag en heeft een diameter van ongeveer 0,05 millimeter. Overigens groeien baardharen dagelijks zo’n  0,38 millimeter en wenkbrauwen 0,16 millimeter.

Zenuwbanen zorgen ervoor dat we voelen dat ons haar wordt aangeraakt als u er bijvoorbeeld met uw handen doorheen gaat. De hele haar (wortel en schacht) is van binnen naar buiten opgebouwd uit merg, schors en een geschubde laag. Om de haarwortel ligt een wortelschede. Het  haarmerg  is maar heel dun, de schors (cortex) is het dikste deel van de haar. De schors bestaat uit langgerekte cellen die strengen vormen, de macro- en microfibrillen. De fibrillen worden bij elkaar gehouden door een kitsubstantie (matrix). Ze worden van elkaar gescheiden door celmembranen. Het haar bestaat vooral uit het eiwit keratine. Dit is elastisch en kan water opnemen.

Haar groeit en vernieuwt zich voortdurend. Onderin de haarwortel worden steeds nieuwe cellen gevormd. Deze verplaatsen zich naar de oppervlakte van de huid. Onderweg veranderen ze. Uiteindelijk verhoornen ze en vormen de haarschacht. De groei van het haar wordt in drie fasen onderverdeeld.

De groeifase

Haar bevindt zich ongeveer twee  tot zes jaar in de groeifase, ook wel de anagene fase genoemd. In deze periode voorziet de haarwortel zogenaamde ‘haarcellen’ die worden gevormd uit allerlei voedingstoffen.  Nieuwe haarcellen worden achter elkaar het haarwortelkanaal ingeduwd, waardoor de bestaande haarcellen opschuiven en steeds verder naar buiten komen. Haar groeit dagelijks ongeveer 0,35 millimeter en kan in de groeifase ongeveer 25 tot 70 centimeter lang worden. Ongeveer 85 tot 90 procent van ons haar bevindt zich in de groeifase.

Overgangsfase

In de overgangsfase, oftewel katagene fase, heeft de haar zijn maximale lengte bereikt en bereidt zich voor om uit te vallen. Vanaf dit moment groeit het haar niet meer. Het haarzakje krimpt, het huidoppervlak wordt als het ware gesloten en de haarwortel is minder stevig verankerd in de huid. De overgangsfase duurt één tot twee weken. Slechts 1 tot 3 procent van al uw haar bevindt zich in de overgangsfase.

De rustfase

De rustfase, oftewel de telogene fase is de laatste fase in de haarcyclus. De oude haren worden in deze rustfase door nieuwe haren uitgestoten. Het haar zal echter zo’n één tot drie maanden in de rustfase blijven voordat uitvalt.

Dit hele proces herhaalt zich zo’n twintig keer. Bij mensen met een korte groeifase zal daardoor eerder kaalheid optreden dan bij mensen met een lange groeifase.

En de kleur dan?

In de haarschors zitten kleurstoffen, melanine, die voor de kleur van ons haar zorgen. De kleur wordt onderin de haarwortel gemaakt door pigmentcellen en schuift met de groei van het haar mee naar buiten. Er zijn twee soorten melanine die in verschillende verhoudingen in het haar voorkomen. Mensen met donker haar hebben meer eumelanine, mensen met blond of rood haar hebben meer phaeomelanine.

Soorten haren

Voor de geboorte groeien er uit de haarfollikels lanugoharen. Deze wollige haren worden voor de geboorte al afgestoten en vervangen door vellusharen. Deze laatste zijn niet gepigmenteerde donshaartjes van 2 tot 3 millimeter lang. Alleen op het hoofd, de wenkbrauwen en de wimpels ontstaan de stevigere terminale haren die wel gepigmenteerd kunnen zijn. Onder invloed van hormonen tijdens de puberteit worden de vellusharen in de oksels en schaamstreek ook terminale haren. Bij de man ontstaan ook terminale haren in het gezicht, op de romp, armen en benen. Bij het ouder worden kunnen kunnen terminale haren devalueren tot vellusharen. Ook treedt er een verlies van pigment op.