Wat zeg je? Gehoorverlies wordt vaak niet herkend

Slechter horen ontstaat niet van de ene op de andere dag; heel geleidelijk aan wordt het gehoor minder. Dat is ook de reden dat veel mensen niet eens in de gaten hebben dat ze hoorproblemen hebben. Af en toe laten testen, kan dus geen kwaad.

Kinderachtig, dat vindt Anneke van Hooijdonk (61) zichzelf. “Als de batterijtjes van mijn hoortoestel leeg zijn, gaan ze piepen. Niemand hoort het, alleen ik. Om een einde aan dat nare geluid te maken, steek ik dan snel een hand achter mijn oor, en laat ik het toestel in mijn broekzak glijden. Maar waarom nou toch? Waarom laat ik het niet gewoon zien?”

Sinds vier jaar draagt Anneke hoortoestellen. Kleintjes, niet ín maar achter haar oor. Als ze haar haar ervoor draagt, ziet niemand iets. Veel vrienden en kennissen hebben haar ‘hoorbelletjes’, zoals ze ze graag noemt, nog nooit gezien. “Aan een tafel vol mensen zou ik zo graag ineens roepen ‘zeg, weten jullie eigenlijk wel dat ik een pantertje achter mijn oor heb?’ Om dan mijn haar naar achteren te schuiven en een vrolijk hoortoestel met pantermotief te laten zien. Die zag ik in de winkel. Dat lijkt me nou zó grappig – maar ik heb hem nog niet eens gekocht.”

Geaccepteerd

In haar terughoudendheid staat ze niet alleen; ongeveer 20 procent van de mensen met een hoortoestel vindt het dragen daarvan nog niet echt maatschappelijk geaccepteerd. Dat blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de Nationale Hoorstichting.

Er zijn ook mensen die een hoortoestel nodig hebben, maar er geen dragen. Gemiddeld zijn zij al elf jaar slecht-horend. Ook de mensen die wél een hoortoestel dragen, hebben lang gewacht: zo’n zeven jaar. Een minderheid, 20 procent, is slagvaardig en zette de stap binnen een jaar. Zoals Anneke. Toen haar dochter steeds vaker riep: ‘Máham, dat zei ik niet!’ ging ze naar de huisarts.

“Verstandig”, zegt professor Wouter Dreschler, hoogleraar audiologie in het AMC in Amsterdam. “Hoe eerder je begint met een hoortoestel, hoe beter je daarmee uit de voeten kunt op het moment dat het echt niet meer anders kan. Het is belangrijk dat de gehoor-zenuw, die geluid vanuit het oor vertaalt naar de hersenen, geprikkeld blijft. Krijgt die zenuw te lang geen impulsen, dan kun je niet meer goed wennen aan een hoortoestel.” 

Dreschler raadt mensen dan ook aan hun gehoor te laten testen als ze vermoeden dat ze minder goed horen. “Een klein en licht hoortoestel kan in dat stadium goed helpen. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat we alle hoorproblemen kunnen oplossen. Hoe geavanceerd de moderne hoortoestellen ook zijn, in sommige situaties, zoals bij het communiceren in lawaai op het werk, is er nog altijd geen goede oplossing.”

Geleidelijke achteruitgang

Mensen hebben echter niet altijd in de gaten dat hun gehoor achteruit is gegaan, zegt Dreschler. Het is vaak de omgeving die hen erop wijst. Maar hoe kun je een hoorprobleem nou niet onderkennen? Als je vanwege een verkoudheid tijdelijk niet goed hoort, merk je dat toch ook meteen?

“Gehoorverlies gaat meestal heel geleidelijk”, verduidelijkt de hoogleraar. “Vanaf het dertigste jaar gaat het gehoor achteruit door een langzame veroudering van het hoorzintuig, bij de een sneller dan bij de ander. Mensen wennen eraan dat ze niet meer alles horen, zeker doordat de hersenen zelf de manco’s invullen. Als je maar de helft verstaat van wat wordt gezegd, bedenk je voortdurend wat de meest logische inhoud zal zijn.” Maar dat is niet zonder gevolgen, weet Dreschler. “Dat gaten vullen kost veel energie. Zéker als je niet door hebt dat je niet meer zo goed hoort.”

Wie weet dat z’n oren niet meer tiptop zijn, zoekt als hij iets moet bespreken met een collega een rustige kamer op met weinig nagalm en spreekt met een vriend af in een rustig restaurant in plaats van in een eetcafé. Maar weet je dat niet, dan kom je niet op het idee om maat-regelen te nemen. En dan ben je aan het eind van de dag doodop, heb je barstende koppijn of slaapproblemen. “Een niet-onderkend hoorprobleem kan allerlei klachten geven die je ook van te veel stress kunt krijgen”, zegt Dreschler. Mensen wijten die klachten vaak aan hun leeftijd of aan het moderne leven, dat steeds hectischer wordt, of aan de steeds slechtere akoestiek van gebouwen.

Confrontatie

Zelfs als mensen voor een onderzoek op onze afdeling komen en er dus op voorbereid zijn dat hun gehoor mogelijk verminderd is, blijven ze vaak ontkennen. Sommigen zijn echt stomverbaasd als ik ze met de resultaten van hun hoortest, het audiogram, confronteer. Maar als ze dan zien hoe groot de gehoorschade is, kunnen ze er niet meer omheen. Dat kan heel confronterend zijn, ja.”

Hoeveel mensen gehoorverlies hebben zonder het te weten, is niet precies bekend. Dreschler: “Uit onderzoek van TNS NIPO, in opdracht van de Nationale Vereniging van Slechthorenden, blijkt dat ruim 1,6 miljoen Nederlanders gehoorverlies hebben. Slechts eenderde van hen draagt een hoortoestel. En ik durf de stelling wel aan dat er achter de cijfers van mensen die vervroegd stoppen met werken vanwege een (dreigende) burn-out, heel wat verborgen gehoorverlies schuilgaat. Omdat ze zelf niet
weten dat er iets aan hun gehoor mankeert en de bedrijfsarts er ook geen oog voor heeft.”

Overweldigend geluid

Anneke schrok even toen ze haar hoortoestel indeed in de winkel. “Het geluid was zo overweldigend, dat ik me ineens realiseerde wat ik al die tijd heb moeten missen. Ik moest even tot mezelf komen. Nu ben ik er blij mee, vooral omdat ik er een beetje mee kan spelen – ik draag ze niet altijd. Wel als we met de hele familie aan tafel zitten, zeker in het huis van mijn dochter. Daar is het vrij leeg, modern en daardoor klinkt alles nogal hol en hard.

En als ik in De Nieuwe Veste ben in Breda, waar ik al jaren cursussen kleien volg, kan ik ook niet zonder. Ik ben daar zo geconcentreerd met mijn werk bezig, dat ik niet op of om kijk. Maar ik wil natuurlijk niet missen wat er achter me wordt gezegd... Thuis draag ik de toestellen niet vaak. Daar liggen tapijt en allerlei kussentjes, ik hoor echt wel wat mijn man zegt. Als we samen tv kijken, heb ik ze zeker niet in. Mijn man zet het geluid zo loeihard dat ik het toch wel versta. Ik heb al zo vaak tegen hem gezegd dat hij z’n oren moet laten controleren, maar daar wil hij niks van weten...”

Keurmerk audiciens

Veel audiciens bieden gratis en vrijblijvend hoortesten aan. Om er zeker van te zijn dat de audicien een kwalitatief goede test afneemt, deze juist interpreteert en doorverwijst naar de kno-arts of een audiologisch centrum als dat nodig blijkt te zijn, kunt u tegenwoordig vertrouwen op het StAr-keurmerk. Alleen audiciens die zich aan de zogeheten Veldnorm houden, mogen dat keurmerk voeren.

Die normen zijn onlangs opgesteld door alle betrokken partijen in de hoorzorg – niet alleen audiciens, maar ook kno-artsen, audiologen, de industrie en patiënten organisaties. U vindt het keurmerk bij vrijgevestigde audiciens en ook bij hoor-speciaalzaken van de grotere winkelbedrijven.

“Ook als u voor een gehoortest naar de huisarts bent gegaan en uw oren hebt laten testen bij een kno-arts, is het raadzaam het hoortoestel te kopen bij een audicien met het StAr-keurmerk, zegt Wouter Dreschler, die nauw betrokken was bij de totstandkoming ervan. “Er zijn nog altijd audiciens die de verkoop van hoortoestellen te veel als puur handel zien, geen goede testen gebruiken, geen goed gekwalificeerd personeel in dienst hebben of het er ‘even’ bij doen in hun optiekzaak.

Maar het gaat niet om de apparatuur alleen, zoals bij tv’s en stofzuigers, het gaat om technisch hoogstaande apparaten die precies op het gehoor en de leefsituatie van de gebruiker moeten worden afgesteld. Dat keurmerk was dus hard nodig.”

Bron(nen):

Reactie toevoegen

1 Reactie

Door Frea Plantinga op di, 6-12-2016 - 19:01

Wanneer mensen langzaam in gehoor achteruit gaan, is dat wel degelijk merkbaar voor de omgeving, want die moet steeds harder gaan praten om verstaanbaar te blijven. Natuurlijk kan dat door truukjes van de slechthorende worden weggemoffeld, door b.v. heel goed te leren omgaan met liplezen, maar vaak zie je dat ook aan de ogen van de persoon, die zijn dan sterk op de mond van de prater gericht. Daarnaast gaan velen dan meebewegen met hun eigen mond, zodat ze beter kunnen concentreren op de prater. Dus m.i. moeten er wel degelijk meer signalen zijn afgegeven aan de slechthorende door de omgeving.....