Handel in honden en katten: er gaat nog veel mis

In 2019 ontving de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 849 meldingen over mogelijke misstanden bij de fok, handel en import van honden en katten. Wat gaat er zoal mis en welke gevaren brengt dat eigenlijk met zich mee?

Het grootste deel van de inspecties van het NVWA vindt plaats nadat iemand een melding van een mogelijke misstand heeft gedaan. Daarnaast doet de organisatie steekproefsgewijs onderzoek bij dierenasiels en bij locaties waar in beslag genomen dieren worden opgevangen.

Melding maken heeft zin

De NVWA heeft vorig jaar bij 118 bedrijfsmatige houders van honden of katten een inspectie uitgevoerd, steeds na een melding. Dat zo’n melding zin heeft, blijkt uit de resultaten: bij slechts 19 van deze bedrijven was alles in orde. Bij de overige 99 bedrijven bleken er inderdaad problemen te zijn.

De NVWA kwam onder meer fokkers tegen die niet over het wettelijk verplichte vakbekwaamheidsbewijs beschikten. Ook waren er overtredingen op het gebied van identificatie en registratie van de dieren. En bij de import van honden (en katten) kwam de NVWA veel dieren zonder Europees paspoort, zonder gezondheidscertificaat en/of zonder rabiësinenting tegen. Verder troffen de inspecteurs veel ingevoerde honden aan die jonger dan 15 weken waren.

Hond uit buitenland: hondsdolheid een reëel gevaar

In 2019 werden er volgens de officiële cijfers 31.022 honden uit het buitenland geïmporteerd. In sommige gevallen gaat het dan om illegale import. Van de in totaal 849 meldingen die de NVWA ontving, ging het in 13 procent van de gevallen om illegale import mét een hoog risico op rabiës (hondsdolheid). Rabiës is op mensen overdraagbaar via een krab, beet of lik van een besmet dier. Het verraderlijke is: een dier kan rabiës ook overdragen terwijl hij zelf nog geen symptomen van het virus heeft. In Nederland komt rabiës zeer zelden voor, maar wereldwijd sterven er elk jaar 50.000 mensen aan. Veel van de hier geïmporteerde honden komen uit landen als Polen en Roemenië – landen waar rabiës nog gewoon voorkomt. De vrees is dan ook dat de import van honden en katten uit deze regio’s ook betekent dat rabiës ons land weer vaker bereikt.

Dier uit buitenland: de regels

  • Het dier heeft een Europees dierenpaspoort. Dit paspoort is alléén verkrijgbaar bij dierenartsen
  • Het dier is gechipt
  • Het dier heeft een geldige rabiësinenting
  • Het dier is minimaal 15 weken oud. Deze eis heeft te maken met de rabiësinenting: die mag pas op de leeftijd van 12 weken worden gegeven. Daarna geldt nog een wachttijd van 21 dagen, pas daarna is het zeker dat het dier gezond is
  • In Nederland moet de hond binnen 14 dagen worden aangemeld bij een officiële databank

Op de website van de NVWA vindt u een vragenlijst voor het meenemen van een hond of kat uit het buitenland.

Herken de foute fokker

Wilt u graag een dier in huis halen, zorg er dan voor dat u zich goed informeert. Op de website van het LICG (Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren) vindt u veel nuttige informatie, zoals de checklist voor puppykopers. Wees u ervan bewust dat er genoeg goede fokkers zijn, maar dat er ook veel fokkers zijn bij wie het niet om de dieren maar om de euro’s gaat. Op de website van het LICG leest u hoe u zulke fokkers herkent.

Gevolgen van malafide fok

Dieren die de eerste weken van hun leven in een schuur moeten doorbrengen, hebben vaak gezondheidsproblemen (denk aan vlooien, teken, darminfecties). Maar dat is niet het enige… Dieren die opgroeien in een vieze omgeving, zonder aandacht van mensen en soms zelfs zonder daglicht, houden daar vaak de rest van hun leven last van. Dat uit zich bijvoorbeeld in onzindelijk gedrag, eenkennigheid of vervelend of soms zelfs agressief gedrag in contact met andere dieren en/of mensen. Net als elk mens heeft een dier een veilige, schone en vriendelijke omgeving nodig om op te groeien tot een stabiel en vriendelijk volwassen dier.

Bronnen:
NVWA
LICG