Lijden met een lach, hoe doe je dat?

‘De zin van ziekte’, ­‘Leren van je ziekte’: in de boekhandel wemelt het van dit soort titels. Allemaal met dezelfde blijde boodschap: door een positieve houding kun je het verloop van je ziekte gunstig beïnvloeden. Razend kunnen mensen met een ernstige ziekte daarvan worden. Terecht. Want voor je het weet, krijg je een schuldgevoel aangepraat. Dan moet je niet alleen knokken tegen je ziekte, maar daar ook nog levenswijsheid uit putten. Anders ben je een zieke die ‘verkeerd denkt’.

Medisch psycholoog Mark Crouzen van het Diakonessenhuis in Utrecht moet niets hebben van dergelijke kwalificaties. Hij is geen blij lachende goeroe die beweert dat positief denken kwalen doet verdwijnen. “Toch is het onmiskenbaar dat mensen verschillend omgaan met ziekte”, zegt hij. “Net als met andere problemen.” Coping noemen psychologen dat.

Crouzen: “Hoe een ziekte de kwaliteit van je leven beïnvloedt, hangt niet alleen van de ziekteverschijnselen af, maar ook van je coping-strategie, ofwel: hoe je ermee omgaat.” Een zweverige gedachte? “Helemaal niet”, zegt Crouzen. “Bij mensen met dezelfde lichamelijke verschijnselen is er aantoonbaar verband tussen hun coping-strategie en de hinder die ze van hun klachten ondervinden.” Hij geeft een voorbeeld. ­“Patiënten die een pijndagboek bijhouden en leren analyseren welke patronen daarin te herkennen zijn, krijgen zo meer greep op hun klachten. Ze kunnen hun gedrag aanpassen, zodat ze beter met de pijn kunnen omgaan. Maar ook het gevoel dat ze zelf iets aan de pijn kunnen doen, verhoogt hun kwaliteit van leven.”

Blijmoedig type 

Ziek zijn is in feite een extreme situatie, die uitvergroot hoe je met jezelf en met problemen omgaat. De een denkt steeds: waarom ik? De ander weet een positieve draai te geven aan wat hem of haar overkomt. Die schrijft bijvoorbeeld, zoals Frederike Pol, een boek over de kanker die haar trof. Die gebruikt net als Marlies van Wijngaarden haar burn-out om eindelijk het roer om te gooien. Of verhuist zoals Carli Varga naar een plek waar ze minder last heeft van haar ziekte.Crouzen: “Dat is lang niet iedereen gegeven.”

Het glas kan half vol of half leeg zijn. Wat je ziet en ervaart als je ziek wordt, hangt sterk af van je levenshouding. En dat is geen jas die je naar believen kan wisselen voor een andere. Je levenshouding wordt grotendeels bepaald door aangeboren temperament, door de omgeving waarin je bent opgegroeid en wat je hebt meegemaakt: zaken waar je weinig aan kunt doen. Toch kunnen ook mensen die niet gezegend zijn met een optimistische kijk op het leven, leren om hun coping-­strategie te veranderen, zegt Crouzen.

Op zijn spreekuur ziet hij veel mensen die zich boos, verdrietig of angstig voelen door hun ziekte. Ze zeggen bijvoorbeeld: “Ik heb de hele dag pijn en niemand begrijpt me.” Of: “Ik ben zo bang dat ik weer een hartaanval krijg. Ik wil van die angst af.” Maar je gevoel veranderen gaat niet zomaar. Crouzen: “Ga vooral niet oefenen om positief te denken als je van nature niet zo’n blijmoedig type bent. Dat maakt je alleen maar onzeker.” Angst en boosheid verdwijnen ook niet door positieve kreten te slaken. Het wegdrukken van gedachten of gevoelens werkt juist averechts in onze hersenen. Crouzen: “Dat komt doordat onze hersenen het woord ‘niet’ niet begrijpen. Als iemand tegen zichzelf zegt: ‘Denk niet aan die enge man’, dan lezen je hersenen: ‘Denk aan die enge man.’ Hoe meer je zo’n gedachte probeert weg te drukken, hoe sterker hij wordt.”

Vicieuze cirkel 

Daarom is het eerste wat je volgens Crouzen moet doen: de negatieve gevoelens die een ziekte veroorzaakt erkennen. Het is heel begrijpelijk dat je boos of verdrietig bent als je een akelige ziekte hebt, zegt hij tegen zijn patiënten. Maar, houdt hij ze daarna voor, sta niet te lang stil bij die gevoelens. “Anders kom je in een vicieuze cirkel terecht. Je kiest dan te veel voor je korte-termijn-gevoelens. Als je je ’s ochtends somber voelt en in je bed blijft liggen, blijf je je somber voelen. Toch gewoon naar je werk gaan – je gedrag veranderen – is vaak beter.”

Probeer niet in negatieve gevoelens te blijven hangen: dat geldt ook voor boosheid, zegt Crouzen. “Het lijkt misschien gezond om boosheid over je ziekte eruit te gooien. Maar wie steeds zijn boosheid uit, wordt op de lange termijn nog bozer. Dat leidt tot steeds meer stress en woede.” En dat is niet alleen onprettig voor jezelf en je omgeving, het is ook slecht voor je gezondheid. “Boosheid levert stress op. Hoe meer stress, hoe trager het lichamelijke herstel, wijst onderzoek uit.”

In kleine stapjes 

Goed, je gedrag veranderen dus. Maar hoe doe je dat: gaan sporten, als je iedere dag met pijn opstaat? Nieuwe bezigheden zoeken, terwijl je het liefst een ruit wil ingooien? Crouzen: “Vraag je af wat er moet gebeuren, zodat je ­leven weer de moeite waard wordt.” Geen simpele opgave, want als je ziek bent, ben je juist geneigd te denken aan wat je niet meer kunt. Je moet een knop omzetten om te bedenken wat je wel graag zou willen. Crouzen vertelt over een mevrouw die boos en verdrietig was dat ze niet meer kon werken, omdat ze een chronische darmkwaal had gekregen. “Ze deed geen oog meer dicht. ‘Als ik maar weer kon slapen, zou ik de dagen beter doorkomen’, zei ze. We hebben eerst aan haar slaapproblemen gewerkt.

Daarna bedacht ze dat ze graag wilde tuinieren. Haar darmklachten gingen niet over, maar ze liet niet meer haar hele leven erdoor beïnvloeden.”
Denk niet te groot, wil hij maar zeggen. “Als je te veel moet van jezelf, veroorzaakt dat ongezonde stress.” Wie in kleine stapjes zijn gedrag probeert te veranderen, zal merken dat gedachten en gevoelens uiteindelijk ook gaan ‘meedoen’. Crouzen: “Wat het lastig maakt, is dat het meestal best lang duurt voordat dat gebeurt. Tussen je gedrag en je gedachten zit een termijn van ongeveer vijf weken. Dat betekent dat je soms tegen je gevoel een aantal weken moet blijven dooroefenen met ­gedrag dat vreemd aanvoelt.”

Andere strategie 

En als het toch niet lukt om je beter te gaan voelen? Crouzen: “Dan moet je iets anders proberen. Als iets niet lukt, hebben we de neiging meer ons best te doen. Meer van hetzelfde helpt echter niet als strategie. Je kunt het beste maximaal drie keer iets op een bepaalde manier proberen. Merk je geen enkel resultaat, dan is het slim om een andere strategie te kiezen.”
Uiteindelijk vind je een manier die bij je past. Waar het om gaat, is dat je het gevoel krijgt dat je niet alleen slachtoffer van je ziekte bent, maar zelf ook iets kunt doen om je situatie te verbeteren. Al kun je jezelf niet genezen, je kunt vaak wel wat meer grip op je ziekte krijgen en daarmee de kwaliteit van je leven verbeteren.

Bron(nen):

Lees ook