Interview Peter de Smet: 'Ik houd Hendrik Groen nog even bij me'

Frank Ruiter
Frank Ruiter

Lange tijd leefde schrijver Peter de Smet, de man achter Hendrik Groen, lekker in de luwte. Nu het boekenweekgeschenk Piaggio uitkomt, treedt hij heel even in het licht – en vertelt hij zijn vermakelijke verhaal over het plotse succes. 'Maak het niet te pompeus, hè?'

‘Vroeger  op 3 september 1954, was ­koningin Juliana op bezoek in Griekenland, ontsnapte een gezin uit Hongarije door zich in een treinwagon onder een lading graan te verstoppen en werd Geertje Wielema Europees kampioen op de 100 meter rugslag. Het was lekker weer en ik kwam ter wereld.Mijn moeder baarde zes kinderen. Vijf kort achter ­elkaar plus één nakomertje. Er was nog geen wasautomaat, wel heel veel katoenen luiers. Mijn moeder was altijd bezig. Al die kinderen gingen ook nog eens sporten, de wasmand puilde elke dag uit. Vader had een kantoorbaan en langzaam kwam er enige welvaart in de familie. De eerste telefoon, de eerste zwart-wittelevisie, de eerste Volkswagen Kever: vader en moeder met een sigaretje voorin, op de achterbank drie kinderen en in de kattenbak de twee kleinsten.

Mijn eerste herinnering stamt uit mijn zesde levensjaar. In de nacht van 13 op 14 januari 1960 brak de dijk door bij Tuindorp-Oostzaan in Amsterdam-Noord, waar we woonden. We moesten vluchten voor het ­water. Ik vond het heerlijk spannend. Wat een beelden: vader heen en weer naar boven om de encyclopedie in veiligheid te brengen, terwijl de kinderen niet veel later op de rug van een wildvreemde meneer naar bus B werden gedragen, de laatste bus die het droge haalde. In ons huis stond anderhalve meter water en we hebben wekenlang gelogeerd bij tantes en omes.We groeiden op in een prettig, tolerant gezin. Er werd veel gelachen, veel geschreeuwd en flink gevloekt. We waren katholiek, ik had een frater als schoolmeester en ’s zondags gingen we naar de kerk.

Frank Ruiter
Frank Ruiter

Toen mijn ouders me vertelden dat Sinterklaas niet bestond, was ik er ­tamelijk zeker van dat ze me over niet al te lange tijd zouden vertellen dat God ook niet echt was. En ik wilde nog wel paus worden. Dat leek me prachtig met zo’n mantel en mijter en al die rituelen. Maar helaas, na het verlies van Sinterklaas bleek ook God op zijn minst twijfelachtig. En zonder God geen paus. Ik bracht mijn jeugd door op straat, waar ik vooral veel voetbalde. Bijna ben ik nog semiprof geworden bij FC Amsterdam. Ik was 20 toen ik benaderd werd en dan moet je een hoop opgeven. Ik had voor een ­flutbedragje plus een brommertje dan alles op het voetbal moeten zetten. De keuze was: een vrijgevochten leven als student óf zes keer per week naar het Olympisch Stadion om te trainen en spelen. Dat was niet moeilijk kiezen.

Na het verlies van Sinterklaas bleek ook God op zijn minst twijfelachtig. En ik wilde nog wel paus worden

Nu ben ik schrijver, maar dat is pas heel laat zo gekomen. Zat het er al vroeg in bij mij? Dat geloof ik niet. Ja, ik won als 11-jarige een opstelwedstrijd bij de KRO schoolradio, ik mocht een stukje voorlezen op de radio en won een boek van Dik Trom. Was ik enigszins teleurgesteld over: wat een lullige hoofdprijs. Veel ­later, na mijn gestrande voornemen om paus te worden, leek de politiek me wel interessant. Ik ging Politieke Wetenschappen studeren. Ik had een tamelijk grote waffel en dacht de wereld te gaan verbeteren. Maar politicologie bleek geen goede keus. Saai en taai. Toen ben ik overgestapt op Nederlands, daar zaten tenminste veel meisjes. Maar verder was ook die studie geen groot succes. Het studentenleven wel: af en toe colleges, maar vooral veel sporten, feestjes, cafés en ­vakanties. Met bijbaantjes, driedubbele kinderbijslag, alles op de fiets en een zolderkamer van 40 euro in de maand was het financieel goed te doen. 

De meeste studenten werden na hun afstuderen docent Nederlands. Het leek me, na een stage op een middelbare school, beter voor de kinderen én voor mijzelf dat pad niet te bewandelen.Toen ben ik gestopt met studeren en een jaar gaan werken om zes maanden op reis te kunnen. Dat reizen heb ik erin gehouden. Met een aantal mensen hebben we reisvereniging Pico Bello opgericht en daar hebben we 27 jaar lang elke herfst een reis mee gemaakt. Met soms meer dan veertig vrienden en vriendinnen naar alle uithoeken van Europa. In Amsterdam-Noord maak ik deel uit van een grote en hechte club mensen die elkaar vaak al tientallen jaren kennen. Daar ben ik trots op. Ik werd min of meer toevallig conciërge bij een muziekschool. Daar had ik een breed takenpakket. Ik zorgde voor de koffie en de thee, was secretaris van de OR, ­regelde de open dagen en de schoolkrant en heb in die tijd ook nog een halve kindermusical geschreven en een onaf boek. 

Boeken, films, het wordt mij snel te lang. Dit gesprek ook, ik ga je er zo uitgooien

De tijd verstreek, ik was inmiddels in de 50 en besloot: ik moet misschien eens wat afmaken. Ik koos voor een verhaal in dagboekvorm van een niet bestaande meneer in een fictief bejaardenhuis: Hendrik Groen. Ook alle medebewoners waren bedacht, maar de tijd waarin het speelde was de echte tijd, de context een bestaande context van Amsterdam-Noord, met het weer van de dag, gebeurtenissen uit de krant, BN’ers die overleden, bestaande restaurants, parkjes, winkels en meer. Ik was gefascineerd door oude mensen: lief en aardig, maar o wat kunnen ze goed klagen en zeuren. Heel ­herkenbaar. Blijkbaar kan ik die herkenbaarheid goed onder woorden brengen. Al die tegengestelde karakters die uiteindelijk, min of meer gedwongen, in een bejaardenhuis bij elkaar wonen; geen ontsnappen meer aan. 

Er zitten letterlijk muren omheen, een heel kleine ­wereld. De werelden waarin mijn boeken zich afspelen lijken ook wel steeds kleiner te worden. Van een bejaardenhuis met Hendrik Groen naar een touringcar met meneer Putmans en nu gaat het in het boekenweek­geschenk over een piaggio, zo’n heel klein Italiaans karretje, waarmee twee mensen van middelbare leeftijd de Alpen over trekken. De activiteiten rond de Boekenweek zijn leuk en ­spannend. Het schrijven van het geschenkboekje bracht met zich mee dat nu breed naar buiten komt dat ik Hendrik Groen ‘ben’. Dat hebben we tot nu heel bewust altijd in het midden gelaten. Ik had geen behoefte aan bekendheid of heisa. Sommige mensen wisten het wel, hoor. 

Ik liep ook met een grote glimlach rond op de set bij de opnames van de nieuwe tv-serie Rust en vreugd (zie kader op pagina 13). Daar zag ik mijn oude helden in mijn verhalen spelen: Annet ­Malherbe, Arjan Ederveen. En Carry Tefsen, op wie ik als 16-jarige verliefd was en die ik als Leonie in de Hendrik Groen-serie tegenkwam. Het was even wennen toen ik op mijn 58ste succes kreeg. Ik had een eerdere versie van het dagboek opgestuurd naar zeven uitgeverijen, maar die weigerden het allemaal beleefd. Mijn vriend Carel Helder van Torpedo Magazine vroeg niet lang daarna: ‘Wil je het dagboek van Hendrik Groen niet in ons magazine publiceren?’ Een jaar lang schreef ik dagelijks een stukje voor een nieuwe versie van het dagboek. Het werd gelezen door een paar honderd mensen. Dat bleken de goede lezers: zo werd ik gespot door Paul Arnoldussen van Het ­Parool. Die wilde mij interviewen, maar daar voelde ik weinig voor. We besloten als alternatief er een fake-­interview met Hendrik Groen van te maken voor de krant. 

Dat werd weer gelezen door Paloma Sanchez van uitgeverij Meulenhoff. Die las het Dagboek 2.0, was ­enthousiast en zo kwam het dat in 2014 Pogingen iets van het leven te maken – Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1⁄4 jaar verscheen. Zo zie je, het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Als Carel niks had gevraagd, als Paul niks had gelezen, als Paloma dat interview niet had opgemerkt... dan was er niks gebeurd. Nu werd Hendrik Groen heel populair. De mensen vonden herkenning in de boeken. Het was grappig en bracht af en toe een traan teweeg. Het eerste boek kwam op 40 binnen in de Bestseller top 60, steeg naar nummer 1 en stond heel lang in die lijst. 

Ik was blij en trots als een kind. De dagboeken hadden meer impact dan ik had kunnen vermoeden. De uitgeverij kreeg veel lieve brieven uit het bejaardentehuis, er kwam een tv-serie waar 2,5 ­miljoen mensen naar keken. Toen drong tot me door: ik verzin een grap en daar lachen dan meer dan een miljoen mensen om. En als ik iemand dood laat gaan, worden er thuis op de bank honderdduizenden zakdoeken tevoorschijn gehaald. Tegelijk heb ik het besef dat één op de acht Nederlanders keek en zeven van de acht dus niet. Je moet het altijd relativeren. Ik schrijf boeken omdat ik het leuk vind als de lezers het leuk vinden. Nou, dat is aardig gelukt. Maar vind jezelf niet te interessant en maak het ook niet al te ingewikkeld. Wat ik doe is proberen de goede woorden te kiezen en die snel op te schrijven, voor ik ze vergeet.

TV serie Hendrik Groen
TV serie Hendrik Groen

Later wil ik iets maken over de teloorgang van het voetbal, bij voorkeur voor de tv. En ik houd Hendrik Groen nog zeker een tijd bij me. Ik ben bezig met een jeugdboek en twee andere boeken. Wat mijn kunst is? Geen idee. Observeren? Ik zie op straat situaties en registreer scènes. Als er op zaterdag markt is bij mij om de hoek en het is niet al te slecht weer, dan staan er vijf, zes scootmobiels in een rondje met daarin te dikke, iets te ongezond levende mensen. Zuurstofslangetje in hun neus en dan toch roken. Ondertussen geven ze commentaar op alles wat er in de wereld ­gebeurt. Dat kan een boek worden. Op het plein bij de markt staat een viskraam en een dikke mevrouw met een rollator hoorde ik een gróte portie kibbeling met dubbele saus en een broodje makreel bestellen. 

De visboer: ‘Sorry mevrouw, de makreel is op, maar vishandel Tuyp heb nog wel.’ Tuyp zit 25 meter verderop. Die ­mevrouw zucht: ‘Da’s me te ver, doe dan maar één grote portie kibbeling én… een kleine portie kibbeling.’ ­Hahaha! Die mevrouw is een personage voor een boek. Ik schrijf graag over het menselijk onvermogen. Ook de hoofdpersonen in Piaggio hebben ermee van doen.Ik kwam er laatst achter dat in bijna elk van mijn boeken een hond of kat doodgaat of anderszins een rol speelt. Wat zou dat betekenen? Tegelijk vergeet ik de liefde en sprankjes hoop niet. Die brengen verlichting. Opdat de lezers toch met een tevreden glimlach na het laatste woord het boek dichtslaan.

En ik houd van kort. De kracht zit in de beperking. Boeken, films, het wordt mij snel te lang. Ik ga je er ook zo uitgooien, want dit gesprek duurt ook al weer lang.En verder? Ik zie het wel. Ik heb al veel gereisd, veel meegemaakt. Echt belangrijk in het leven is de ­vriendschap. Dierbare mensen. Ik heb twee prachtige dochters. Een heel leuke vriendin. Veel vrienden en vriendinnen. Ik ga graag naar concerten, theater, dans, ­cabaret. Een fijn leven.Het succes heeft me weinig veranderd. Ja, ik heb een nieuwe fiets gekocht, geef wat vaker een rondje en ik ben wat kleiner gaan wonen. Maar nog steeds in ­Amsterdam-Noord. Als je zo laat pas doorbreekt, heeft veel in het leven al een plaats. Vrienden, geliefden, mijn roots. Wonen in Amsterdam, de mooiste stad van de wereld. Mijn wijkje met mensen in alle kleuren, soorten en maten. Een minuutje lopen en ik zit midden in het leven. Drie minuten lopen en ik kan kiezen uit zeven kappers. Wat wil je nog meer? Hooguit meer haar.”

Peter de Smet (1954) werd als oudste zoon van zes kinderen geboren in Amsterdam-Noord. Hij doorliep de hbs, ­studeerde kort politicologie en daarna Nederlands. Sinds 2014 is zijn pseudoniem Hendrik Groen een begrip. De Smet is inmiddels negen boeken verder, allemaal een succes. Vorig jaar verscheen De slag om Rust en Vreugd. Een bewerking is vanaf deze maand ook als serie op tv te zien. Van 11 t/m 22 maart is het ­Boekenweek; bij besteding vanaf €17,50 krijg je het boekenweekgeschenk Piaggio cadeau, ­geschreven door De Smet: een tragi­komisch relaas over een date op leeftijd. 

Auteur 

Reactie toevoegen

Comment

  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.