Onbetaalbare verhalen: mijn spannendste aankoop ooit!

Ik moest en zou die frequentie hebben

Koekstad voorwoord
Prive foto

Net te duur, net te gek, zou het lukken, zou het passen, zou het kúnnen? En dan doe je het toch. Die ene aankoop werd datgene waar je altijd weer over vertelt… en om die onbetaalbare verhalen gaat het.

(Foto’s: privébezit)

En ze pasten!

Isabel van Boetzelaer

Isabel, taaltrainster en schrijfster, was een zeer getalenteerde balletdanseres die het zelfs schopte tot het Nationaal Ballet. Haar spannendste aankoop valt in de categorie magie. “We moeten terug naar 1973, ik was een meisje van 12 en koesterde mijn droom: balletdanseres worden. Ik zie me nog zitten in de auto met mijn vader, we gingen van Arnhem naar ­Amsterdam. We gingen ze halen: mijn eerste spitzen. Ik had zo’n kleine maat dat er in heel Nederland geen paar te vinden was geweest, ze moesten speciaal uit Engeland komen, van een speciale leverancier. Ze werden naar het walhalla gestuurd: Papillion, een zaakje vlak achter Carré. Het huisde in een grachtenpand, ze ­zaten op zolder. Eindeloos veel trappen moesten we op en mijn hart klopte in mijn keel. Zouden ze passen? 

Daar stond ik dan. Ik voel nog de sensatie

Bij Papillon lagen de spitzen te pronken in allemaal aparte vakjes, met daarop de namen van grote dansers als Jeanette Vondersaar en Alexandra Radius. Ik keek mijn ogen uit. Voor mijn vader was de aanschaf een rib uit zijn lijf. De opluchting was dan ook enorm toen de spitzen warempel wonderwel bleken te passen. Daar stond ik dan, voor het eerst met die spitzen aan mijn voeten, op mijn tenen. Ik voel nog de sensatie.De magische wereld van Vondersaar en Radius werd mijn wereld. Acht jaar later stond ik achter ze, aan de barre, bij het Nationaal Ballet. En de spitzen? Die versleet je door al dat dansen en trainen bij bosjes. Maar thuis staan ze nog altijd: mijn eerste paar, met daarnaast een zilveren versie. Die hadden mijn vader en moeder voor mij laten maken. Mijn dierbaarste aankoop ooit en ook de spannendste. Gelukkig pasten ze.”

Ballerina ketting
Prive foto

Puberdroom

Jeroen Schoppema

Iets kopen op een veiling, dat blijft adembenemend. Jeroen weet er alles van. “Het medium radio heeft mij al meer dan veertig jaar in zijn greep. Half jaren 80 illegaal uitzenden op de FM-frequentie was mijn lust en leven. Hoe zou het zijn als dit legaal zou kunnen? In 2021 startte ik mijn eigen radiostation Koekstad FM. In het begin alleen online. Totdat ik hoorde dat er voor Deventer een etherfrequentie beschikbaar kwam. Middels een veiling konden geïnteresseerden de 94.4 FM-frequentie kopen. Ik moest en zou die hebben! Drie radiostations deden mee. 

Ik moest en zou die frequentie hebben

De veiling begon om tien uur. Ieder kwartier kon er een bod worden gedaan en deze biedingen gingen met sprongen van duizend euro. Maar pas na vijf ronden viel er één radiostation af. Zenuwslopend.Na exact zes uur, vijftien minuten en één weggepaft pakje sigaretten kwam er geen tegenbod meer van het overgebleven radiostation. Allemachtig! Waar ik als puber van 16 van droomde was na 37 jaar werkelijkheid geworden. Mijn eigen radiostation met een echte FM-frequentie!”

Het hervonden blikje

Rob de Jong

De gepensioneerde Rob zit nooit stil. Hij is trouwambtenaar, fotograaf, stadionspeaker bij het voetbal en hij schreef een boek over zijn verleden: Waar komen opa en oma vandaan. Zijn verhaal gaat over een aankoop die je gerust een lotsbestemming mag noemen: “Mijn vader ontmoette mijn moeder tijdens de oorlog in Nederlands-Indië. In 1950 zetten zij voet aan wal om, na alle ontberingen en opgedane trauma’s, helemaal onder aan de maatschappelijke ladder te proberen een bestaan in Nederland op te bouwen. Dat is goed gelukt. Over de beide oorlogen spraken zij niet veel. Wel was er veel frustratie over de ontvangst in Nederland die kil was. Bovendien, zo vertelde mijn moeder, werd zij er meer dan eens op ‘aangesproken’ dat zij een andere huidskleur had.De impact van haar woorden en het zwijgen van mijn vader kregen meer betekenis naarmate ik ouder werd. Dat merkte ik toen ik in een kringloopwinkel wat aan het snuffelen was en mijn oog viel op een blikje dat ik herkende van de tijd dat ik nog thuis woonde. 

In dat blikje bewaarde mijn vader foto’s van zijn diensttijd in Nederlands-Indië. Ook mijn moeder stopte er soms een foto in die haar dierbaar was. Ik keek even naar het blikje en liep door. Enkele dagen verstreken – tot ik bij het opruimen van de zolder een enveloppe vond met oude foto’s. Gretig ging ik door de foto’s en ineens zag ik een foto van mijn vader en moeder in de sneeuw. Achterop stond geschreven ‘Aankomst in Holland, 1950’.Met betraande ogen stapte ik in de auto. Ik moest dat blikje hebben. Het schoot door me heen: als het maar niet is verkocht. Onbewust trapte ik het gaspedaal verder in. Weer de hele winkel door. Eindelijk zag ik het liggen. Veel mooier dan de eerste keer. Dit is gewoon het blikje dat ik toen als kind heb gezien. Hier gaan de foto’s weer in. Ik stond bij de kassa en vroeg: ‘Wat kost dit?’ De vriendelijke dame achter de kassa: ‘Twee euro alstublieft.’ Ik pakte mijn portemonnee en daar zat tien euro in. Ik gaf het tientje en zei: ‘Het is goed zo.’ Als een kind zo blij ging ik naar huis. De foto’s zitten weer in het blikje. Als vanouds. Onbetaalbaar.”

Twee muren, acht eigenaren

Joop van Wijk en Wies Willemsen

Filmmaker Joop en zijn vrouw, galeriehouder Wies, konden eindeloos vertellen over hun ‘castello’ dat ze nabij Ventimiglia op de kop hadden getikt. Klinkt heel idyllisch, maar het was wijlen Joop die met de benaming kwam voor… “Ja, niet echt een kasteel als ik eerlijk moet zijn”, lacht Wies. “Er waren twee muren en acht eigenaren. Eindeloos notarissen-gedoe, want in Italië is het normaal dat alles via overerven gaat. Bezit gaat daar van de ouders op de kinderen op hun kinderen en daar dan weer de kinderen van. Uiteindelijk waren er zeven eigenaren van de grond en de ­muren getraceerd, maar eentje niet. Nu bleek die in 1887 geboren te zijn, maar ja, voor hetzelfde geld komt er dan weer een nazaat opdagen. Dat je inmiddels een mooi tuintje met groente en fruit hebt en diegene zegt: ‘Ik pluk even wat aubergines, want die behoren mij toe.’”Wies vertelt hoe het allemaal in zijn werk was ­gegaan. Hoe Joop met een vriend in 2006 in Ligurië was beland en tijdens een wandeling op een hoop oude stenen was gestuit. Helemaal overwoekerd, maar de ligging was prachtig en de gewelven bleken uit de middeleeuwen te stammen. Joop zag zichzelf daar al helemaal zitten; vanaf een groot terras, uitkijkend over het dal, filmscenario’s schrijvend. 

Met enkel het geluid van kwetterende vogels en in de verte een ruisende bergbeek. En Wies die vanaf de andere kant van het dal ‘joehoe’ zou roepen en Joop dan ‘oehoi’. Maar ja, wie koopt er nou twee muren op een stukje grond? Joop en Wies dus.Het kasteel werd stukje bij beetje opgebouwd.  Warmwaterpijpstructuur onder de nieuwe vloer. Met hulp van de lokale aannemer en achttien (!) helikoptervluchten werden de voor de herbouw benodigde spullen (18.000 kilo!) naar de heuvel gebracht. “Joop zag het altijd helemaal voor zich. Ik dacht: in de winter is het daar ijskoud. ‘Met een aangestoken houtkachel is het binnen een uur warm’, zei-ie dan.”De smid zorgde voor de ijzeren raamkozijnen met dubbel glas en luiken. De Italiaanse energiemaatschappij deed er maar liefst vier jaar over om de elektriciteit aan te leggen. Enfin, lang verhaal kort: Joop en Wies’ castello werd een steeds duurder wordend meerjarenplan en het huis dat uiteindelijk wonderschoon werd opgebouwd op 120 vierkante meter bleef een uitdaging om te bereiken. Het laatste stuk ging over een muilezelpad. “Er is heel wat getild en gesjouwd, maar dan heb je ook wat”, weet Wies. Joop is er helaas niet meer, maar hun stempel op de magische plek in de bergen hebben Wies en hij meer dan gedrukt. Met hun lef deze aankoop te doen brachten ze hun eigen ‘castello’ tot leven.

Klassieker uit Parijs

Anita Willemars

Voor mannen is het vaak die ene auto: net zo lang sparen tot je het kunt betalen en dan maar eindeloos poetsen en boenen om hem te laten blinken. Maar voor collega-journalistes die alles, maar dan ook echt alles over mode weten? Waarom jagen ze op die ene jas, dat ene paar schoenen, of… Nou ja, neem het verhaal van Anita en je ­begrijpt het: “Als echte fashion addict ben ik dol op elke nieuwe collectie van designers. Vanaf het moment dat ik op de modeacademie zat, zag ik die collecties vooral als inspiratiebron – iets voor de écht rijke mensen. Maar toen ik eenmaal in de ­modewereld werkte, viel het me op dat steeds meer jonge, stijlvolle vrouwen een Chanel-tas droegen. Hoe deden ze dat? En: wat als… ik ook zo’n prachtige tas om mijn schouder had hangen?Ik ben opgevoed met ‘een dubbeltje wordt nooit een kwartje’. 

Een echte Chanel-tas was iets waar ik vroeger niet eens van durfde te dromen. Maar de drang om de tas te kopen werd steeds groter. Zeker toen een nieuw model verscheen – en ik op slag verliefd werd. De Chanel Boy, ontworpen door Karl Lagerfeld.

Ik durfde het niet tegen mijn man te zeggen

Ik durfde het niet tegen mijn man te zeggen; met drie opgroeiende kinderen hadden we immers ­andere prioriteiten. Maar in mijn hoofd had ik de beslissing allang genomen: ik zou de tas kopen bij mijn eerstvolgende bezoek aan Parijs. Natuurlijk in de originele Chanel-winkel aan 31 Rue Cambon.Najaar 2011 was het zover. Om de een of andere reden moest ik de tas contant betalen. Dat leverde nogal wat stress op, want ik kon maar €1000 per dag pinnen. Uiteindelijk liep ik met €2400 aan cash door de drukste winkelstraten van Parijs. In de ­winkel vonden ze me niet bepaald interessant; het duurde eindeloos voordat ik werd geholpen. Zo lang dat ik bijna mijn trein terug miste.Waarom ik dacht dat mijn leven met zo’n dure tas aantrekkelijker, makkelijker of leuker zou worden, weet ik niet. Alsof die tas voor voorspoed zou zorgen. Een dwaze gedachte natuurlijk, want er veranderde niets – behalve dat mijn spaarrekening bijna leeg was. En na dat lange proces van verlangen, bleef er vooral schaamte over. Hoe kon ik denken dat een tas mijn leven zou veranderen? 

Jarenlang voelde ik me ongemakkelijk als ik hem droeg. Maar nu, ruim tien jaar later, draag ik mijn Chanel Boy met een glimlach. Hij staat niet meer symbool voor ijdelheid, maar voor levenslust – het lef om te verlangen, te dromen en soms gewoon te doen. En eerlijk: ik zou het zó weer doen, al kies ik dan wel een wat goedkopere tas om over te dromen.”

Auteur