Vervolg: wie kwamen vroeger nog meer allemaal langs de deur?

Velen kunnen ze zich nog herinneren: de melkboer, scharenslijper, muntmeter, vodden- en schillenboer. Voor bijna elke benodigdheid kwam er vroeger wel iemand aan de deur. Wie kwamen er allemaal nog meer langs?

De olieman

Vroeger waren in Nederland kolen en olie de bron van onze energievoorziening. Bij veel mensen werden fornuizen en kachels gestookt op olie en brandden de lampen nog op petroleum.  De olieman bezocht hen met een kannetje stookolie en bracht daarmee licht en warmte aan huis. In weer en wind trok hij door de straten met een kar, waarop een olievat bevestigd zat. Later gebruikte hij auto’s en tankwagens. Na de ontdekking van het aardgasveld in Slochteren werd Nederland in jaren zestig en zeventig aangesloten op het aardgasnetwerk. De olieman kwam mede daardoor niet meer bij ons langs.  

De kolenboer

Deze man ging vroeger met paard en wagen, en later met een vrachtwagen, de straten af om huishoudens van kolen te voorzien. Hij verkocht de kolen per mud, gelijk aan zes zakken, die hij binnen in de kelder of het kolenhok kwam leggen. Hij sjouwde met zakken die gemiddeld wel 35 kilo wogen. Net als de olieman werd ook de kolenboer door de introductie van aardgas overbodig. Hij verdween daardoor in de jaren zestig uit het straatbeeld.

De ijscoman

Het klingelen van een bel was voor veel kinderen hét teken om met een muntje de straat op te rennen. Daar stond de ijsverkoper bij zijn witte kar aan een bel te trekken. Een ijsje heette toen nog een ijsco en was eigenlijk een ijswafel. Daarbij was het de bedrijfsnaam van de ijscompagnie. IJs had je toen nog maar in een beperkt aantal smaken, zoals vanille. Die kon je in een hoorntje of bekertje krijgen en kostte rond de tien cent.  

Overige beroepen

Naast de eerder genoemde beroepen passeerden ook nog veel anderen de voordeur. Zo kwam na de kerst vaak de velleman buurten om hazen- en konijnenvellen op te kopen. Over zijn schouder hing vaak een stok waaraan eerder verkregen vellen hingen. Daarbij kwamen er handelaren zoals de bloemenman en de hoedenverkoper aan de deur. Verder leverde de bakker vroeger brood aan huis. Hij schreef de inkopen in een boekje en rekende één keer per week af. Ook de groenteboer, slager, kruidenier en de kaas-en visboer trokken met hun producten voorbij. Het thuisbezorgen door winkels is een tijd opgehouden, maar tegenwoordig maakt dit een terugkomst en leveren veel bakkers, slagers, groentemannen opnieuw aan huis.   

Lees hier het eerste deel van dit artikel: Wie kwamen vroeger allemaal langs de deur?