Het wilde westen van Canada

Vancouver Island, een groot eiland aan de westkust van Canada, heeft alles wat Canada zo mooi maakt: uitgestrekte bossen en bergen, beren, zalmen en walvissen. En vooral héél veel rustgevende leegte.

We zijn al de hele dag op het water, en het is onderhand tijd om terug te varen naar het stadje Campbell River. Ons groepje van zo’n tien reizigers maakt een walvissafari in het doolhof van eilanden tussen het enorme Vancouver Island en het vasteland aan de westkust van Canada. Het was tot dusver een goed bestede dag, want we zagen aalscholvers, zeehonden, orka’s en maar liefst negen bultrugwalvissen. 

Opeens horen we achter ons een luid gesis, alsof het overdrukventiel van een stoomketel opengaat. Sommige gasten gillen van schrik. Als we achter ons kijken, geloven we onze ogen niet. Twee bultrugwalvissen zijn vlak bij ons bootje naar de oppervlakte gekomen om adem te halen. Ik kan ze bijna aanraken, zo dichtbij zijn ze. Ze blijven roerloos drijven. Zouden ze net zo nieuwsgierig naar ons zijn als wij naar hen. Dan glijden ze onder water en zwemmen onder onze boot door. Als landrot denk ik: wat als ze ons bootje doen kapseizen? Maar dat gebeurt natuurlijk niet. Aan de andere zijde komen ze boven water en duiken dan onder. We zijn er allemaal even stil van.

Glijdend over de naaldbossen

Vancouver Island ligt voor de kust van de stad Vancouver en is bijna even groot als Nederland. Er wonen slechts 775.000 mensen, waardoor de wilde natuur haar gang kan gaan. De dag erna zie ik opnieuw bultruggen zwemmen. Zouden het dezelfde als gisteren zijn?

Ditmaal bevind ik me op een kilometer hoogte in een De Havilland Beaver van het lokale bedrijf Corilair. Met dit legendarische watervliegtuig, dat op Vancouver Island even normaal is als een bestelbus bij ons, wordt tweemaal per week de post naar de eilanden gebracht. Tot de eerste landing mag ik naast piloot Bill zitten. Het vijftig jaar oude toestel rammelt en piept en de herrie is oorverdovend als we na het uit- en inladen van de plastic boxen met post met een loeiende motor opstijgen. Maar hoe bijzonder is het om steeds sneller over het water te glijden en bijna ongemerkt de lucht in te gaan, om vervolgens hoog boven de uitgestrekte naaldbossen te vliegen?

Gekozen voor eenzaamheid

Telkens landen we al na een half uur weer bij de volgende plek, die steevast een avontuurlijke naam als Squirrel Cove of Refuge Cove heeft. Daar staat iemand op ons te wachten met nieuwe post en andere spulletjes. De mensen die hier wonen, kiezen voor de eenzaamheid. Ze doppen liever hun eigen boontjes in een afgelegen huisje in het bos, ver weg op het eiland. 

Aan een man met een lange witte baard biecht ik op: “Ik vind het prachtig hier, maar ik ben een stadsmens en zou na een week doodgaan van verveling.” “Jij bent tenminste eerlijk!” reageert hij lachend. “Elk jaar komen hier mensen wonen die de beschaving beu zeggen te zijn. Maar er is er niet een die het lang uithoudt. Je moet tegen de stilte en de eenzaamheid kunnen. Vooral in de winter komt hier helemaal niemand.” Ja, een eland misschien, want daarvan kom je er vrij veel tegen. Ik vraag me af hoe ze op de kleinere eilanden terecht komen, maar nog dezelfde middag krijg ik het antwoord als ik vanuit ons vliegtuig er twee zie zwemmen in de baai. Ze hoppen dus gewoon van eiland naar eiland!

Tijd van de zalmtrek

De herfst is het seizoen waarin de zalmtrek plaatsvindt. Met miljoenen en miljoenen tegelijk komen de vissen uit de Stille Oceaan om vanaf de monding de rivieren van Vancouver Island stroomopwaarts op te zwemmen, op zoek naar hun geboortegrond. Aan de oever van de Quinsam River zie ik ze ploeteren tegen de sterke stroming. Je zou bijna medelijden met ze krijgen, totdat ik bij het proefstation van het ministerie van visserij een paar exemplaren bekijk die uit het water zijn gevist. De grootste zijn chinookzalmen, echte Olympische sporters van wel anderhalve meter lang. Ze worden gedood door middel van een klap op hun kop met een metalen knuppel, een vrij bloederig schouwspel dat vleeseters tot vegetariërs zou kunnen maken. De kuit wordt uit hun lijf gehaald en in het laboratorium bevrucht. De babyzalmpjes die hieruit voortkomen, worden in de natuur uitgezet zodra ze groot genoeg zijn. Zo wordt de visstand op peil gehouden, waar de natuur en visserij van profiteren.

De vissen die niet uit het water worden geplukt door de mensen van het proefstation, wacht een lot dat ik niet bepaald benijdenswaardiger kan noemen. Zij moeten doorzwemmen tot aan de bron van de rivier, en geregeld zelfs over watervallen heen springen. En als ze eenmaal aan het einde van hun duizenden kilometers lange trektocht zijn, hebben de uitgeputte en uitgemergelde vissen nog maar één taak: kuit schieten en doodgaan. Als ze tenminste onderweg niet te grazen zijn genomen door hongerige beren aan de oever. De dag dat ik er ben, zie ik helaas geen beren, maar een wandelaar vertelt me dat er gisteren nog eentje stond te vissen. Voor beren vormen de vette zalmen een ‘all you can eat’-buffet. Ze moeten zich nu, in de herfst, helemaal volvreten om de komende winterslaap door te komen.

Kathedraal van bomen

Vancouver Island is niet alleen een plek om dieren te zien. Ook de bomen en planten zijn er bijzonder. Op weg van de oost- naar de westkust van het eiland kom ik langs Cathedral Grove, een bos met reusachtige naaldbomen dat heel handig vlak langs de hoofdweg ligt. Sommige van deze douglassparren zijn bijna duizend jaar oud en 75 meter hoog. Ik wandel over de houten vlonders, die er liggen om de kwetsbare natuur niet te verstoren.

Het donkere, vochtige bos met varens, mos en reuzenbomen is een plek met een prehistorische uitstraling. Ik zou niet eens verbaasd zijn als er plotseling een dinosaurus opdook. En dan heb ik het Pacific Rim National Park Reserve, het park met zijn mistige regenwouden aan de westkust van het eiland, nog niet eens gezien. Hoeveel bijzondere dieren en bomen zouden daar op me wachten?