Wat is het urogenitaal syndroom van de menopauze (GSM)?
Meer dan de helft van de vrouwen in of na de overgang heeft te maken met, laten we het beestje gewoon bij de naam noemen, een pijnlijke vagina en blaasproblemen. Toch praat bijna niemand erover. Manon Kluten schreef een boek om het taboe te doorbreken.
Waarom vond jij dat het boek 'Van droge naar blije doos' er moest komen?
Manon Kluten: “Ik behoor zelf tot de groep vrouwen met urogenitale atrofie. Dat betekende in mijn geval: pijn bij het vrijen en een blaas die er een eigen beleid op nahield. Twee keer per nacht moest ik mijn bed uit om naar de wc te gaan, overdag was ik blij als ik nog nét op tijd bij het toilet was om mijn plas te laten lopen. Ik heb aan den lijve ondervonden dat het niet gemakkelijk is om erover te praten, zelfs niet met vriendinnen. Er hangt heel veel pijn, ongemak en schaamte rond dit onderwerp, voor veel vrouwen is de stap naar de huisarts groot. De afgelopen jaren is er volop aandacht geweest voor klachten die samenhangen met de menopauze, zoals opvliegers, hersenmist en slecht slapen. Maar in die boeken, artikelen en podcasts wordt vaak gezwegen over het feit dat er ook van alles aan je onderkantje verandert. De klachten die je kunt krijgen aan blaas, vulva en vagina worden soms terloops genoemd, maar dan weet je nóg niet wat er precies aan de hand is en wat je eraan kunt doen. Ik wilde alle kennis over het urogenitaal syndroom samenbrengen en het taboe om erover te praten doorbreken.”
In je boek staat ook jouw persoonlijke verhaal. Je schrijft dat je dat doodeng vindt. Heb je overwogen om het achterwege te laten?
“Ik heb getwijfeld of ik dit boek überhaupt wilde schrijven. Wat zouden mensen van me denken? Zouden mijn kinderen het vervelend vinden? Die zaten er niet op te wachten dat hun moeder intieme details ging delen met de rest van de wereld. En dan heb ik het nog niet eens over haat of flauwe grappen op sociale media. Pas na weken tobben, peinzen en slapeloze nachten heb ik de knoop doorgehakt. Ik besloot uit mijn comfortzone te komen. Ik had het inderdaad kunnen laten bij een semiwetenschappelijk boek met interviews met artsen en experts. Maar dan had ik niet de vrouwen bereikt die ik wilde bereiken. Geen discussie op gang kunnen brengen. Ik wilde dat vrouwen zich zouden herkennen in mijn verhaal, zich zouden realiseren dat ze niet de enigen zijn en dat er wel degelijk iets te doen is aan urogenitale klachten.”
Welke klachten voor of na de menopauze wijzen op urogenitaal syndroom?
“Die lijst is lang en serieus. Van pijn en irritatie aan je vagina en vulva, pijn bij het vrijen, jeuk, een branderig gevoel, roodheid, bloedende schaamlippen, scheurtjes en bloedverlies na seks, tot heel vaak moeten plassen, incontinentie en terugkerende blaasontstekingen. Sommige vrouwen hebben hierdoor zó veel pijn dat niet alleen seks een beproeving wordt, maar ook fietsen, lopen en zitten.”
Bij sommige vrouwen doet niet alleen seks pijn maar ook fietsen, lopen en zitten
Waardoor ontstaan die klachten en hoeveel vrouwen hebben hier last van?
“In Nederland en België ervaren ruim 3 miljoen vrouwen in of na de overgang in meer of mindere mate vaginale pijn, last en ongemak, en mogelijk ook blaas- en plasproblemen. De oorzaak is vooral de dalende hoeveelheid oestrogeen tijdens de overgang en menopauze. Omdat je als vrouw dan veel minder van dit hormoon aanmaakt, raken vagina- en vulvaweefsel vaak minder doorbloed en wordt de huid daar dunner, droger en minder elastisch. Ook het natuurlijke verouderingsproces waardoor de huid dunner wordt, zorgt dat er minder bloed naar vulva en clitoris stroomt, waardoor je mogelijk minder gevoelig wordt. Verder kunnen bepaalde medicijnen, zoals antidepressiva en antihormonen bij de behandeling van borstkanker, impact hebben op je vulvagezondheid en seksleven.
Veel vrouwen denken dat het erbij hoort en dat de klachten samen met de overgangsklachten zullen verdwijnen. Maar als je er niets aan doet, nemen ze juist toe. Op een gegeven moment kan de pijn of last die je ervan hebt zo erg worden dat het impact heeft op je intieme leven, relatie en levenskwaliteit. Het venijnige van pijn bij seks in de overgang is dat het meestal, in ieder geval in mijn geval, geleidelijk gaat. Toen mijn lief en ik een setje werden, was ik 48 en had nergens last van. Alles werkte zoals het moest werken. Maar in de jaren die volgden, merkte ik dat het ene standje pijnlijker voelde dan het andere, totdat ik uiteindelijk serieuze klachten kreeg.”
Als zo veel vrouwen hier last van hebben, zou je denken dat er veel informatie over te vinden is. Het tegendeel is waar. Hoe komt dat?
“Voor mijn boek interviewde ik onder anderen urogynaecoloog Liesanne Bouwma. Zij gaf aan dat er weinig interesse voor is. Zowel bij vrouwen zelf, die er niet of moeilijk over praten, als bij een deel van de medische wereld. Het zoeken naar een remedie is een tijdrovend traject. Wil je deze patiënten gericht helpen, zegt ze, dan moet je praten, dingen uitleggen en uitproberen. Dat vraagt veel tijd in vergelijking met de standaard gynaecologische behandeling. Niet elke arts heeft daar zin in of heeft de specialistische kennis die ervoor nodig is. Daarnaast hebben dit soort klachten geen medische urgentie. In mijn boek zeg ik dat ook: met een droge doos kun je met een beetje geluk honderd jaar of ouder worden.”
Maar er zijn oplossingen, schrijf je. Want bij jou is het goed gekomen?
“Wat bij mij het grote verschil heeft gemaakt, is lokaal oestrogeen, ook bekend onder de naam estriol of oestriol. Dit middel is verkrijgbaar in de vorm van vaginale zetpillen, crème en tabletten. Het zorgt onder meer voor een betere doorbloeding in de vagina, het maakt de vaginawand dikker en vochtiger en helpt de zuurgraad in de vagina te herstellen.
Estriol heeft daarnaast een ondersteunende rol bij mijn overactieve blaas, want ook de weefsels in je plasbuis en de sluitfunctie van je blaas worden er sterker van. Wat mij vooral hielp met mijn blaasproblemen, was bekkenfysiotherapie. Het zijn simpele oefeningen die ik nog steeds elke dag vijf minuten doe en die zorgen dat ik veel minder aandrang voel en ’s nachts bijna niet meer wakker word omdat ik heel erg moet plassen. Maar, moet ik er meteen bij zeggen, er is geen one size fits all-aanpak. Wat voor mij werkt, doet misschien niets voor jou. De aanpak van urogenitaal syndroom is maatwerk.”
Zijn urogenitale klachten te voorkomen, of horen ze erbij als je ouder wordt?
“Het proces van veroudering, waarbij de huid van de vulva, de vagina en de blaas minder elastisch, dunner en droger worden, houd je niet tegen. Maar dat betekent niet dat je er niets tegen kunt doen. Je kunt tijdig beginnen met het hydrateren en verzorgen van je intieme zone met speciale crèmes en vochtinbrengers zodat alles daar soepel blijft. Er is heel veel verkrijgbaar op dat vlak, maar veel vrouwen weten dat niet. Is het niet van de gekke dat er zo veel aandacht is voor alle mogelijke smeersels voor je ouder wordende gezichtshuid, terwijl je gevoelige intieme zone volledig buiten beschouwing blijft? Daar valt juist zo veel winst te behalen!
Daarnaast kun je je bekkenbodemspieren trainen. Als je ouder wordt, worden al je weefsels slapper, ook die van je bekkenbodem. Dat kan een rol gaan spelen bij blaasproblemen, urineverlies of een verzakking. Al die reclames voor incontinentie-materiaal willen je laten geloven dat urineverlies erbij hoort op een bepaalde leeftijd, maar dat hoeft niet. Als je daar last van krijgt, heb je vanuit de basisverzekering recht op bekkenfysiotherapie.”
Je geeft aan dat je als vrouw vaak zelf de regie moet nemen bij urogenitale klachten. Wat raad jij als ervaringsdeskundige aan?
“Ga op zoek naar deugdelijke wetenschappelijke bronnen, verdiep je in de materie en lees je in. De huisarts is je eerste aanspreekpunt, maar als je merkt dat je daar niet serieus wordt genomen, kun je je laten doorverwijzen. Of ga zelf op zoek naar een gespecialiseerde gynaecoloog, een bekkenfysiotherapeut, een menopauzeconsulent of een vrouwengezondheidspraktijk. Er zijn een paar Facebook-groepen rondom urogenitaal syndroom, ik noem ze ook in mijn boek. Daar vind je lijsten van artsen, verdeeld per provincie, die menopauzeproblematiek serieus nemen.
Tot slot: praat erover. We zouden het hier veel meer over moeten hebben met onze vriendinnen en partners, zodat dat taboe eraf gaat en het over een tijdje de normaalste zaak van de wereld is om met dit soort klachten naar de huisarts of de gynaecoloog te gaan.”
Een andere versie van dit artikel verscheen eerder in Plus Gezond maart 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.
- Plus Gezond