Wandelen met Hella: voor je het weet, word je de boze stiefmoeder

Langs Leidse hofjes

Als Nelly Ball verliefd wordt op Bernard Schut, is ze al kort daarna ineens de stiefmoeder van zijn drie kinderen. “Ik wilde ze graag geven wat ze hadden gemist, maar leerde dat ik hun moeder nooit kon vervangen.”

Op het terras van stadscafé Van der Werff trekt Nelly direct mijn aandacht. Een vrolijk gezicht onder een goed geknipt roodharig koppie. Op voorstel van Nelly maken we vandaag de Hofjeswandeling door Leiden. Ze houdt van deze stad, waar ze dertig jaar geleden kwam ­wonen toen ze een relatie met Bernard kreeg – en daardoor ook stiefmoeder werd. “Nog altijd vind ik het spannend om over mijn stiefmoederschap te praten, maar toch wil ik het graag omdat veel mensen stiefouder zijn.”

Hofje

Het eerste hofje op onze route is het Sint Salvatorhofje. Het ligt ingeklemd tussen winkels en bedrijven en je loopt er zo ongemerkt aan voorbij. Zodra we er binnenstappen, verstomt het rumoer van de stad. Aanvankelijk waren de hofjeswoningen bestemd voor arme bejaarden en was het een gunst van de eigenaar om er te mogen wonen. Tegenwoordig wonen in heel wat hofjes studenten. Dat zie je aan de goedkope plastic tuinstoelen in de binnentuin, die nogal uit de toon vallen. Dit hofje is gesticht door priester Paulus Claesz. de Goede, zo lezen we. De meeste hofjes zijn gesticht door rijke mensen, in de hoop dat de bewoners als dank zouden bidden voor hun zielenheil. “Ik heb voor zon gebeden”, zegt Nelly vrolijk terwijl we richting het tweede hofje wandelen.

Droom

Het was lange tijd Nelly’s droom om dominee te worden. “Mijn zus en ik speelden met onze poppen altijd ‘zendelingetje’.” De studie theologie viel Nelly echter tegen. “Het was een boeiende tijd, maar ik heb er God gemist. En werken in een kerkgemeente waar ik niet eerlijk mocht zeggen wat ik vond, ervoer ik als benauwend.” Nelly ging lesgeven in godsdienst en maatschappijleer op een middelbare school en trouwde met een studiegenoot. “Helaas groeiden we na verloop van tijd uit elkaar. Maar er kwamen andere mooie dingen voor in de plaats.” Na haar scheiding volgde ze een studie psychotherapie.

Op haar 30ste groeide de behoefte aan vastigheid en om kinderen op de wereld te zetten. “Ja”, knikt Nelly, “het was best vooruitstrevend om in een contactadvertentie te schrijven: ‘Vrouw zoekt man die ook kinderen wil’.” Bernard was haar derde date. Hij wordt de liefde van haar leven. “Het voelde vanaf het begin alsof we elkaar kenden en het was direct aan tussen ons.” Al in zijn eerste brief had Bernard geschreven dat hij drie kinderen had van 3, 5 en 7 jaar, die na zijn scheiding aan hem waren toegewezen. “Zijn eerlijkheid zorgde ervoor dat ik de stap aandurfde.”

Stiefmoeder

Ondertussen lopen we door de straat waar ooit het atelier van Rembrandt en de molen van Rembrandts vader stonden. “Ik werd dus van de ene op de andere dag stiefmoeder”, vervolgt Nelly terwijl we het volgende hofje binnengaan. “Over die tijd zou ik een boek kunnen schrijven – het was moeilijk, maar leerzaam.” De eerste ontmoeting met de kinderen van Bernard herinnert ze zich nog als de dag van gisteren. “Dat was reuzespannend. Ik bracht snoepjes mee, dat weten ze nu nog”, lacht ze. “Het was soms wel verwarrend, hoor. Ik reed ineens met drie kinderen in de auto en dan raakte ik de weg kwijt. Of ik stond in de keuken bietjes te maken, en reageerden ze: ‘Zo eten we die niet…’” Het hielp dat ze de kinderen al snel leuk vond en dat Bernards ex-vrouw haar niet zwartmaakte. In haar praktijk als psychotherapeute had Nelly wel andere verhalen over stiefgezinnen gehoord.

Valkuil

Toen ze na een jaar besloot bij Bernard in te trekken, begon het pas echt. “Vooral de oudste had het moeilijk met de situatie.” In het begin kwam het vaak tot botsingen. “Toen de jongste twee kinderen ‘mama’ tegen mij wilden zeggen, mochten ze dat niet van de oudste. Die was heel loyaal aan haar moeder, en dat is begrijpelijk. Dus noemden ze me Nelly.” Onbewust kreeg Nelly er van haar stiefkinderen de schuld van dat hun ouders uit elkaar waren. En dat Nelly wat strenger bleek op te voeden dan Bernard viel ook niet altijd goed. “Mijn grootste valkuil was dat ik dingen goed wilde maken die voorheen verkeerd waren gegaan en die ze gemist hadden. Ik wilde graag veel voor dit gezin betekenen. Maar pas later ontdekte ik dat ik de plek van hun moeder nooit kon vervangen.”

We passeren het stadhuis van Leiden en het mooie Waaggebouw. Bij de Beestenmarkt wijst Nelly naar café The Duke of Oz. “Daar gingen Bernard en ik naartoe als we het thuis even wilden ontvluchten. Ik heb echtparen altijd geadviseerd om ook los van de stiefkinderen dingen te ondernemen. Dan hou je het als stel vol.”

Eigen kind

Omdat er in het huis genoeg ruimte was – en ­Bernard ‘het haar gunde’, zoals ze het noemt – kregen ze ook nog samen een kind. De stiefkinderen reageerden aanvankelijk positief. “Ik weet nog goed hoe ze kort na de geboorte van Frederique op mijn bed zaten. Dat was een heel mooi moment…” De herinnering ontroert haar nog altijd. “Ik vond het heel fijn dat mijn eigen dochter mij wel ‘mama’ noemde. En o, wat was ik trots als ik met haar in het kinderzitje op de fiets reed!”

Bidden

Onze stadswandeling voert langs 12 van de 35 Leidse hofjes. We arriveren in het Eva van Hooge­veenhofje, bestemd voor ongehuwde vrouwen en weduwen. Zie dienden ernaar te streven ‘een kuise en lofwaardige maagd’ te zijn, zo leest Nelly uit de Latijnse tekst boven de ingang. Zodra de stiefkinderen in de puberteit belandden, ontstond er wat jaloezie tussen hen en Frederique. “Ze vonden het moeilijk dat Frederique wél een eigen vader en moeder om zich heen had.” Dit is de lastigste fase in elk stiefgezin, weet Nelly ook uit haar praktijk als therapeute. “Uit schuldgevoel over de scheiding geven vaders de stiefmoeder over het algemeen dan niet de steun die ze verdienen. En voor je het weet, wordt die gezien als de boze stiefmoeder.” De stress die Nelly daarvan ­ondervond, schreef ze van zich af in dagboeken. Het hielp haar om het te delen met vrienden en om te proberen haar stiefkinderen te doorgronden. “Ik bad voor ze, dat steunde me enorm. Zo heb ik de kracht van bidden herontdekt.” En het helpt soms ook om het leven even te laten sudderen, weet ze, en niet meteen alles te willen oplossen.

Leerproces

Via andere hofjes komen we uiteindelijk bij het Sionshofje, bestemd voor oudere echtparen. Bij binnenkomst zit er een heer op leeftijd op een bankje te genieten van de rust. Vanaf het moment dat de stiefkinderen hun eigen weg gingen, verbeterde de relatie met Nelly. Het was een pittig leerproces, zegt ze. “Je wordt zó met jezelf geconfronteerd. Je ego raak je vanzelf kwijt. De behoefte om voor jezelf op te komen botst vaak met de wens om rustig een band op te bouwen met je stiefkinderen.” Inmiddels zijn alle kinderen uitgevlogen en hebben ze een partner. “Toen de eerste kleinkinderen kwamen, mocht ik er als stiefoma ineens helemaal zijn! Ik geniet er heel erg van dat nu alles goed is tussen ons.”

Trots

Nog altijd woont ze met Bernard in het huis in Leiden, dat uit 1903 stamt. “Op een goede dag zullen we niet meer in staat zijn om de trappen te beklimmen, maar nu is het er nog heerlijk!” Terugkijkend maakt het Nelly trots en gelukkig dat de stiefkinderen Bernard en haar nooit uit elkaar hebben gedreven. Ook is ze trots op de zelfhulpgroep die ze opzette voor stiefouders, waarin ze herkenning en steun bij elkaar vonden. “Stiefouderschap ligt altijd gevoelig. Als je het goed uitvoert kan het je rijk maken, zoals mij is gebeurd – maar wees niet bang om hulp te vragen.” Dertig jaar lang heeft ze andere stiefouders begeleid in haar praktijk. “Zo kon ik iets doen wat ik vroeger als dominee hoopte te gaan doen, namelijk andere mensen helpen”, constateert ze tevreden.

 

Bron(nen):

Reactie toevoegen