Altijd in háár schaduw

‘Zijn overleden echtgenote woont daar nog steeds’

Getty Images

Brigitte en Paula vonden allebei een nieuwe grote liefde. Dat klinkt mooi, maar toch knaagt het. Want ze voelen dat ze op de tweede plaats komen, ná de eerdere geliefde van hun partner.

Brigitte(55):
“In zijn profiel stond al dat hij weduw-naar was. En dat hij twee pubers in huis had. Mijn eigen kinderen wonen zelfstandig; eigenlijk zocht ik een man met vrijheid. Maar de warme blik in zijn ogen raakte me. En de zin: ‘Ik heb nog zoveel liefde te geven.’ Ik heb altijd eigengereide mannen getroffen, niet in staat zich te binden. Deze man had tenminste geen serie mislukte relaties achter de rug. En hij zou ­ongetwijfeld begrip hebben voor mijn verdriet om mijn zus, die kort ervoor was overleden.

Onze eerste ontmoeting voelde magisch. Hij begreep me inderdaad, we konden zo goed praten. Dat hij me veel over zijn vrouw vertelde, vond ik alleen maar fijn. Ik wilde hem door en door leren kennen. Ze was al drie jaar overleden, hij sprak rustig over haar, zonder tranen, en daardoor dacht ik: hij is eroverheen. Ook zijn kinderen stonden open voor mij, waren blij om hun vader weer gelukkig te zien. Het kon niet beter. Tot ik bij ze introk. Toen bleek dat de overleden echtgenote daar nog altijd woonde. Ik wilde mijn eigen spullen meenemen, maar mijn vriend wilde de hare niet wegdoen. Haar foto, groot afgedrukt op canvas, bleef in de woonkamer hangen. En er werd gekookt zoals zij dat deed. Ik wilde geen ruzie en dacht: ik geef het de tijd. Dan ziet hij vanzelf wel in dat ook ik ruimte nodig heb. Maar we zijn nu anderhalf jaar verder en mijn meubels staan nog steeds in de opslag. Haar foto prijkt nog altijd aan de wand. Ook haar naam valt nog net zo vaak als in het begin. Hij zegt dat hij de herinnering aan haar levend wil houden voor zijn kinderen, maar ik voel dat hij haar zelf niet kan loslaten. Niet wil loslaten. Enerzijds vind ik dat mooi aan hem; zijn trouw en loyaliteit zijn groot.

Maar ik ben er ook nog. Het doet pijn dat zij tussen ons in staat. Er iets van zeggen durf ik niet, de dood blijft een beladen onderwerp. Hoewel hij zegt dat hij van mij houdt en ik dat ook merk aan grote en aan kleine dingen, voel ik dat ik opnieuw met een man samen ben die niet voor honderd procent voor mij gaat. En dat maakt me verdrietig. Deze man kan wel met heel zijn hart liefhebben. Maar het is al bezet en ik vrees dat ik altijd genoegen zal moeten nemen met een tweede plek.”

Paula(52):
“De eerste keer dat ik haar ontmoette, werd ik op slag misselijk. Niet omdat ze onaardig tegen mij deed, integendeel. Ze zei hartelijk dat haar dochters zo dol op mij zijn. Nee, het was de blik in de ogen van Mark die me onwel maakte. Ik had er geen rekening mee gehouden, maar het was overduidelijk: hij hield nog steeds van haar. Toen ik hem ontmoette, vond ik het mooi dat hij nog zo’n goede band had met zijn ex-vrouw. Zelf heb ik verwikkeld gezeten in een vechtscheiding. Ooit waren we een gouden team en ik had gehoop t dat we netjes uit elkaar konden gaan. Maar mijn ex was rancuneus en stopte niet met modder gooien. Hoewel Mark ook in de steek was gelaten, had hij dat sportiever opgenomen. ‘Ik wilde niet scheiden’, had hij mij aan het begin van onze relatie openhartig verteld. ‘Maar zij was verliefd op een ander. Tja, dan is het niet anders.’

Ik ben niet jaloers aangelegd en vertrouwde erop dat hij eroverheen was. Ze waren al tweeënhalf jaar uit elkaar. Dan slijt zoiets toch? Dat Mark haar vaak sprak en bij haar langsging, ook onverwachts, wanneer er iets speelde met hun dochters, vond ik bewonderenswaardig. Hij was tenminste een man die  zijn ­verantwoordelijkheid nam.

Tot ik haar ontmoette en de blik in zijn ogen zag. Ik wist het meteen: zíj is het nog altijd voor hem. Die avond heb ik mij opgesloten in de badkamer en lang gehuild. De klap was enorm: alsof ik had ontdekt dat hij vreemdging. Maar de dag erna kwam mijn kracht terug. Mark is mijn droomman, ik wil hem absoluut niet kwijt. Ik besloot er alles aan te doen om hem zijn ex te laten ver-geten. En daar zet ik mij voor in, al betekent dit dat ik soms op mijn tenen loop of over mijn grenzen ga om hem te pleasen.

Meestal hebben we het goed; zo goed zelfs dat mijn onzekerheid bij vlagen helemaal naar de achtergrond verdwijnt. Tot ik haar weer zie, met hem. Dan lichten zijn ogen op, op een manier zoals ze dat niet bij mij doen. Dan schiet er door mijn hoofd: al mijn inspanningen zijn voor niets. Hij is alleen bij mij omdat zij hem niet wil. En o, wat is dat pijnlijk. Mijn grootste angst is dat haar ­relatie uitgaat. Dat ze dan eenzaam is, en spijt krijgt. Ik vrees dat ze maar met haar vingers hoeft te knippen en Mark gaat naar haar terug.”

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine april 2018. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!