Wat u moet weten over pijn bij bewegen

Bewegen is noodzaak, maar spieren, pezen en gewrichten kunnen er soms moeite mee hebben. Wat is verstandig: voorzichtig doen en ‘luisteren naar je lichaam’ of juist doorgaan en een tabletje nemen?

Het klinkt simpel. Tuinieren, de trap nemen in plaats van de lift, lopend boodschappen doen: alle beetjes helpen om de norm ‘gezond bewegen’ te halen. Door vijf keer per week een halfuur ‘matig intensief te bewegen’, blijft de conditie op peil. Maar wat als je dat niet kunt zonder dat het pijn doet? Is het dan niet veel gezonder om maar gewoon op de bank te blijven zitten? Driekwart van de Nederlanders heeft ten minste eens per jaar pijnklachten aan het bewegingsapparaat. De lage rug staat bovenaan in de top drie, gevolgd door de nek en de schouders. Stuk voor stuk complexe structuren, waarin spieren, pezen, gewrichten, banden, slijmbeurzen en botten met elkaar samenwerken. Al die losse onderdelen kunnen pijnlijk zijn en als je pech hebt, worden ze allemaal tegelijk getroffen. Hoe komt dat en wat kun je eraan doen?

Beweging versus rust

Spieren doen vaak pijn na sporten of andere belasting. Als ze van dat harde werken herstellen, worden ze een beetje dik, gespannen en pijnlijk; beschadigde eiwitten worden opgeruimd en vervangen door nieuwe. Een gezond proces, al doet het pijn. Deze pijn gaat meestal binnen enkele dagen vanzelf weer over. Op de bank blijven zitten, is geen goed idee. Zo’n spier in herstel moet je juist blijven bewegen en het liefst een beetje rekken, want hij heeft de neiging in de ‘ruststand’ te gaan staan – ergens tussen gestrekt en gespannen in – en op den duur te verkorten.

Pezen kunnen scheurtjes oplopen door een verkeerde beweging, zoals een kind optillen of overbelasting bij bijvoorbeeld tennis. Die scheurtjes veroorzaken een gemene, scherpe pijn die de neiging heeft steeds terug te komen. Een typisch voorbeeld is de tenniselleboog. Bij peespijn kun je meestal precies aanwijzen waar het zit. Rust helpt, soms kan een injectie met een ontstekingsremmer de klachten verhelpen. Slijmbeurzen zijn zakjes met vloeistof die rond de gewrichten zitten en zorgen dat spieren, huid en botten soepel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Ook die kunnen bij overbelasting geïrriteerd en ontstoken raken. Ook hier: rust helpt, en soms een injectie met een ontstekingsremmer. Botten doen vooral pijn na een trap of klap en als ze breken. Om goed te kunnen genezen hebben ze vanzelfsprekend rust nodig.

Slijtage

Slijtage van gewrichten (artrose) kan overal optreden. In de knieën en heupen, maar ook in de nek, rug, handen, polsen en enkels. Door de slijtage passen de gewrichtsvlakken minder goed op elkaar en dat voel je. Soms raken er kleine stukjes kraakbeen los en ook dat geeft pijn. Door de slijtage verandert bovendien de vorm van het gewricht en wordt het wiebelig. De spieren moeten extra hard werken om de knie of pols goed op z'n plek te houden. Kortom: een artrotisch gewricht brengt ook spieren, banden en pezen in de problemen, zodat op een goed ogenblik het hele gewricht pijn doet. Dat voel je vooral als je begint te bewegen. Die ‘startpijn’ wordt na tien minuten minder. Bewegen is het beste wat je kunt doen voor een artrotisch gewricht; door de beweging wordt de aanmaak van nieuw kraakbeen gestimuleerd. Stilzitten maakt het alleen maar erger.

De rug is een ingewikkeld bouwwerk van botjes met onderlinge gewrichten, banden, spieren en pezen, waar ook nog eens de zenuwen tussendoor lopen. Een rug is een slecht concept, want hij is eigenlijk gemaakt voor dieren die op vier poten lopen. Mensen hebben dus veel rugpijn; vaak is niet te zeggen waar de pijn precies vandaan komt. Straalt het uit in een been, dan weet je dat er een zenuwwortel onder druk staat. Dat kan door een hernia van een tussenwervelschijf komen, maar dat hoeft niet. Probeer met rugpijn in beweging te blijven. Ook een hernia geneest niet beter als je gaat liggen.

Zitten of in beweging blijven?

Rust is dus alleen raadzaam bij een pijnlijke pees, slijmbeurs of bot. Maar die veroorzaken maar een klein deel van de pijnklachten. In de meeste gevallen geldt: bewegen moet, ook als het pijn doet. De pijn gaat ook niet sneller weg van rust. Wel verslappen de spieren erdoor, ontkalken de botten en gaan de reflexen achteruit, zodat u gemakkelijker valt en iets breekt. Wie niet beweegt, heeft ook meer kans op hartinfarcten en beroertes en op overgewicht en diabetes. Zelfs de kans op gewrichtslijtage wordt groter, want kraakbeen wordt gevoed door beweging. Als u begint te bewegen, heeft u kans dat de lichaamspijn afneemt.

U kunt een pijnstiller slikken om het mogelijk of gemakkelijker te maken. Te lang wachten met slikken met als gevolg langdurige pijn is niet goed. Het verhoogt de concentraties van stresshormonen en dat is slecht voor het hart en vernauwt de bloedvaten, waardoor wonden minder snel genezen. Chronische pijn maakt depressief. Pijn aan het bewegingsapparaat zorgt dat u onhandig en onnatuurlijk gaat bewegen waardoor u weer andere pijnklachten ontwikkelt. Stoer zijn met pijn – en er uit principe niks voor slikken – is dus nergens goed voor. En dat je afhankelijk wordt van pijnstillers als je er af en toe eentje slikt, of er steeds meer nodig hebt, is een fabeltje.

Twee soorten pijnstillers

Bij de drogist kunt u grofweg twee soorten pijnstillers kopen: pillen die alleen de pijn remmen (paracetamol) en pijnstillers die ook de ontsteking aanpakken. Aspirine is daar een voorbeeld van, en ook ibuprofen (Nurofen, Advil), diclofenac (Voltaren) en naproxen (Aleve). Deze zijn effectief en veilig bij normaal gebruik volgens de bijsluiter. Zoals bij alle geneesmiddelen kunnen eventueel bijwerkingen optreden.

Paracetamol is al zo’n vijftig jaar verkrijgbaar, maar hoe het precies werkt, is nog altijd niet bekend. Het helpt goed tegen een duidelijk te plaatsen pijn, zoals pijn bij een wond, kneuzing of verstuiking, kiespijn of hoofdpijn. Paracetamol onderdrukt wel koorts, maar niet de ontsteking in bijvoorbeeld gewrichten. U mag hiervan niet meer dan 7 gram (14 tabletten) per dag slikken, dit kan leverschade veroorzaken. Aanbevolen wordt om dagelijks niet meer dan 3 gram te gebruiken (6 tabletten) en bij chronisch gebruik niet meer dan 2,5 gram (5 tabletten). Alcohol kan de kans op leverschade vergroten en mag niet samen met paracetamol worden gebruikt

Ontstekingsremmende pijnstillers remmen niet alleen de pijn, maar ook de zwelling, roodheid, koorts en het algehele gevoel van malaise dat bij een ontsteking hoort. Veel vliegen in een klap dus en dat komt doordat deze medicijnen de aanmaak van prostaglandines remmen, boodschapperstoffen die een rol spelen bij allerlei ontstekingsverschijnselen. Omdat prostaglandines ook betrokken zijn bij de stolling en de aanmaak van beschermend maagslijm, bestaat de kans dat langdurig en veelvuldig gebruik van ontstekingsremmende pijnstillers tot maagklachten leidt. Hoe ouder je bent hoe groter de kans daarop. Bij langdurig gebruik is het slikken van een maagzuurremmer aan te raden.

Sommige ontstekingsremmende pijnstillers vergroten de kans op een hartinfarct (diclofenac het meest, ibuprofen nauwelijks). Naproxen verhoogt de kans op een hartinfarct juist niet. En aspirine wordt daarentegen vaak gebruikt als 'bloedverdunner', omdat het de bloedstolling remt en zo de kans op een hartinfarct of beroerte verkleint. Je hebt er in dat geval maar een beetje van nodig (‘kinder-aspirientje’).

In het algemeen geldt: wees voorzichtig met langdurig gebruik van pijnstillers. Als je eerder een maagbloeding hebt gehad, hartfalen of een slechte nierfunctie hebt of antidepressiva zoals paroxetine of corticosteroïden gebruikt, vraag dan altijd advies aan je huisarts.

Welke pil waarvoor?

Als bewegen pijnlijk is, is het slikken van ontstekingsremmende pijnstillers een betere keus dan paracetamol. Wetenschappelijk is vastgesteld dat ze waarschijnlijk effectiever zijn. Diclofenac is voor langdurig gebruik geen goede keus, omdat het de kans op een hartinfarct het meest vergroot. Ibuprofen werkt snel maar kort. Naproxen werkt snel, is het veiligst voor hart en bloedvaten en heeft een lange werkingsduur waardoor je het minder vaak hoeft te nemen. Omdat deze pillen anders werken dan paracetamol, kun je ze zonodig wel combineren met paracetamol voor extra pijnstilling.

Wanneer naar de dokter?

• Als u denkt dat een bot is gebroken of een pees of spier is gescheurd.
• Als u een gewricht hebt verrekt en de zwelling of pijn niet na een paar dagen afneemt.
• Als een gewricht zonder duidelijke oorzaak dik, rood en/of warm wordt: u kunt dan een ontsteking hebben; vooral een bacteriële ontsteking (koorts!) kan heel snel een gewricht vernielen.
• Als één of meerdere gewrichten zonder duidelijke oorzaak langer dan zes weken pijnlijk of stijf blijven; dit zou een ontsteking op basis van ‘reuma’ kunnen zijn; dat moet u op tijd behandelen om schade aan gewrichten te voorkomen.
• Als u meer dan twee weken elke dag pijn-stillers nodig hebt.
• Bij uitstralende rugpijn: als er spierzwakte in de benen bijkomt, bij problemen met plassen; en bij een raar verdoofd gevoel in het kruis of rond de anus. 
• Pijn in de benen die toeneemt bij het lopen en afneemt bij stilstaan; dat kan worden veroorzaakt door etalagebenen: een probleem met de bloedvaten.

Bron(nen):