8 vragen over vaginale schimmelinfecties

Overgroei van Candida Albicans

Hoe komt u aan een vaginale schimmelinfectie? En is het eigenlijk besmettelijk? De antwoorden op acht veelgestelde vragen over vaginale schimmelinfecties.

1. Hoe weet ik of ik een vaginale schimmelinfectie heb?

Heeft u eerder een keer een schimmelinfectie gehad? Dan herkent u een nieuwe schimmelinfectie ongetwijfeld direct. U kunt last hebben van irritante jeuk in en rondom de vagina, een branderig gevoel en witte, brokkelige afscheiding. Soms zijn de vagina en schaamlippen rood en gezwollen.

Niet alle vrouwen hebben last van al deze symptomen. Gaan uw ongemakken maar niet over en twijfelt u of ze het gevolg zijn van een schimmelinfectie, ga dan naar de huisarts. Die kan op basis van uw klachten vaak al inschatten of u een vaginale schimmelinfectie heeft of niet. Soms moet voor de zekerheid de afscheiding worden bekeken onder een microscoop.

2. Is het een seksueel overdraagbare aandoening?

Een vaginale schimmelinfectie is geen soa. De gist die de infectie meestal veroorzaakt, de Candida Albicans, leeft sowieso al in de vagina. U loopt het dus niet op via iemand anders. Ook als u niet seksueel actief bent, kunt u een vaginale schimmelinfectie krijgen.

3. Is het besmettelijk?

Candida wordt niet gezien als een besmettelijke aandoening, want de gist leeft al bij iedereen op en in het lichaam. U krijgt er pas last van als er een enorme overgroei aan candida ontstaat.

Mannen hebben normaal weinig candida op hun penis. Krijgen zij via seksueel contact met een vrouw met een vaginale schimmelinfectie ineens veel meer candida, dan ontstaat er bij hun ook een ontstekingsreactie. Zo kunt u uw schimmelinfectie dus wel overdragen op uw partner.

4. Mag u vrijen als u een schimmelinfectie heeft?

Als u een vaginale schimmelinfectie heeft, kan vrijen pijnlijk zijn en een branderig gevoel geven. Seks terwijl de vagina niet vochtig genoeg is, irriteert bovendien de slijmvliezen. Gebruik een glijmiddel of wacht tot uw schimmelinfectie weer over is. Crèmes en tabletten tegen een vaginale schimmelinfectie tasten trouwens condooms aan, waardoor ze tijdens en tot twee dagen na de behandeling niet betrouwbaar zijn.

5. Hebben hormonen er iets mee te maken?

Het lijkt erop dat hormonale schommelingen het ontstaan van schimmelinfecties bevorderen. Sommige vrouwen krijgen vlak voor ze ongesteld worden of juist na de menstruatie een schimmelinfectie. Ook tijdens de zwangerschap komen ze vaker voor. Sommige vrouwen krijgen er last van als ze een anticonceptiepil slikken.

6. Krijgt u een schimmelinfectie van te weinig uw vagina wassen?

Schimmelinfecties krijgt u niet van een slechte hygiëne, maar eerder van te veel boenen. Grondig schrobben irriteert de kwetsbare slijmvliezen. Zeep verstoort bovendien de zuurgraad in de vagina, waardoor bacteriën en schimmels juist de kans krijgen om zich te vermenigvuldigen. Was u dus alleen met lauw water of met een speciale, zeepvrije wasemulsie. De inwendige vagina hoeft u niet te wassen, die reinigt zichzelf.

7. Moet mijn partner ook behandeld worden?

Alleen als uw partner ook klachten heeft en ze niet overgaan, moet deze ook behandeld worden. Mannen merken vaak niks van een schimmelinfectie, maar soms krijgen ze last van jeuk en een schilferige, rode penis. Uw partner mag eventueel dezelfde uitwendige anti-schimmelcrème gebruiken als u.

8. Wat kunt u doen als het steeds terugkomt?

Heeft u het afgelopen jaar meer dan drie keer een vaginale schimmelinfectie gehad? Of helpen crèmes en tabletten maar niet? Bespreek met uw huisarts wat u het beste kunt doen.

De huisarts kan andere anti-schimmelmiddelen voorschrijven die mogelijk wel werken. Zo zijn er capsules die u elke vijfde dag na de menstruatie moet gebruiken om te voorkomen dat de schimmel terugkeert. Gebruikt u de pil dan kunt u proberen of deze de schimmelinfecties veroorzaakt door  er drie maanden mee te stoppen en alternatieve anticonceptie te gebruiken.

Heeft u de overgang achter de rug, dan kunt u sowieso het beste contact opnemen met de huisarts. U heeft dan namelijk meer kans op een bacteriële infectie dan op een schimmelinfectie.