Techjournalist Daniël Verlaan: ‘Jezelf online beveiligen moet net zo logisch zijn als ’s nachts je deur op slot doen’

Techjournalist Daniël Verlaan schreef zijn boek ‘Ik weet je wachtwoord’ over de gevaren van het internet. Want als je niet weet waar die gevaren liggen, ga je je er ook niet tegen beschermen. Hij geeft handige tips om jouw online leven zo veilig mogelijk te maken en over hoe jij jezelf beschermt tegen criminelen op het internet.

Waarom moeten mensen zich bewust worden van die gevaren?

“Heel veel mensen denken dat ze niet interessant genoeg zijn om te worden gehackt. Dat klopt ook wel, want een hacker kijkt niet naar jouw persoonlijke zaken. Het boeit hem niet welke nieuwsbrieven je leest of welke afspraken je bij de fysio maakt. Maar een hacker wil twee dingen: geld van je bankrekening of een kopie van je identiteitsbewijs.

De bankrekening is logisch, dat kennen we natuurlijk allemaal. Die willen hackers leegtrekken. Dat doen ze vaak met oplichting of phishing-websites. Dat zijn nepwebsites waarop criminelen je willen overtuigen om je inloggegevens in te voeren. Daarom is het ook zo belangrijk dat je je account goed beveiligt en sterke en verschillende wachtwoorden gebruikt. Veel mensen hebben ook wel eens een kopie van hun rijbewijs gestuurd via e-mail of WhatsApp. Als een hacker daar toegang tot krijgt, kan hij op jouw naam een lening afsluiten, een huurhuis huren en daar een wietplantage inzetten of een telefoonabonnement afsluiten. Hij kan je identiteit volledig overnemen.”

Maar we weten wel dat we ons online moeten beschermen, toch?

“Ja, maar veel mensen denken: ‘mij treffen ze toch niet’. Dat snap ik ook wel, want vaak nemen mensen pas maatregelen om zichzelf online te beschermen als het al te laat is, als ze al zijn gehackt. Ik probeer met dit boek te zeggen: asjeblieft, luister naar me en bescherm jezelf. Want op een gegeven moment is het te laat en dan zul je zeggen: ‘oh, had ik dat maar gedaan’. Ik vind het goed dat het dan alsnog gebeurt, want je hebt de rest van je leven profijt van goede online veiligheid.”

Waarvan zijn 50-plussers dan vaak het doelwit?

“Zij zijn vaak het slachtoffer van phishing en van cybercriminelen. Als je bij één van beide even niet oplet of zelfs helemaal niet weet waar je op moet letten, kun je daar heel makkelijk intrappen. Daarnaast richten criminelen zich bij die acties sowieso vaker op 50-plussers. Dat heeft twee redenen. Eén is: ze hebben vaak een beetje geld. Nummer twee is: een deel van de 50-plussers heeft minder verstand van technologie omdat ze er niet mee zijn opgegroeid. Al wordt er wel vaak gedacht dat 50-plussers digibeten zijn, maar dat is absoluut niet zo. Jongeren zijn, net als ouderen, ook niet goed in online veiligheid. Maar 50-plussers zijn vaker goedgelovig en naïever. Daar wordt misbruik van gemaakt. 

De laatste tijd zie je dat veel terug in WhatsAppfraude. Dat is gericht op 50-plussers, dus het is ook logisch dat zij daar vaker slachtoffer van zijn. Het gaat vaak om een kind in nood. Vooral nu in coronatijd zien ze hun kinderen een stuk minder, dus veel contact gaat via WhatsApp. Ik snap daarom ook heel goed dat mensen daarin trappen. Inmiddels zijn deze criminelen zo slim, dat ze de dochter of zoon opbellen. Dan hoor je hem of haar aan de lijn praten. Vervolgens bellen ze de vader of moeder op met die stem. Dan lijkt het net of je door je eigen kind wordt gebeld. Als je kind dan opeens geld nodig heeft, wil je natuurlijk graag helpen. Je bent vader of moeder en het is coronatijd, dus veel mensen hebben het moeilijk. Dan zie je dat dat vaak slaagt.”

Als die criminelen steeds slimmer worden, hoe zorg je er dan voor dat je er niet telkens intrapt?

“De belangrijkste tip bij WhatsAppfraude is om altijd je zoon of dochter te spreken. Criminelen kunnen namelijk niet helemaal de stem van je zoon of dochter nadoen. Ze kunnen je wel op basis van audiofragmenten proberen te overtuigen, maar ze kunnen geen gesprekken nabootsen. Ik raad dus altijd aan: bel diegene op. Niet alleen bij WhatsAppfraude, maar ook als je een phishingbericht krijgt. Stel, je krijg een bericht van ING dat je een nieuwe app moet downloaden. Ik google dan het telefoonnummer van ING, bel ze op en vraag aan de bank: ‘ik heb dit bericht van jullie ontvangen, is dit echt?’ Dan kan de medewerker je dat wel vertellen. Dus: bellen, bellen, bellen.

Daarnaast is een goeie tip: schakel de hulp van je kind in, als je dat hebt. Ik merk in mijn omgeving ook dat er veel jongeren zijn die hun ouders waarschuwen voor nieuwe phishing- en oplichtingstrucs. Dat is een super goed initiatief. Ik waarschuw mijn eigen ouders ook regelmatig voor nieuwe manieren van oplichting.”

Veel werk dus, om jezelf online veilig te houden. 

“Ja, het is ook wel veel werk, maar je beschermt daarmee wel je identiteit en je geld. We nemen ook gewoon dubbel glas, we doen onze deur ’s nachts op slot en we beveiligen ons huis met een alarmsysteem. Dat vinden we logisch. Het is hetzelfde als in jouw huis, maar dan digitaal. Een hacker komt binnen, en gaat kijken waar hij geld van jou kan stelen.”

Wat moet iedereen nu direct gaan doen voor zijn of haar online veiligheid?

“Ten eerste zou ik een sms’je of mailtje van een instantie altijd verifiëren bij de instantie waar het vandaan zou moeten komen. En ook altijd zelf het nummer opzoeken, dus niet bellen naar het nummer dat in het bericht staat. Ook dat kan een nepnummer zijn.  

Ten tweede moet je altijd je zoon of dochter zelf te spreken krijgen wanneer ze via WhatsApp contact met jou opnemen met de vraag of je geld wil overmaken. 

Ten derde moet iedereen echt beginnen met het gebruik van sterkere, betere wachtwoorden. En vooral ook meer verschillende wachtwoorden. Dus niet vier wachtwoorden die een beetje op elkaar lijken, want dat is ook echt een groot probleem. We gebruiken veel te veel zwakke wachtwoorden en daar moeten we echt vanaf. Die kan je goed bijhouden in een wachtwoordenboekje, zolang je die maar wel op een veilige plek opbergt. Dan kan je jouw wachtwoorden lekker lang maken, als een soort zinnetje, en allemaal in een notitieboekje zetten. Zo ben je beter beschermd en vergeet je ze ook niet.”

In ‘Ik weet je wachtwoord’ vertelt Daniël Verlaan verhalen over de donkere kant van het internet. Hij geeft tips over hoe jij jezelf online kan beschermen tegen criminelen.