Doorlopende reisverzekering dekt coronaschade niet altijd

Doorlopende reis- en annuleringsverzekeringen bieden niet altijd dekking voor extra reis- en verblijfkosten vanwege de coronacrisis. Het blijkt dat verzekerden de voorwaarden en beperkingen niet goed genoeg kennen. Ze verwachten daardoor te veel van hun verzekering.

Dat blijkt uit drie uitspraken van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening van het Kifid. In een zaak wordt een terugvlucht vanuit Marokko geannuleerd. De verzekerde claimt de extra verblijfkosten op zijn doorlopende reisverzekering. In de voorwaarden staat dat extra reis- en verblijfkosten alleen zijn gedekt bij natuurgeweld en staking van openbaar vervoer of luchtvaartpersoneel. Een pandemie is geen natuurgeweld, oordeelt de Geschillencommissie en dus is er geen dekking.

Verplichte inenting?

In de tweede zaak annuleert een verzekerde een reis naar Japan omdat een van de medereizigers hartpatiënt is en dus extra kwetsbaar voor het coronavirus. In de voorwaarden staat dat annulering is gedekt als de verzekerde onverwacht om medische redenen niet de inenting kan krijgen die verplicht is. Ook hier blijkt in praktijk geen dekking, want Japan stelt inenting niet verplicht.

Snelle terugreis

In een derde zaak krijgt een verzekerde tijdens een reis op de Filipijnen te maken met een totaalverbod op reizen. De verzekerde gaat zo snel mogelijk terug naar Nederland en claimt de extra kosten op zijn reisverzekering. Ook hij vangt bot. De verzekeraar vergoedt extra kosten voor een versnelde thuisreis alleen bij overlijden of levensgevaar van familie of huisgenoot, en bij schade aan het woonhuis. Bovendien moet de alarmcentrale eerst toestemming geven. Dat is hier niet het geval en dus ook hier oordeelt de Geschillencommissie dat de verzekeraar de claim terecht heeft afgewezen.