Ga slim om met je geld: lijfrente

Herman Kappelle: ‘Ga voor het beste aanbod’

Herman Kappelle is bijzonder hoogleraar Fiscaal Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Als het kapitaal van een lijfrenteverzekering of bankspaarproduct vrijkomt, moet het worden gebruikt voor een periodieke uitkering. “Eerst kies je of je het onderbrengt bij een verzekeraar of bij een bank”, zegt Kappelle. “Het mag allebei.” Het voordeel van een verzekeraar is de levenslange uitkering. Bij een bank is dat niet zo. “De bank gaat er in principe van uit dat de uitkering stopt op 87­jarige leeftijd”, zegt Kappelle. “Als je voldoende andere inkomsten hebt, bijvoorbeeld pensioen van een werkgever, is dat waarschijnlijk geen probleem. Dan kun je kiezen voor een uitkering bij een bank. Die zijn doorgaans wat hoger.” Ook bij een tijdelijke lijfrente­uitkering, bijvoorbeeld om de periode tot het pensioen te overbruggen, is de bank meestal de gunstigste keuze. “Als de lijfrente-uitkering nodig is om in je dagelijkse levensbehoefte te voorzien, is een uitkering bij een verzekeraar verstandiger”, adviseert Kappelle. “Dan is je inkomen levenslang gegarandeerd.” 
 

Twee levens

Het nadeel van een lijfrente bij een verzekeraar is dat de uitkering stopt als je overlijdt, ook als de lijfrentes nog maar net zijn ingegaan. Bij een bank is dat niet zo. Bij overlijden wordt het resterende bedrag in lijfrentes uitgekeerd aan de nabestaanden. Wel kun je bij een verzekeraar regelen dat bij overlijden de partner een lijfrente krijgt. “Dan gaat de uitkering omlaag. Dan zijn er twee levens, dus de kans dat er langer uitgekeerd wordt is groter.” Omdat de rente laag is, valt de hoogte van de lijfrente vaak tegen. Daar is niets aan te doen. “Maar er zijn verschillen tussen aanbieders”, zegt Kappelle. “De een komt met een hoger bedrag dan de ander. Je hoeft niet in zee te gaan met de partij waar je je kapitaal hebt opgebouwd. Ga voor het beste aanbod.”
 

Rekenvoorbeeld

Een 67-­jarige man heeft €100.000 beschikbaar voor lijfrentes. Bij een verzekeraar krijgt hij levenslang €4650 per jaar. Als hij na zijn overlijden een uitkering van 70 procent wil voor zijn 64­jarige vrouw, krijgt hij €4030 per jaar. Zij ontvangt na zijn overlijden €3000 per jaar. Bij een bank ontvangt hij twintig jaar lang €5700 per jaar. Als hij eerder overlijdt, ontvangt zijn vrouw de resterende uitkeringen.
 
Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine juni 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!
Bron(nen):