Bedrijf mag neo-nazi niet afwijzen

Een autobedrijf uit Uithoorn is door het College voor de Rechten van de Mens op de vingers getikt omdat zij een sollicitant geen arbeidsovereenkomst heeft gegeven vanwege zijn neonazi-opvattingen. Dat is discriminatie op grond van politieke overtuiging.

Dat bijkt uit een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens. Een man solliciteerde naar de functie van chauffeur. Een dag na het sollicitatiegesprek vertelde de after sales manager hem telefonisch dat hij was aangenomen. Hij werd gevraagd een kopie van zijn paspoort en rijbewijs te mailen.

De volgende dag stuurde de after sales manager een appje: “We hebben je vervolgens gegoogled en stuiten op neonazi zaken. Onze directie wil dat niet hebben. [...] Vind het erg vervelend maar kan er helaas niets aan veranderen...”, schreef hij.

Eigen houtje

Het College vindt dat de after sales manager hiermee rechtstreeks verwijst naar de politieke gezindheid van de sollicitant om hem geen baan te geven. Dat is verboden. Het autobedrijf betwist de discriminatie door de after sales manager niet, maar stelt dat de man op eigen houtje handelde. De directie kan zich ook niet vinden in het WhatsApp bericht.

De after sales manager is op zijn gedrag aangesproken en werkt niet meer bij het bedrijf. Het College vindt dat niet relevant. Een bedrijf is verantwoordelijk voor het handelen van de medewerkers. Dat betekent dat het autobedrijf verboden onderscheid heeft gemaakt.

Bron(nen):