Parkeervergunning in stad steeds duurder

Acht van de twaalf provinciehoofdsteden hebben de tarieven voor parkeervergunningen in 2019 ten opzichte van 2018 verhoogd. Inmiddels halen gemeenten zo 900 miljoen euro per jaar op. Assen hanteert hierbij het laagste tarief voor een parkeervergunning en Amsterdam het hoogste.

Dit blijkt uit onderzoek van autodeelplatform SnappCar, dat de tarieven van parkeervergunningen onderzocht in 75 gemeenten.
 
In Den Haag is een vergunning voor de duurste zone gestegen met 45 procent. Ook in het voor autobezitters al dure Utrecht (+24 procent) en Maastricht (+10 procent) zien de onderzoekers forse stijgingen.
 
Voor een parkeervergunning betaal je als autobezitter in Assen 45 euro per jaar. Ook in Den Haag (60 euro) en Middelburg (87,60 euro) is een vergunning relatief goedkoop voor autobezitters.
 
Autobezitters in de provinciehoofdsteden Utrecht (342 euro), Maastricht (285,36 euro), Groningen (247 euro), Leeuwarden (225 euro) en Den Bosch (215 euro) betalen veel meer voor een vergunning in de binnenstad.
 

Rotterdam 78 procent duurder

In Rotterdam is het tarief voor een parkeervergunning in 2019 opvallend fors gestegen, met 78 procent. Autobezitters betalen voor alle zones hetzelfde bedrag, namelijk 115,20 euro. Dat is nog steeds een stuk minder dan het tarief dat vergunninghouders in Amsterdam betalen voor de duurste zone (533 euro).
 
Mede door deze verhogingen zijn parkeergelden en -vergunningen als inkomstenbron voor gemeenten in 2019 ten opzichte van 2018 gestegen met 9,7 procent, tot ruim 900 miljoen euro.