Nu doen, straks besparen

Door nu snel te handelen, ziet de belastingaangifte er volgend jaar een stuk beter uit!

Los af (of niet)

Als je geld overhebt, kun je dat gebruiken om je hypotheek of andere schulden af te lossen. Bij de meeste hypotheekverstrekkers kan dat tegenwoordig heel makkelijk online. Meestal kun je 10 en soms zelfs 20 procent van de oorspronkelijke hypotheek boetevrij aflossen. Hierdoor verlaag je niet alleen de hypotheeklasten, ook beperk je de vermogensbelasting als je op 1 januari 2021 meer dan €50.000 aan spaargeld hebt (of het dubbele voor fiscaal partners).

Maar let op: aflossen is niet altijd verstandig. Misschien kun je het geld nu makkelijk missen, maar op lange termijn niet. Bijvoorbeeld omdat je er na de pensionering in inkomen op achteruitgaat of omdat je graag wilt schenken aan de (klein)kinderen.

Daar komt bij dat veel huizenbezitters een lage rente betalen. Dan is aflossen minder interessant dan bij een hoge rente, omdat het effect op de maandlasten geringer is. Om een voorbeeld te geven: als je €10.000 aflost op een hypotheek waarover je 2 procent rente betaalt, bespaar je netto maar zo’n €130 tot €160 per jaar aan rentelasten.

Overweeg oversluiten

Voor deze tip hoef je niet te wachten tot het einde van het jaar, want een hypotheek oversluiten kan het hele jaar door. Dat is niet zonder kosten, want de bank brengt vaak een boete in rekening wanneer je voor het einde van de looptijd aan de hypotheek morrelt. Maar de hypotheekrente is al jaren laag en oktober jongstleden daalde die zelfs weer even verder. Dankzij die lage rente en de mogelijkheid om een boete over een aantal jaren uit te smeren, kan het oversluiten toch leiden tot lagere maandlasten. Het beste beginpunt is dan vaak de eigen bank. Informeer daar eens naar de mogelijkheden. Levert dat niet of niet genoeg voordeel op, dan kun je ook eens bij andere aanbieders informeren.

Check je levensloopregeling

Eind 2021 eindigt de levensloopregeling. Als er dan nog geld op je levenslooprekening staat, wordt dat in één keer uitgekeerd en belast. Het kan voordelig zijn nog in 2020 actie te ondernemen.   

Voorbeeld: stel dat je een jaarinkomen hebt van bruto €50.000 en op je levenslooprekening staat een tegoed van €30.000. Over een inkomen van €50.000 betaal je in 2021 afgerond 37 procent belasting. Als je niets doet met het tegoed op je levenslooprekening, wordt dit tegoed van €30.000 eind 2021 in één keer uitgekeerd en belast. Je belastbare inkomen in 2021 is dan geen €50.000 maar €80.000.

Vanaf een inkomen van ongeveer €67.500 betaal je een tarief van 49,5 procent. Om dat te voorkomen, is het slimmer om een deel van die €30.000 nog in 2020 te laten uitkeren.

Houd je toeslagen in de gaten

Krijg je huur- en/of zorgtoeslag? En verandert je inkomen, vermogen of huur, bijvoorbeeld omdat je minder of meer bent gaan werken, werkloos bent geworden of met pensioen gaat? Geef dat dan meteen door aan de Belastingdienst. De Belastingdienst houdt veranderingen in inkomen en vermogen wel bij, maar soms met een forse vertraging. Als je niet tijdig doorgeeft dat je situatie is veranderd, zal de Belastingdienst de te veel uitgekeerde toeslagen terugvragen. Het vervelende is dat het lang kan duren voordat je die naheffing krijgt. Soms wel langer dan een jaar.   

Ga inkomen middelen

Je kunt soms belasting terugvragen met de middelingsregeling als je de afgelopen jaren een sterk wisselend inkomen hebt gehad. Bijvoorbeeld omdat je met pensioen bent gegaan, werkloos bent geweest, een ontslagvergoeding hebt gekregen, bent gaan werken als herintreder of zzp’er bent. De gedachte achter middeling is de volgende: als je inkomen sterk schommelt, betaal je vaak meer belasting dan bij een stabiel inkomen. Dat komt door het progressieve belastingtarief. Voorbeeld: stel dat je in 2017, 2018 en 2019 een inkomen had van respectievelijk €60.000, €25.000 en €5.000. Je betaalt dan meer inkomstenbelasting dan wanneer je inkomen in alle drie de jaren het gemiddelde van €30.000 zou zijn. Het verschil tussen de werkelijk betaalde belasting en de belasting die je bij een constant inkomen had moeten betalen, kun je terugvragen. Let wel: dit geldt alleen voor bedragen boven de drempel van €545. 

Op de website van de Belastingdienst staat precies uitgelegd hoe je een middelingsverzoek middels het invullen van een online formulier indient. Sinds kort hoef je de berekeningen zelf niet meer mee te sturen.

Schenk met de warme hand

Veel ouders schenken regelmatig aan hun (klein)kinderen. Meestal schenken zij maximaal de vrijstelling voor de schenkbelasting. Een schenking aan kinderen is in 2020 vrijgesteld tot €5515; voor kleinkinderen en anderen is dit €2208. Als je voldoende spaargeld hebt, kun je overwegen om meer te schenken dan de vrijstelling. De ontvanger betaalt dan wel 10 procent (voor kinderen) of 18 procent (kleinkinderen) schenkbelasting voor schenkingen tot ongeveer €130.000. Maar bedenk dat de tarieven voor de schenkbelasting gelijk zijn aan de tarieven voor de erfbelasting. Als je kinderen je erfgenamen zijn, maakt het dus voor de belastingdruk niet uit of ze nu schenkbelasting betalen of later erfbelasting. Terwijl ze er nu waarschijnlijk meer aan hebben dan wanneer jij er niet meer bent. 

Schenkingen voor de aankoop van een huis of de aflossing op een hypotheek zijn vrijgesteld tot €103.643, de zogeheten jubelton. Voorwaarde is dat de ontvanger of diens partner nog geen 40 jaar oud is. Voor andere bestemmingen dan de eigen woning is er een eenmalige vrijstelling voor kinderen van €26.457.

Schenk periodiek

Door giften aan goede doelen goed te plannen, kun je belastingvoordeel behalen. Giften zijn alleen aftrekbaar voor zover ze uitkomen boven de 1 procent van je verzamelinkomen in een bepaald jaar. Maar voor periodieke giften geldt geen drempel: die zijn vanaf de eerste euro aftrekbaar. Door periodiek te schenken, krijgt het goede doel evenveel, maar betaal je zelf minder belasting. Periodieke giften zijn giften die je voor minimaal vijf jaar schriftelijk hebt vastgelegd. Op de website van de Belastingdienst staat een formulier dat je hiervoor kunt gebruiken. Vul het in en stuur het op naar het goede doel.

Leen uit aan je (klein)kinderen

Als je spaargeld overhebt en als je kinderen, kleinkinderen of andere familieleden een eigen woning hebben, zou je een deel ervan kunnen uitlenen. Met die lening kan degene die leent een deel van de hypotheek bij de bank aflossen. Je krijgt dan een hogere rente dan op een spaarrekening en de rente blijft bij degene die leent aftrekbaar. Tenminste, als aan dezelfde voorwaarden wordt voldaan als bij de bestaande hypotheek. Als de hypotheek na 2012 is afgesloten, betekent dit dat er maandelijks moet worden afgelost in hetzelfde tempo als bij de bestaande hypotheek.

Je hoeft hiervoor niet naar de notaris. Wel is het verstandig om goed na te denken over wat er gebeurt als jij of de lener komt te overlijden of bij een scheiding. Leg dit vast in een document, onderteken het en geef ieder een kopie.

Geef extra geld uit

Als je meer dan €50.000 aan spaargeld en ander vermogen hebt – of het dubbele voor fiscaal partners – kun je vermogensbelasting besparen door een geplande grote uitgave naar voren te halen. Denk aan een auto, nieuwe meubels of een verbouwing. De jaarlijkse peildatum van vermogen is namelijk 1 januari en de vrijstelling bedraagt volgend jaar (2021) €50.000 of €100.000 met een fiscale partner.

Tip! Heb je een creditcardschuld of consumptief  krediet uitstaan? Je betaalt daarover meestal een hoge rente, los daar dus eerst op af. Als je een (bank)spaarhypotheek hebt, kun je overwegen om voor het eind van het jaar premie bij te storten.

De rente die je ontvangt is doorgaans gelijk aan de rente die je betaalt. Overleg dit altijd met de hypotheekverstrekker of een adviseur, omdat het niet altijd voordelig is. Bedenk dat je een verlaging van het spaarsaldo op 1 januari 2021 pas merkt bij de belastingaanslag over 2021. Je kunt ook belastingvoordeel behalen door eens in de twee jaar te schenken. Dan is er meer kans dat je giften boven de aftrekdrempel komen.

Schenk je meer dan de vrijstelling? Dan moet de ontvanger aangifte doen vóór 1 maart van het kalenderjaar na de schenking. Ook bij de eenmalige grote schenking moet de ontvanger aangifte doen, ook al hoeft hij of zij niets te betalen.
Middeling mag alleen bij drie opeenvolgende jaren en een kalenderjaar mag je maar één keer gebruiken.