Werkt een placebo voor iedereen?
Stel: de ene patiënt met pijn krijgt een pijnstiller. Tegen de andere patiënt met pijn zegt de arts dat hij een pijnstiller krijgt, maar hij geeft hem een zoutoplossing. Dan kan bij allebei de pijn verminderen. Zie daar het placebo-effect. Medisch psycholoog Henriët van Middendorp weet er alles van.
Een van de bekendste historische voorbeelden van het placebo-effect komt uit de Tweede Wereldoorlog. Toen pijnstillers schaars werden, gaf een arts gewonde soldaten zoutoplossing, terwijl hij vertelde dat ze morfine kregen. Tot zijn verbazing rapporteerden sommige soldaten daarna duidelijke pijnverlichting. Dat laat zien hoe krachtig verwachting kan zijn, zelfs wanneer er geen werkzame stof wordt toegediend. “Het is een van de allereerste praktijkvoorbeelden van hoe placebo’s kunnen werken”, zegt Henriët van Middendorp, universitair hoofddocent gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden. “Zonder dat er echte pijnstilling was, ervaarden mensen toch minder pijn.”
Maar misschien is het meest herkenbare placebo-effect wel dat van het kusje op een zere plek, zegt Van Middendorp. “Een kind valt, huilt, krijgt een kusje en het is over. Er is fysiek niets veranderd, maar aandacht, geruststelling en een gevoel van veiligheid hebben een pijnstillend effect.”
Je voelt wat je verwacht
Placebo’s zijn al lang niet meer beperkt tot suikerpilletjes in medische studies. Ze zitten verweven in ieder zorgcontact, van de woorden die een arts kiest tot de toon waarop een diagnose wordt uitgesproken. “Het placebo-effect is eigenlijk een gunstig effect van een behandeling dat niet toe te schrijven is aan de ingrediënten van die behandeling zelf”, zegt Van Middendorp. Zij werkt bij het Center for Interdisciplinary Placebo Studies (IPS) in Leiden, waar onderzoekers al jaren experimenten uitvoeren naar mechanismes die de werking van het placebo-effect verklaren. “Ooit begonnen we met experimenteel onderzoek naar hoe dat placebo-effect eigenlijk werkt,” zegt ze. “We vertelden mensen bijvoorbeeld vooraf dat 95 procent een prikkel pijnlijk vindt, terwijl een andere groep hoort dat slechts 5 procent dat vindt. Iedereen krijgt exact dezelfde prikkel; en toch ervaart de eerste groep meer pijn.”
Wat je verwacht heeft invloed op wat je voelt, en die verwachtingen worden gevormd door wat erover wordt verteld. Een arts wekt verwachtingen over de uitkomst van de behandeling en patiënten willen daar graag in geloven. Het mechanisme hierachter is dat de hersenen verbetering verwachten, waardoor natuurlijke herstelprocessen worden geactiveerd. Dit kan leiden tot een daadwerkelijke vermindering van klachten.
Pijnstiller of placebo
Een bekend experiment van de Italiaanse placebo-onderzoeker en neuroloog Fabrizio Benedetti ging als volgt. Patiënten kregen na een hartoperatie een infuus met fysiologisch zout. Een deel van hen krijgt te horen dat het hier om een krachtige pijnstiller gaat, een ander deel hoort dat het een placebo óf een sterke pijnstiller kan zijn en de derde groep patiënten wordt niets verteld. De patiënten mogen de verpleging om extra pijnstillers vragen als ze die nodig vinden. Na drie dagen meten blijkt dat de groep patiënten die denkt een krachtig pijnstillend infuus te hebben gekregen, een derde minder pijnstillers vraagt dan de groep patiënten die niets is verteld.
De hond van Pavlov
Een tweede mechanisme achter het placebo-effect is conditionering: je leert je lichaam aan om op een bepaalde manier te reageren, puur omdat het dat heel vaak heeft gedaan. Als voorbeeld noemt Van Middendorp de hond van de Russische fysioloog Pavlov. Die leerde dat er eten kwam als er een bel klonk. Hij reageerde uiteindelijk zelfs met kwijlen en de productie van maagzuur op alleen het rinkelen. Die fysiologische reactie werkt ook bij mensen. “Bij chemotherapie kan iemand na behandelingen al misselijk worden zodra hij het ziekenhuis of de behandelkamer ziet, nog vóór de medicatie is toegediend. Het lichaam heeft de omgeving dan onbewust gekoppeld aan misselijkheid door eerdere ervaringen. Er zijn ook studies gedaan met immuun-onderdrukkers of juist immuunstimulerende medicijnen die steeds gegeven werden met een specifieke groene milkshake. Na een aantal keer is alleen die milkshake al voldoende om een vergelijkbare immuunreactie op te roepen. Dit houdt natuurlijk niet eeuwig aan, want het lichaam heeft wel af en toe de bevestiging van het echte medicijn nodig. Maar hiermee zou je mogelijk een deel van de medicijnen kunnen vervangen door een placebomedicijn, terwijl de werking hetzelfde blijft. Ook zou je dit kunnen toepassen om de afbouw van medicijnen te optimaliseren waar dat kan. En dat kan natuurlijk een enorme besparing in de zorgkosten geven.”
Nep-operaties die werken
Dat werkt niet alleen bij het innemen van geneesmiddelen, maar bijvoorbeeld ook bij knieoperaties in verband met artrose. In een bekende studie werden patiënten verdeeld over groepen: echte operaties en een nep-operatie waarbij men wel werd opengesneden, maar zonder daadwerkelijke ingreep. “Tot twee jaar na de operatie lieten die even sterke verbeteringen in pijn en functioneren zien”, zegt Van Middendorp. “Dat is bizar, maar ook veelzeggend. De verklaring zit niet in misleiding, maar in gedrag. Mensen denken: er is iets gerepareerd, dus ze bewegen weer meer. En juist dat helpt.”
Is de dokter aardig?
Het placebo-effect zit niet alleen in behandelingen, maar ook in mensen. “We kijken steeds meer naar hoe we die kennis uit al dat placebo-onderzoek kunnen toepassen om de zorg te verbeteren. Door communicatietrainingen te geven aan zorgverleners, bijvoorbeeld. Een behandeling werkt namelijk beter wanneer die wordt gegeven door een warme, empathische arts dan door iemand die afstandelijk is,” legt Van Middendorp uit, “terwijl de medische zorg exact hetzelfde is.”
Een behandeling werkt beter als de dokter warm en vriendelijk is
Bijwerkingen? Nou je het zegt!
Waar positieve verwachtingen kunnen helpen, kunnen negatieve verwachtingen juist schade aanrichten. Dat is het nocebo-effect; een ongunstig effect dat ontstaat door negatieve verwachtingen, niet door de behandeling zelf. “Als mensen weten dat een medicijn bepaalde bijwerkingen kan hebben, gaan ze die klachten ook vaker ervaren, zelfs als het medicijn daar niet de oorzaak van is”, zegt Van Middendorp. Een klassiek voorbeeld zijn bijsluiters. Hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid: klachten die iedereen weleens heeft, maar die zodra ze op papier staan aan het genomen geneesmiddel worden toegeschreven. “Hoe meer nadruk je legt op mogelijke bijwerkingen, hoe vaker mensen ze rapporteren. Bij erectieproblemen na het gebruik van bètablokkers bleek zelfs: hoe explicieter artsen deze bijwerking benoemden, hoe vaker mannen er last van kregen.” Betekent dit dat zorgverleners bijwerkingen beter voor zich kunnen houden? Zeker niet. “Het gaat er niet om dat je liegt,” benadrukt Van Middendorp, “maar wel hóe je iets zegt. In plaats van ‘Dit gaat pijn doen’ kun je zeggen: ‘Dit doen we zodat u zich straks beter voelt. Mensen ervaren dit verschillend, ik ben benieuwd wat u voelt.’ Zo blijft de informatie eerlijk, maar open.” Ook framing helpt. “Je kunt zeggen: 5 procent krijgt hoofdpijn. Of: 95 procent krijgt géén hoofdpijn. Dat maakt echt verschil.”
Werkt een placebo voor iedereen?
Niet iedereen reageert even sterk op placebo’s. Maar voorspellen voor wie het werkt, blijkt lastig. “We weten het eigenlijk niet zo goed”, zegt Van Middendorp. “Net als bij gewone medicijnen werkt het niet bij iedereen.” Er zijn aanwijzingen dat optimistische mensen gevoeliger zijn voor placebo-effecten, terwijl angstige mensen gevoeliger zijn voor nocebo’s. Maar harde voorspellers ontbreken. Opvallend is wel dat zelfs ‘open label placebo’s’ werken. Dat zijn placebo’s waarvan mensen wéten dat er geen werkzame stof in zit. Mits goed uitgelegd kan dit toch tot positieve effecten leiden.
Wat kun je zelf doen?
Kun je jezelf genezen met positieve gedachten? “Dat is lastig,” zegt Van Middendorp, “als je jezelf iets probeert wijs te maken waar je zelf niet in gelooft, zal het waarschijnlijk niet echt werken.” Toch helpt het om te focussen op (langetermijn-)herstel, negatieve verhalen van anderen te relativeren en niet elk horrorverhaal op sociale media serieus te nemen. En misschien wel net zo belangrijk: anderen niet onnodig bang maken. “Als iemand een behandeling krijgt, moet je er geen negatieve persoonlijke ervaringen overheen gooien,” zegt ze. “Dat kan het effect echt ondermijnen.” Het placebo- effect bevindt zich op een fascinerende grens. Het voelt nep en is tegelijkertijd onmiskenbaar echt. “Het is onderdeel van ieder zorgcontact”, zegt Van Middendorp. “Je kunt er niet omheen. Dus laten we het dan zo goed mogelijk gebruiken.”
Henriët van Middendorp is universitair hoofddocent gezondheidspsychologie bij de sectie Gezondheids-, Medische en Neuro-psychologie van de Universiteit Leiden. Zij en haar team onderzoeken placebo- en nocebo-effecten en hoe communicatie in de zorg het herstel van patiënten kan beïnvloeden.
Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine april 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.
- Plus Magazine