Koos Postema over het ouder worden

‘Ontkennen gaat niet, treuren heeft geen zin’

Dat hij last heeft van jicht, wilde Koos Postema (76) hier eigenlijk niet vertellen. “Té gênant.” Mannen zijn volgens hem meesters in het ontkennen van ouderdomskwaaltjes..

Ik zwem driemaal in de week ’s morgens vroeg in de sportschool. Baantjes, heen en weer. Ruim een half uur, inclusief stoombad en bubbelbad. De ochtendstijfheid verdwijnt uit mijn benen, maar helpt het tegen veroudering? Geen idee. Ouder worden gaat vanzelf. Net als zwemmen.
Mijn veroudering begon met de vergrijzing. Van mijn haar. Het begon bij de slapen. Ontkennen ging niet, treuren had geen zin en verven vond ik toen verwijfd. Grijs bij de slapen had ook wel iets voornaams. Ik stond er niet lang bij stil.
Het tweede signaal dat de veroudering was ingezet klonk zo’n dertig jaar geleden: mijn ogen gingen achteruit. Uitvoerig laten testen. De leesbril werd verplicht. Ontkennen hielp hier al helemaal niet, want ik zat volop in radio- en televisiewerk en bovendien ben ik een boeken- en krantenjunk. Dus de bril kwam en bleef. Tot nu toe was maar één keer een correctie nodig.

Op tv verscheen ik vrijwel nooit met bril. Lieve redacteuren maakten voor mij draaiboeken met grote letters. Waarom bijna nooit met bril op tv? IJdelheid natuurlijk, maar toch ook het besef: ik ben oud aan het worden. En verouderen is niet aangenaam. De vraag ‘hoe lang kan ik nog mee?’ dringt al vaak je gedachten binnen. Opmerkingen in de trant van ‘je bent over de helft’ beantwoord je niet.
Grijzend haar, leesbril. Jaren verstreken, waarin zich maar twee kleine incidenten voordeden die weinig of niets met verouderen te maken hadden. Bij het knippen van de heg viel ik van de keukentrap en brak een pols, het was na zes weken weer in orde. Dan werd er ook nog een bobbeltje van mijn hoofd verwijderd, waarin alleen maar onschuldig lijfelijk afval bleek te zitten. Volgens geliefden en vrienden bleef ik er zeer lang jong uit zien.

Pas toen ik tegen de 65 liep, kwam er een tik. Jicht was de naam. Dat leek en lijkt me een kwaal van vooral oudere mannen. Ik ken inmiddels in mijn omgeving heel wat jichtige senioren. Het begon met een hevige pijn in de grote teen links. De dokter glimlachte, merkwaardig genoeg. Zijn diagnose kwam snel. Hij zei erbij dat jicht toch vooral de ‘ziekte van het goede ­leven’ genoemd kan worden.
En dat goede leven heb ik dus maar op een lager pitje gezet. Niet té laag natuurlijk. De jicht komt zo eens per jaar terug, maar medicijnen helpen goed en heel snel. Vreemd is toch ook hier weer het ontkennen van die kwaal, die toch van alle tijden is. Ik denk dat vooral mannen de grote ontkenners zijn van verouderingskwalen. Vrouwen praten, zeker met elkaar, veel vrijer over lichamelijke en geestelijke problemen.

Mannen willen nou eenmaal haantjes zijn, voor eeuwig en altijd. Als het over viagra gaat, wordt dat vrijwel altijd verpakt in min of meer grove humor. Maar eerlijk is eerlijk: ook ik werd een jaar of vijf geleden een stevige ontkenner toen mijn doofheid arriveerde. Een KNO-arts testte mijn gehoor en zei dat mijn naasten maar sociaal met me om moesten gaan en vooral duidelijk met mij moesten converseren.
Dat hielp niet echt. Ik bleef vaak ‘wat zeg je?’ mompelen, en dus zit er nu een mooi apparaat in mijn oor. En dat helpt goed.
Dit persoonlijk verslag overziend, ben ik op mijn leeftijd – 76 jaar – niet ontevreden. Mijn levensloop lijkt in zijn geheel op een typisch Hollands weerbericht: hier en daar een bui, maar overwegend droog en regelmatig zonnig. Maar bedenk wel dat ik elk onweerswolkje in de gaten hou.

Vooral mannen zijn grote ontkenners van verouderingskwalen. Vrouwen praten veel vrijer over lichamelijke en geestelijke problemen.

Bron(nen):