Ondanks onze scheiding was Jolanda de vrouw van mijn leven. Al bij onze ontmoeting, tijdens de roerige eerste weken van onze studententijd, sprong zij eruit. Flirterige blikken, grapjes, een zoen als ze net iets te veel bier ophad. Het had een flirt kunnen zijn, we waren allebei nog jong, maar het werd al heel snel serieus.
Jeroen:
''Tien maanden later betrokken we samen een piepklein appartementje. Het geluk spatte van ons af. Ruim twee decennia waren we onafscheidelijk. Alles ging volgens het boekje: een koophuis, twee kinderen, een hond. Beiden een drukke baan. Aan liefde ontbrak het niet. Aan aandacht wel, aan tijd maken voor elkaar. Een valkuil van veel stellen, vermoed ik: je denkt dat je elkaar wel binnen hebt, dat je niet meer zoveel moeite hoeft te doen. Toen de kinderen groot werden, ging Jolanda steeds meer haar eigen gang. Ik gunde haar dat, ik vloog voor mijn carrière de hele wereld over. En toen viel ik voor een andere vrouw. Eenmalig. Het was tijdens een zakenreis in het buitenland. Zou het een soort midlifecrisis zijn geweest? Direct nadat het was gebeurd, had ik al spijt als haren op mijn hoofd. Maar toen ik het Jolanda opbiechtte, schrok ze niet eens, ze was opgelucht. Zij bleek een affaire met een collega te hebben en ze was echt verliefd. Het gapende gat dat de jaren ervoor tussen ons bleek te zijn ontstaan, was niet meer te dichten.
Nu die ander in beeld was, maakte ik geen schijn van kans meer. Hoe pijnlijk ook, we zetten ons in voor een soepele afronding. Een afscheid in wrok, dat wilden we niet: niet voor onze kinderen maar ook niet voor onszelf. Langzaam, nadat het stof was neergedaald, werden we goede vrienden. Die uiteindelijk zelfs op vakantie gingen met elkaar, met de jongens én onze nieuwe partners. Ik hield van mijn nieuwe vriendin. Maar toch, zoals ik me eerder aan Jolanda had gegeven, kon ik niet meer. Niet met zoveel overgave. Maar we hadden het samen goed en dat was meer dan genoeg. Tot Jolanda’s tweede man overleed. Dat ik er voor haar was en haar steunde, daarbij had ik - eerlijk waar - geen enkele bijbedoeling. Toch groeiden we in die periode weer naar elkaar toe. We voerden vaak goede gesprekken, ook over ons en wat er nu precies was misgegaan. Dat zorgde voor begrip en verzachting. En ja, heimelijk toch ook voor hoop.
Toen we twee jaar geleden voor het eerst opa en oma werden en beseften dat we dit geluk alleen ten diepste met elkaar konden delen, sloeg de vonk weer over. In de lift in het ziekenhuis was er die eerste, voorzichtige zoen. Diezelfde avond heb ik mijn relatie uitgemaakt, met veel verdriet maar ook met een ijzeren vastberadenheid. Nu zijn we weer samen, mijn ex en ik. Makkelijk is het niet altijd geweest, maar één ding weten we zeker: wij laten elkaar nooit meer los.”