Sophie (53): Had ik mijn moeder toch maar een kleinkind gegeven

Toen ik 34 was heb ik me laten steriliseren. Ik had een nieuwe liefde met wie het serieus werd, en net als ik had hij geen kinderwens. Ik wilde niet nog jarenlang zinloos hormonen slikken en vond dit een mooi moment om te laten doen wat ik toch al lange tijd van plan was. Mijn moeder had altijd aangedrongen dat ik zou wachten. ‘Misschien bedenk je je nog wel’, zei ze dan hoopvol.

Om privacyredenen is de naam Sophie gefingeerd.

‘Een kind hoort bij het mooie dat het leven je kan geven.’ Bovendien wilde zij graag oma worden en ik was haar enige kans. Maar ik was er zeker van: moeder worden was niets voor mij. Zelfs als jong meisje wilde ik al niets van poppen weten. Ik speelde liever buiten met de jongens. Toch dacht ik lang dat ik op een dag wel een gezin zou stichten. Dat hoorde bij volwassen worden, toch? Maar toen vriendinnen kinderen begonnen te krijgen maakte dat echt geen enkel verlangen bij me los. Ik zag het gewoon niet voor me, zo’n baby waar ik dag en nacht voor zou moeten zorgen.

Dat gehuil, die vieze luiers… Ik vond kinderen ook helemaal niet schattig of zo, zag ze enkel als handenbindertjes. Liever stak ik mijn energie in mijn eigen horecazaak. Daar genoot ik van en het liep zo goed dat ik al jong meerdere vestigingen had. De waardering die ik daarvoor kreeg, het geld dat ik ermee verdiende, daar groeide ik van. Dit was wat ik wilde, ik twijfelde er nooit over. Nadat ik me vol overtuiging had laten steriliseren, dacht ik er nooit meer over na. Ook niet toen de 40 naderde, een leeftijd waarop sommige vrouwen denken: nu kan het nog net. Nee, ik was gelukkig met mijn beslissing en het vrije leven dat ik leidde.

Tot ik een paar jaar geleden mijn man verloor. Mijn werk stond op dat moment ook op een laag pitje. Wat was het stil in huis. Mijn leven voelde leeg, de toekomst grauw. En opeens, vanuit het niets, was het daar: het gemis van een klein mensje. Van een kind om voor te zorgen, het van alles bij te brengen. Eerst dacht ik dat het puur de rouw was. Ik haalde mijn schouders er glim-lachend over op, tussen mijn tranen door. Wat een gekkigheid dat me dit opeens overviel, ik moest wel erg in de war zijn. Maar ook nu ik een paar jaar later opnieuw gelukkig ben, zelfs in de liefde, is het verlangen niet verdwenen. Ik denk veel na over de zin van het leven. Vroeger vond ik geld en aanzien belangrijk. Maar mijn blik is veranderd. Ik voel dat het veel meer gaat om verbinding. Om leven, liefde en je geleerde lessen door te geven. Wat had ik graag een kind zien opgroeien. Mijn kind. Het is wrang te beseffen dat ik de kansen die ik had indertijd onnadenkend heb weggegooid. Ik wilde dat ik terug in de tijd kon om mezelf flink door elkaar te rammelen.

Mijn moeder leeft niet meer. Anders had ik tegen haar gezegd: ‘Mam, je had toch gelijk. Had ik jou maar een kleinkind gegeven.’