Contactloos betalen met pinpas meest populair

Smartphone breekt nog niet door

De pas in het pinapparaat steken en een code invoeren is niet meer de populairste betaalmethode. Contactloos betalen met de pinpas is inmiddels de nieuwe norm, terwijl betalen met smartphone of smarthorloge nog niet echt van de grond komt.

In juni namen consumenten bij slechts 14% van alle betalingen aan de toonbank nog de moeite hun pinpas in een betaalterminal te steken. Ongeveer hetzelfde aantal, zo'n 15%, betaalde met behulp van een app op de smartphone of op een smarthorloge. Mensen kunnen dan betalen met Apple Pay (Apple) of Google Pay (Android). Met 71% van de transacties is contactloos betalen met de pinpas daarmee de populairste betaalmethode geworden. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van Betaalvereniging Nederland.

In dit verhaal is betalen met contant geld niet meegenomen: ongeveer één op de vijf betalingen is nu nog met cash. Daarmee is het dus nog steeds gangbaar, maar sinds de begin van de corona-crisis is een dalende trend zichtbaar. Uit vrees voor het virus riepen veel winkeliers hun klanten vorig jaar op om in plaats van contant met de pas te betalen. Banken verhoogden daarbij de limiet om contactloos te betalen, zodat mensen het betaalautomaat minder aan hoefden aan te raken.

Insteken is uit de mode

Bij het passeren van de ingestelde limiet per betaling hoeft men de pas ook niet meer in te steken. Veelal moet dan alleen de pincode worden ingetoetst. „Dat heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat pashouders hun betaalpas steeds minder zelf spontaan in de betaalterminal steken”, aldus de Betaalvereniging.

Contant geld in de verdrukking

In 2015 betaalden Nederlanders voor het eerst vaker met de pinpas dan met contant geld. Dat kwam toen omdat steeds vaker kleinere bedragen met de pas konden worden afgerekend. Inmiddels maakt De Nederlandsche Bank (DNB) zich ook zorgen over de achteruitgang van contant geld. Zonder ingrijpen ontstaat een sneeuwbaleffect met een cashloze samenleving, waarschuwde de voor het betalingsverkeer verantwoordelijke DNB-directeur Olaf Sleijpen onlangs in De Telegraaf. Dat is gevaarlijk, omdat bij een technische storing mensen helemaal geen toegang meer hebben tot hun geld.