Spaanse tandarts onterecht afgewezen

Twee mondzorgpraktijken mogen een solliciterende tandarts met een Spaanse opleiding niet afwijzen door een Nederlands diploma te eisen. Dat is namelijk een verboden onderscheid op grond van nationaliteit.

Dat blijkt uit twee uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens. De tandarts in kwestie behaalde zijn diploma aan de Europese Universiteit van Madrid. Begin 2017 schreef hij zich in in het Nederlandse BIG-register (beroepen individuele gezondheidszorg). Hierdoor mag hij in Nederland als tandarts aan de slag. De man solliciteerde zowel bij De Kleine Wereld in Rotterdam als bij het Centrum voor Tandheelkunde en Implantologie in Warmond als tandarts. In beide gevallen werd hij afgewezen omdat hij geen Nederlands tandartsendiploma had.

Indirect onderscheid

Het College voor de Rechten van de Mens stelt dat het eisen van een Nederlands tandartsendiploma een indirect onderscheid is op grond van nationaliteit. Er wordt niet direct verwezen naar iemands nationaliteit, maar niet-Nederlanders worden bijzonder getroffen. Indirect onderscheid maken is niet verboden als er een goede reden voor is.

De Kleine Wereld voerde als argument aan dat zij met de eis van een Nederlands diploma de kwaliteit wil garanderen. Het College vindt dat geen goede rechtvaardiging. Ook tandartsen zonder Nederlands diploma kunnen goed gekwalificeerd zijn.

Het Centrum voor Tandheelkunde en Implantologie gebruikte de eis om twee doelen te bereiken. In de eerste plaats wilde het sollicitanten die bekend zijn met de lokale, Nederlandse gebruiken. Het College vindt dit niet legitiem, omdat de tandartsenpraktijk niet heeft kunnen onderbouwen dat daar een werkelijke behoefte aan is. Het tweede doel is om tandartsen langdurig aan de praktijk te binden. Ook dit argument veegde het College van tafel, omdat er geen onderbouwing was.

In beide gevallen was er dus sprake van discriminatie op grond van nationaliteit.