Aflossingsvrije hypotheek strop voor gepensioneerden

De eens zo populaire aflossingsvrije hypotheek dreigt voor tienduizenden gepensioneerden een financiële strop te worden. Dat concludeert kenniscentrum voor pensioen en oudedagsvoorziening Netspar na onderzoek.

Onderzoeker Mauro Mastrogiacomo heeft op basis van cijfers van de Belastingdienst en het Centraal Bureau voor de Statistiek berekend dat het gaat om zo’n 23 tot 46 duizend 65-plus huishoudens. Dit is vijf tot tien procent van het totaalaantal 65-plussers met een aflossingsvrije hypotheek.

De aflossingsvrije hypotheek won in de jaren 90 aan populariteit: gedurende de looptijd hoef je alleen rente te betalen; aflossing gebeurt op vrijwillige basis. De restschuld moet aan het einde van de looptijd voldaan worden. Nu veel aflossingsvrije hypotheken hun einddatum naderen, lijken veel gepensioneerden in financiële problemen te komen. Dit geldt vooral voor mensen die een bovengemiddeld deel van de hypotheek aflossingsvrij hebben afgesloten. Met name alleenstaanden die relatief weinig hebben gewerkt en nu vooral afhankelijk zijn van hun AOW, krijgen hiermee te maken.

Het grootste probleem is dat ze vaak niet over voldoende vermogen bezitten om de restschuld af te lossen. Verhuizen is in veel gevallen geen optie. In de eerste plaats is een eventuele overwaarde niet voldoende om een nieuw huis mee te kopen. En vanwege de leeftijd wordt het lastiger om dan een nieuwe hypotheek af te sluiten. Huren is in veel gevallen ook geen optie: er is te veel vermogen voor sociale huur, maar te weinig voor particuliere huur. Volgens onderzoeker Mastrogiacomo is een nieuwe aflossingsvrije hypotheek dan ook de enige ‘realistische’ oplossing voor deze groep.

Nog meer risico

Nog meer risico lopen werkenden van middelbare leeftijd: bij veel van hen bestaat een nog groter deel van de hypotheekschuld uit een aflossingsvrij deel. Met name zelfstandigen behoren volgens Netspar tot de risicogroep, omdat zij minder pensioen hebben opgebouwd dan mensen die hun hele leven bij één werkgever hebben gewerkt.

Bron(nen):