'Artrose is geen slijtage, maar een ziekte van het gewricht'
Steeds meer Nederlanders krijgen te maken met artrose. Dat veroorzaakt pijn en stijfheid in de gewrichten. Hoogleraar reumatologie Margreet Kloppenburg: “Patiënten denken: ik moet niet te veel bewegen, maar sterke spieren beschermen de gewrichten juist.”
Uit cijfers van het RIVM blijkt dat het aantal Nederlanders met artrose bijna zal verdubbelen naar ruim 3 miljoen in 2050. Hoogleraar Margreet Kloppenburg (Leids Universitair Medisch Centrum) onderzoekt al jaren de oorzaken en behandeling van artrose. Ze ziet dagelijks patiënten in haar praktijk. “Veel mensen denken dat het slijtage is, maar ik vind dat een misleidend woord. Artrose is geen gewoon slijtageproces zoals bij een oud keukenkastje dat piept in zijn scharnieren. Het is een ziekte van het gewricht zelf. Er is iets gebeurd – een mechanische prikkel, groot of klein – waardoor het gewricht beschadigd raakt. Dat kan een oud knieletsel zijn, maar ook jarenlang kleine overbelasting. Het lichaam probeert die schade te repareren, maar dat lukt niet perfect. Daardoor verandert het hele gewricht: de kraakbeenbekleding wordt dunner of verdwijnt plaatselijk, het bot eronder verandert, en soms ontstaat een lichte ontsteking. Zo ontstaat pijn, stijfheid en soms zwelling. Artrose is een actief proces, geen simpel ‘verslijten’.”
Waar komt artrose het meest voor?
“De knie staat met stip op één. Daarna komen de handen en dan de heupen. Artrose in de grote teen komt ook vaak voor. Maar eigenlijk kan elk gewricht artrose krijgen. En het komt veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Veel vrouwen krijgen klachten rond de overgang. We weten nog niet óf en welke hormonen hierbij een rol spelen, maar het is een belangrijk aandachtspunt bij onderzoek. Er is gelukkig steeds meer aandacht voor sekseverschillen in de geneeskunde.”
Helpt afvallen?
“Zeker. Overgewicht is één van de grootste risicofactoren, vooral voor knieartrose. Dat is deels logisch, want extra kilo’s betekent meer druk op je gewrichten. Maar vetweefsel doet méér: het maakt allerlei stoffen aan die ontstekingen bevorderen en de balans in het gewricht verstoren. We zien dat mensen met overgewicht ook vaker handartrose hebben en daar draag je je gewicht niet op. Dat laat zien dat er ook een biochemisch effect is. Afvallen helpt dus ook doordat je minder van die ontstekingsbevorderende stoffen aanmaakt.”
Artrose vergroot ook de kans op hart- en vaatziekten. Hoe zit dat?
“Mensen met artrose hebben inderdaad vaker hart- en vaatziekten. Dat is iets waar enorm veel naar wordt gekeken. Want is dat omdat het één de oorzaak is van het ander of spelen er processen in het lichaam die zowel artrose als hartproblemen bevorderen? Er zijn natuurlijk risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals dat overgewicht, die ook vaak bij artrose worden gezien. Mensen met artrose zijn vaak iets minder actief en dat draagt daar zeker aan bij.”
Bewegen is essentieel, maar dat is vaak pijnlijk.
“Bewegen is inderdaad heel belangrijk, al voelt dat soms tegennatuurlijk. Daarom vind ik het zo belangrijk dat mensen zich realiseren dat die metafoor slijtage niet goed is. Want het instinct zegt: ik moet niet te veel bewegen. Maar sterke spieren beschermen de gewrichten juist. Zwemmen is goed, maar wandelen, fietsen of lichte krachttraining zijn ook prima. Alleen alles waar ‘te’ voor staat − te zwaar, te intensief, te lang − is niet goed. Het gaat er vooral om dat je iets doet wat je leuk vindt en vol kunt houden. Mensen zijn soms bang dat ze iets kapotmaken, maar dat is echt een misverstand.”
Wanneer moet je met klachten naar de huisarts?
“Heb je klachten die blijven aanhouden of toenemen, dan is het verstandig om te laten onderzoeken wat er precies aan de hand is. Begrijpen wat artrose is, helpt om er goed mee om te gaan. Je hoeft er niet alleen mee te tobben. Je huisarts kan meedenken over een plan: hoe kun je verantwoord afvallen, wat kun je aan beweging doen, welke hulptroepen kun je inschakelen? Fysio-therapie kan ook nuttig zijn om te leren hoe je veilig beweegt.”
Speelt voeding nog een rol?
“Er is nog geen bewijs dat bepaalde voedingsmiddelen artrose kunnen veroorzaken of juist verminderen. Belangrijk is: zorg voor een gezond gewicht. Dat is het beste wat je kunt doen voor je gewrichten. Verder gelden eigenlijk gewoon de adviezen van het Voedingscentrum: gevarieerd eten, minder bewerkt voedsel, voldoende groente en fruit.”
En supplementen als glucosamine of groenlipmossel?
“Die vraag krijg ik vaak. Er is veel onderzoek naar gedaan, maar de uitkomsten zijn teleurstellend. Voor glucosamine bijvoorbeeld laten grote studies zien dat het geen duidelijk effect heeft. De officiële richtlijnen raden supplementen dan ook niet aan. Natuurlijk kan iemand het zelf proberen. Als je er baat bij lijkt te hebben en het is veilig, dan is dat prima. Maar sterk wetenschappelijk bewijs ontbreekt.”
Wat helpt qua pijnstilling het beste en wat kun je beter laten?
“Voor lichte pijn is paracetamol een goed en veilig middel, al helpt het niet bij iedereen even goed. Ontstekingsremmers – de zogeheten NSAID’s, zoals ibuprofen of diclofenac – werken vaak beter, maar hebben meer bijwerkingen. Daarom raden we aan om ze alleen tijdelijk te gebruiken, in periodes dat de pijn heviger is en als er geen contra-indicaties zijn. Een goed alternatief zijn smeersels met ontstekingsremmers, zoals gels die je bij de drogist kunt kopen. Die zijn in placebogecontroleerd onderzoek zeer effectief gebleken bij hand- en knieartrose en hebben minder bijwerkingen, omdat ze lokaal werken. Ook mensen die geen NSAID’s mogen, zoals hartpatiënten kunnen ze in overleg met hun arts vaak veilig gebruiken.”
Zijn er nieuwe behandelingen op komst?
“Er wordt wereldwijd veel onderzoek gedaan. Een interessante Nederlandse ontwikkeling is de kniedistractie. De knie wordt dan tijdelijk met pinnen iets uit elkaar getrokken. De eerste resultaten zijn veelbelovend: mensen hebben minder pijn en het kraakbeen lijkt zelfs wat terug te groeien. Het is nog een ingrijpende behandeling, maar je behoudt je eigen gewricht. Dat geef hoop, vooral voor mensen die nog te jong zijn voor een kunstknie. Verder wordt gekeken naar medicijnen die de ontstekingsreacties in het gewricht beïnvloeden, zoals colchicine en interleukine-remmers. Er is ook onderzoek naar gentherapie en stamcelbehandelingen. Nog niets heeft zich vertaald in een therapie die breed toepasbaar is, maar het veld beweegt snel.”
Welke ontwikkelingen stemmen u persoonlijk hoopvol?
“De nieuwe medicijnen voor overgewicht (de GLP-1-agonisten, bekend van Ozempic) zijn interessant. Er zijn aanwijzingen dat ze niet alleen helpen bij gewichtsverlies, maar ook gunstig werken op gewrichten. Er loopt zelfs onderzoek waarbij deze middelen direct in het gewricht worden gespoten. Daar gaan we de komende jaren ongetwijfeld meer over horen.”
Welke rol speelt kunstmatige intelligentie (AI) in onderzoek naar artrose?
“We verzamelen tegenwoordig gigantische hoeveelheden gegevens – van MRI-scans tot bloedonderzoek en genetische informatie. Dankzij AI kun je die data combineren en sneller patronen ontdekken. Een groot Europees project, PROBE, waar ook Nederlandse centra aan meedoen, probeert dat nu te doen. Uiteindelijk hopen we dat dit leidt tot meer ‘persoonlijke’ behandelingen: dat we straks niet meer spreken over één ziekte artrose, maar weten welk type artrose iemand heeft en welke behandeling daar het beste bij past.”
Prof. dr. Margreet Kloppenburg is hoogleraar reumatologie. Ze werkt als reumatoloog en epidemioloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Daar leidt ze de onderzoeksgroep Artrose. Ze is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie en actief in de European Alliance of Associations for Rheumatology (EULAR). Haar visie voor de toekomst: “Hopelijk spreken we straks niet meer over één ziekte, maar weten we welk type artrose iemand heeft en welke behandeling daar het beste bij past.”
Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine januari 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.
- Plus Magazine