Feiten & fabels over beauty

Kun je bruin worden als je een zonne- crème met factor 50 opsmeert? En wordt je haar vetter als je het elke dag wast? Test je beautykennis met deze en meer vragen.

1. Met de juiste huidverzorging kun je rimpels verminderen.

Feit: het is wetenschappelijk bewezen dat producten met vitamine A (retinol) het krijgen van rimpels kunnen uitstellen én rimpels kunnen verminderen. Ook heeft recent onderzoek aangetoond dat een beschermingsfactor (SPF) in crèmes rimpels kan voorkomen, maar ook bestaande tekenen van huidveroudering kan verminderen. Feit blijft wel dat de huid op den duur toch veroudert. Hoewel rimpels vooral worden veroorzaakt door zonlicht, is de veroudering van de huid ook genetisch bepaald.

2. Foundations en poeders zijn slecht voor de huid.
Fabel: moderne foundations en poeders zijn allround huidverzorgers. In vrijwel elke foundation zit bijvoorbeeld een beschermingsfactor van minimaal SPF 15. Die zorgt ervoor dat de huid goed beschermd is tegen verouderende uv-straling. Ook zitten in foundations stoffen die de huid hydrateren. Het is wel belangrijk dat je je huid ’s avonds goed reinigt. Ga je met make-up naar bed, dan sta je de volgende dag op met een vale, doffe teint en grove, vette poriën.

3. Als je je benen scheert, komen de haartjes dikker en talrijker terug.
Fabel: misschien lijken het er meer, maar dat is gezichtsbedrog. Nieuwe haartjes zijn vaak wat donkerder omdat ze nog niet gebleekt zijn door de zon. Ook voelen ze dikker en stugger aan omdat ze bot zijn afgeschoren en de stoppeltjes door hun geringe lengte niet meebuigen. Wil je geen stoppels? Onthaar de benen dan met een epileerapparaat of hars. Hiermee trek je de haartjes met wortel en al uit. Op den duur groeien er zelfs minder haartjes terug.

4. Met een hoge beschermingsfactor word je niet bruin.
Fabel: sunblocks die álle uv-straling blokkeren, bestaan niet. De hoogste bescherming in zonnecrèmes is SPF 50. Die beschermt voor 97 procent als je voldoende zonnecrème aanbrengt, dat wil zeggen: één volle theelepel voor je gezicht. Maar zelfs zo’n beschermingsfactor geeft hooguit twee uur optimale bescherming. Onder andere transpiratie beïnvloedt de mate waarin de crème goed blijft beschermen. Kortom, zelfs als je elke twee uur je huid voldoende insmeert en niet transpireert, zal nog altijd 3 procent van de uv-straling je huid kleuren. Je wordt dus wel bruin, maar minder snel.
 
5. Gespleten haarpunten repareer je met een haarpunten-serum.
Fabel: er is maar één manier om van gespleten haarpunten af te komen en dat is met de schaar. De uiteinden van het haar kunnen splijten door onder andere hard borstelen, touperen, zon, zeewater en het schuren langs de kleding. Een haarpuntenserum is trouwens wel nuttig. Het vaak olieachtige product legt om elke haar een beschermlaagje en behoedt daarmee ook de uiteinden voor schade. Je kunt het best eerst de gespleten puntjes afknippen en dan een haarpunten-serum gebruiken.
 

6. Als je je haar kort knipt, groeit het daarna sneller.

Fabel: het knippen van je haar heeft geen enkele invloed op de groeisnelheid. En evenmin op de maximale lengte van je haar, want die lengte is genetisch bepaald. Zon en warmte stimuleren wel de groeiprocessen. Daardoor groeit je haar ’s zomers sneller dan in de winter. Regelmatig knippen is overigens wel belangrijk, want zo hou je de haarpunten gezond en breekt het haar minder snel af.
 
 

7. Je haar wordt nóg vetter als je het  dagelijks wast.

Fabel: was vet haar gerust zo vaak je wil: het wordt er niet vetter van. Belangrijk is wel dat je een milde shampoo gebruikt. Agressieve shampoos ontvetten de hoofdhuid en daardoor gaat de huid juist extra vet (talg) produceren. Ook zorgt wassen met te heet water voor extra vetproductie. Vermijd verder tijdens het wassen een stevige hoofdhuidmassage, want ook dat stimuleert de talgklieren. Wat je wel moet doen: heel goed uitspoelen. Shampooresten maken het haar namelijk zwaar en vettig. Dat laatste geldt overigens voor alle haartypen.
 

8. Grijs haar is anders van structuur.

Feit: grijs haar heeft bijna altijd een andere structuur dan je gewend was van je ‘gewone’ haar. Door het verdwijnen van de pigmenten die je haar kleur gaven, is grijs haar meestal droger en stugger. Met een conditioner hou je het glanzend en zacht. Soms zijn grijze haren juist slapper en blijft je haar minder goed in model. Een verstevigende mousse is dan een uitkomst. Grijs haar kan alleen gekleurd worden met een permanente kleuring. Uitwasbare kleuren hechten zich aan pigmenten, maar die ontbreken nu juist.
 

9. De huid raakt gewend aan te rijke crèmes, waardoor die geen effect meer hebben.

Feit: als je langdurig te romige, rijke crèmes gebruikt terwijl de huid die niet nodig heeft, dan zal de huid ‘lui’ worden: ze gaat minder talg aanmaken en allerlei processen in de huid verlopen minder effectief. Het is daarom belangrijk je huidverzorging steeds aan je huidconditie aan te passen. Die kan door je leeftijd, de seizoenen en hormonale invloeden flink variëren.
 

10. Als je vaak peelings gebruikt, wordt je huid gevoeliger.

Fabel: wanneer je een ‘gepeelde’ huid onder de microscoop bekijkt, zie je dat de opperhuid iets dunner is. Maar je ziet ook dat de huidcellen beter op elkaar aansluiten en zo een betere barrière vormen tegen invloeden van buitenaf. Daardoor is de gepeelde huid uiteindelijk minder gevoelig voor invloeden van buitenaf. Wel is een wat dunnere opperhuid iets gevoeliger voor zonlicht. Zonnebescherming is sowieso al een must, maar bij regelmatig gebruik van een peeling is het extra belangrijk.
 

11. Nagelverharder is niet goed voor zwakke nagels.

Feit: een kort kuurtje met een nagelverharder kan geen kwaad. Maar als je dit product te lang gebruikt, verliezen de nagels hun flexibiliteit waardoor ze juist sneller zullen breken en splijten. De sterkste nagels krijg je door ze te ‘voeden’ met de juiste vitaminen en mineralen: biotine (vitamine B8) in eieren, havervlokken, peulvruchten, sojabonen en rijst; de vitamines B2, B3 en B5 in zuivel, vlees, groenten en brood; calcium in zuivelproducten, groenten, peulvruchten en noten; zink in schelpdieren, kaas, brood, noten, granen en vlees; en ijzer in bruine bonen, rundvlees, spinazie en appelstroop. 
 
Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine juni 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

 

Bron(nen):