Fout of schuldig?
Een vrachtwagenchauffeur zag een fietser over het hoofd, die op een voorrangsweg kwam aanrijden. Er gebeurde een ongeluk en de fietser liep daarbij ernstig hoofdletsel op. De officier van justitie besloot de vrachtwagenchauffeur te vervolgen wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet (WVW).
Televisiepersoonlijkheid mr. Frank Visser (72) geeft elke maand een kijkje in de keuken van de rechtspraak.
Dat betekent dat ‘een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval had plaatsgevonden waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel was toegebracht.’
Dat is niet zomaar een verkeersovertreding, maar een verkeersmisdrijf, waarvoor een flinke gevangenisstraf kan worden opgelegd. Maar wat wordt hier nu precies bedoeld met ‘schuld’? Dat de chauffeur een ernstige fout maakte is duidelijk, maar wil je kunnen spreken van ‘schuld’ in de zin van artikel 6 WVW dan moet volgens de rechtspraak sprake zijn van ‘een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.’ Bij de meeste verkeersongevallen is daarvan geen sprake. Ook niet wanneer daarbij een slachtoffer is gevallen. Toch zien we in de praktijk steeds vaker dat de officier van justitie tot vervolging overgaat wanneer er bij een ongeluk een gewonde of dode valt te betreuren. Geen voorrang verlenen met dodelijke afloop is daarvan een voorbeeld. Maar is dat wel juist?
Lange tijd was onzeker of één enkele ernstige verkeersovertreding, zoals geen voorrang verlenen, al voldoende kon zijn om te mogen spreken van ‘schuld’ in de zin van artikel 6 WVW. Vaak werd aangenomen dat daarvoor minimaal twee van dat soort overtredingen moesten zijn begaan. Anderen achtten één ernstige overtreding voldoende. De Hoge Raad liet het in het midden en besloot dat ‘niet in zijn algemeenheid viel aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kon zijn voor bewezenverklaring van schuld’.
De rechter moest kijken naar alle gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Naar het hele plaatje dus!
In ons geval was zeker sprake van een ernstige overtreding, want de vrachtwagenchauffeur had de fietser voorrang moeten verlenen. Maar de man had de fietser niet gezien. De chauffeur reed stapvoets, was niet aan het bellen of afgeleid. Het was geen onoverzichtelijke kruising die aanleiding gaf tot extra voorzichtigheid. Kortom, hij kon de aanrijding niet voorkomen omdat hij niets hád gezien!
Maar de officier van justitie vond zijn verkeersfout toch voldoende om van schuld te mogen spreken. Dat de chauffeur de fietser niet had gezien deed daaraan niet af, omdat hij de fietser nu eenmaal had móeten zien!
Tja, als dat zo was, dan zou elke ernstige verkeersovertreding met zwaar lichamelijk letsel of de dood als gevolg moeten leiden tot een veroordeling wegens een verkeersmisdrijf. Maar dat is toch niet de bedoeling van de wetgever? Nee, dat is inderdaad niet de bedoeling. De rechtbank oordeelde daarom dat in dit geval geen sprake was van schuld maar ‘slechts’ van een gewone verkeersovertreding. Hoewel de gevolgen zeer ernstig waren, was geen sprake van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid aan de kant van de chauffeur. Voor deze verkeersovertreding kreeg de chauffeur een korte taakstraf opgelegd.
Gaat het hier louter om een juridisch detail? Ik denk het niet, want het maakt nogal wat uit of je wegens een overtreding wordt veroordeeld of wegens een misdrijf. Voor de straf, maar ook voor je strafblad. En voor je geweten.
Reactie toevoegen