5 problemen met zelftesten... en de oplossingen

Zelftesten is volgens de overheid nu belangrijker dan ooit. Maar er kleven wat nadelen aan de blauwwitte doosjes met vloeistof en een staafje. We zetten ze op een rij.

1 Niet te krijgen

Veel supermarkten zijn helemaal gestopt met de verkoop of het schap is leeg. Bij de drogist pak je ook net mis en op de balie bij de apotheker staat een bordje dat de zelftests op zijn. Wat nu?
Geen paniek, want volgens de koepelorganisatie Centraal Bureau Drogisterijbedrijven zijn er nog genoeg zelftests, alleen liggen die (nog) niet in de winkel.
Dat komt vooral door de beperkte schapruimte en het inkoopbeleid. Winkeliers willen niet onnodig veel testen inslaan, maar als er dan ineens veel vraag naar, is het schap even leeg, tot de volgende bevoorrading. Daarom zijn de zelftesten bij de online drogisterijen die thuisbezorgen ook gewoon volop beschikbaar. Dus: wacht even af of bestel online en sla een voorraadje in.

2 Duur!

De prijs verschilt een beetje per locatie, want bij het Kruidvat koop je al een test voor 3 euro waar je bij een tankstation zo het dubbele voor betaalt. Nu het advies is om onder meer voor ieder bezoek te testen, kan het hard gaan en dat loopt behoorlijk in de papieren. Er zijn verschillende manieren om goedkoper te testen. Zo kunnen (klein) kinderen vaak via school aan gratis tests komen. Wie in het onderwijs werkt, kan ze ook gratis aanvragen, net als mantelzorgers en anderen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden. Meer daarover leest u hier.
En er ligt een advies om veel meer mensen gratis zelftests aan te bieden, omdat de kans dat iemand zo'n test doet als er eentje  'op de pak' ligt, veel groter is.

3 Doe ik 't goed?

Bij sommige zelftests zitten drie of meer bijsluiters met uitleg... alleen niet in het Nederlands. Hoe diep moet dat wattenstaafje nou eigenlijk? En moet je het staafje daarna 30 keer draaien in de vloeistof én knijpen of toch niet? Het is bij de verschillende erkende aanbieders (inmiddels al een stuk of tien) vaak nét even anders. Gelukkig zijn er goede instructiefilmpjes, onder meer van het veel verkocht Flowflex:

en Roche:

En er zitten speekseltesten aan te komen die in Duitsland al zijn goedgekeurd die het testen straks misschien nóg makkelijker gaan maken, al wees recent Nederlands onderzoek uit dat deze testen nog niet betrouwbaar zijn.

4 Klopt die uitslag wel?

Vaak gehoord: een positieve thuistest en bij de GGD negatief. Hoe kan dat? Zo'n vals positieve test is nooit helemaal te voorkomen, omdat de perfecte, foutloze test niet bestaat. De thuistest is een antigeen-test en test op eiwitten, terwijl de GGD-test een antigeen- of een PCR-test is en die gaat op zoek naar een stukje genetisch materiaal. Vooral dat laatste maak de GGD-testen preciezer. Inmiddels weten we bijvoorbeeld dat een hoge zuurgraad na het drinken van een glas cola ervoor kan zorgen dat een thuistest positief is, terwijl de test bij GGD daar niet in trapt.
Een andere mogelijkheid is dat er sprake is van een ander virus dat vergelijkbare eiwitten afgeeft, maar niet het genetische materiaal van corona heeft. In theorie zou het dan ook kunnen gaan om een nieuwe variant en zo werd eerder in het Verenigd Koninkrijk een alfavariant opgespoord. Zo bieden deze testen voor thuis óók voordelen, want ze ontlasten dus niet alleen de druk bezette teststraten van de GGD, de kunnen ook andere zaken aan het licht brengen. En goed om te weten: uit recent onderzoek blijkt dat de zelftesten het beste werken bij klachten zoals keelpijn en een loopneus.
 

5 Positieve zelftest, wat nu?

Wat te doen bij een positieve zelftest? Het is belangrijk om alsnog een test door de GGD te laten doen. Ten eerste om er zeker van te zijn dat het corona is, maar ook in verband met de 'genezen-verklaring' die later van pas kan komen. Sommige mensen vragen zich af wat ze met de test zelf aanmoeten. Die kan gewoon in de prullenbak, liefst in een plastic zakje om de kans op besmetting te verkleinen. En zoals altijd: was daarna je handen!