Hoe lichaam en geest elkaar beïnvloeden

Zowel positief als negatief

Wie depressief is, heeft meer kans op ziekten. En langdurig zieken hebben meer kans op een depressie. Daar is gelukkig wel wat aan te doen.  Lichaam en geest kunnen elkaar namelijk ook helpen.

Vrijwel iedereen kent voorbeelden van de nauwe relatie tussen lichaam en geest. De kennis die na een hartinfarct opeens depressief wordt. De zieke grootmoeder die weigert dood te gaan omdat ze de bruiloft van haar kleinzoon nog mee wil maken en twee dagen na het feest overlijdt. In de medische wereld stond de verwevenheid van lichaam en geest decennialang in een kwaad daglicht. Zo vreemd is dat niet: het roept al snel associaties op met de ‘tussen-de-oren-maffia’. Die stelt dat je door positief te denken zelfs kanker zou kunnen genezen.

Toch voltrekt zich een langzame omwenteling: artsen, psychologen en psychiaters trekken steeds vaker samen op bij de behandeling van chronische ziekten. Dat komt doordat er in de wetenschap steeds hardere bewijzen komen voor het ‘softe’ standpunt dat de geest de lichamelijke gezondheid beïnvloedt. En andersom.

Neppijnstiller op hersenscan te zien
Een voorbeeld van de wisselwerking tussen lichaam en geest is het placebo-effect, dat tegenwoordig zelfs op hersenscans zichtbaar is. Als iemand zonder het te weten een neppil krijgt terwijl de arts vertelt dat het een werkzame pijnstiller is, blijken dezelfde hersengebieden actief als bij het slikken van een echte pijnstiller.

Ook is aangetoond dat langdurig aanhoudende stress leidt tot waarneembare veranderingen in het immuunsysteem. Niet verrassend dat iemand die langdurig gespannen is, veel meer kans heeft op een verkoudheid of griep. Zelfs wondjes genezen minder snel. Ander onderzoek toont aan dat bijwerkingen van medicijnen soms geen gevolg zijn van het middel zelf. Je kunt misselijk worden, of bultjes krijgen, van de angst en zorgen die een medicijn bij je oproept. Of van de enge bijwerkingen die worden opgesomd in de bijsluiter.

Ziekte niet lijdzaam ondergaan
"Eigenlijk kun je niet naar ziekten kijken zonder psychologie", zegt hoogleraar psychobiologie Andrea Evers van het UMC St Radboud in Nijmegen. Volgens Evers hebben veel chronisch zieke patiënten baat bij een combinatie van geneeskundige en psychologische hulp. "Het idee dat chronische ziekten alleen door lichamelijke factoren worden bepaald, is achterhaald. Juist bij ziekten die niet overgaan, heeft de manier waarop je ermee omgaat op de lange termijn effect."

Ook al is de oorzaak puur lichamelijk, psychologische factoren spelen vaak een rol bij de manier waarop een ziekte zich ontwikkelt. Dat is minder vaag dan het op het eerste gezicht lijkt. Zo blijken chronisch zieke patiënten die bovendien somber zijn, zich minder goed aan de voorschriften van hun arts te houden. Evers: "Zij denken eerder: dit overkomt me, er is toch niets aan te doen. Bij huidziekten bijvoorbeeld volgt slechts 40 tot 70 procent van de patiënten de behandelvoorschriften volledig op. Het heeft dus echt zin om chronisch zieken te motiveren om hun aandoening niet lijdzaam te ondergaan."

Meer vertrouwen
Naast een zuiver medische behandeling krijgen patiënten met hartklachten, huidaandoeningen, diabetes en reuma in het Radboudziekenhuis steeds vaker een verwijzing naar een psycholoog. Bijvoorbeeld als ze hun aandoening moeilijk kunnen accepteren. Vaak volstaan een of twee gesprekken om meer vertrouwen te krijgen in de behandeling. Maar ook uitgebreidere therapie wordt regelmatig aangeboden. Daarin leer je bijvoorbeeld om negatieve gedachten en gedrag rond je ziekte te veranderen.

"Een flink deel van de chronisch zieken die deze gedragstherapie volgen, voelt zich niet alleen psychisch beter", zegt Andrea Evers. "Ook lichamelijke klachten zoals pijn en jeuk nemen vaak af." En dat komt niet alleen doordat de patiënten hun medicijnen beter gaan innemen. Het effect van de gedragstherapie komt boven op dat van de medische behandeling.

Cijfers kan ze niet noemen. "Of dit effect optreedt, verschilt per aandoening en per persoon", aldus Evers. Wat de oorzaak is, is ook nog niet duidelijk. Misschien spelen veranderde verwachtingen een doorslaggevende rol. Evers: "We zien bijvoorbeeld dat mensen die erg bang zijn voor bijwerkingen, minder angstig worden. Onbewuste lichamelijke angstreacties die ze kregen bij het innemen van hun medicijnen – zoals pijn, misselijkheid of allergische klachten – kunnen ze weer afleren."

Haar onderzoeksteam heeft ook aangetoond dat aanhoudende jeuk te beïnvloeden is door verwachtingen. Proefpersonen kregen prikkels op hun arm. De ene helft kreeg vooraf te horen dat bijna iedereen daar jeuk van kreeg. De andere helft werd verteld dat vrijwel niemand iets merkte. Evers: "Wat bleek? Wie jeuk verwachtte, voelde ook daadwerkelijk meer jeuk. En omgekeerd." Bij pijnklachten ontdekten de onderzoekers hetzelfde effect.

Nieuwe behandelingen
Deze ontdekkingen wil Andrea Evers gebruiken om nieuwe psychologische behandelingen te ontwikkelen voor mensen met chronische ziekten. Via aangeleerde reacties hebben die behandelingen vrijwel direct een positief effect op kwalen. In de psychologie heet dat ‘conditionering’.

Een voorbeeld uit een internationaal onderzoek: gezonde mensen kregen een ontstekingsremmend middel, steeds samen met een milkshake. Na verloop van tijd werd het echte geneesmiddel vervangen door een nepmiddel. Verrassend genoeg reageerde hun immuunsysteem alsof het nog steeds de ontstekingsremmer kreeg. Een neppil of een echte pil, het maakte geen verschil.

Bron(nen):

Reactie toevoegen