Nederlandse consument wil Nederlands product

Getty Images

Nederlandse producten, zoals groente en fruit, moeten voorrang krijgen in de supermarkten. Dat vindt ruim negen op de tien Nederlandse vijftigplussers volgens onze stelling onder 1.800 Pluslezers.

Aanleiding voor de stelling ‘Nederlandse producten moeten voorrang krijgen in de supermarkt’ was een uitspraak van Carla Dik-Faber, die in de Tweede Kamer namens ChristenUnie de portefeuille Zorg, Klimaat, Landbouw en Cultuur. Zij sprak zich uit tegen de uitvoer van Nederlandse producten en de invoer van ‘goedkopere’ producten uit het buitenland. Want waarom eten wij sperziebonen uit Marokko of appels uit Nieuw-Zeeland, terwijl we dit soort producten ook zelf verbouwen? Maar die producten van eigen bodem, die zie je bijna niet in de schappen van de supermarkt.

Hier zitten doorgaans twee redenen achter. Ten eerste hebben Nederlandse producten het imago dat ze erg duur zijn. Deze worden dus uitgevoerd, terwijl de goedkope varianten uit het buitenland op ons bord eindigen. Wat overigens niet juist is, stelt Dik-Faber, want een maaltijd met streekproducten is volgens het Voedingscentrum vaak zelfs goedkoper dan een maaltijd met geïmporteerde producten.

Ten tweede hebben supermarkten te veel macht. Vroeger waren aardbeien maar een paar maanden lang te koop; buiten deze periode waren we aangewezen op andere fruitsoorten. Tot de supermarkten besloten om geïmporteerde aardbeien ook buiten het seizoen aan te bieden. Nederlanders zijn gewend geraakt aan deze continue beschikbaarheid.

‘Ook vruchten en groenten die er wat onmogelijk uit zien’

Een slechte zaak, vindt Carla Dik-Faber. En met haar vele Nederlandse consumenten, die bij voorkeur Nederlandse producten op de versafdeling van de Nederlandse supermarkt zien liggen. Ook als ze er wat minder goed uit zien, want het uiterlijk doet vaak niets af aan de smaak.

Ook halen veel vijftigplussers het milieuaspect aan. Al het transport dat bij de in- en uitvoer van producten komt kijken, is ontzettend belastend voor het milieu. Meer producten van eigen bodem betekent dat er minder vervuilend vervoer nodig is. Invoer van voedsel moet volgens anderen een aanvulling zijn op de productie van een land, en geen handel op zich die deze vervangt.

Ook benadrukken velen dat er met alleen Nederlandse producten keuze genoeg zou zijn, en dat we in Nederland bijvoorbeeld volop aardappelen verbouwen. Maar desondanks zie je die niet in de schappen liggen.

‘Het gaat om kwaliteit’

Toch zijn er ook consumenten die de verscheidenheid aan producten uit het buitenland een goede zaak vinden. Hierbij wordt bijvoorbeeld de multiculturele samenleving aangehaald: eten is tegenwoordig meer dan alleen stamppot. Een ander gegeven argument voor de invoer van groenten en fruit uit het buitenland en de uitvoer van eigen producten, is dat beperking van de internationale handel uiteindelijk slecht is voor iedereen.

Auteur