'Mijn tatoeage is een eerbetoon'

Vier Pluslezers vertellen over de bijzondere betekenis van die éne tatoeage. Ze herdenken er een overleden dierbare mee, die nu voor altijd heel dichtbij blijft. “Het is fijn steeds aan hem te worden herinnerd.”

Tiko van de Groep (57) uit Bunschoten-Spakenburg ­liet het portret van zijn vader vereeuwigen op zijn bovenarm.

“De band met mijn vader was gigantisch. Hij loste ­alles op met een grap, was positief en recht voor zijn raap. En heel zorgzaam ook. Hij had altijd geld op zak om je iets toe te stoppen. Hij wilde dat iedereen het goed had. Een geweldige vader, die we door zijn dementie langzaam kwijtraakten. Het begon ermee dat hij met ­andijvie thuiskwam als hij spinazie moest kopen, en het eindigde op een gesloten afdeling in een verzorgingshuis. Zelfs toen bleef hij ­opgewekt, wat het heel fijn maakte om bij hem te zijn. Dat hij twee jaar geleden plotseling overleed, was een enorme klap. Zijn warmte en liefde, zijn vrolijke lach en stralende ogen: ik mis ze nog elke dag. Als eerbetoon aan mijn vader wilde ik een tattoo van hem. Ik liet hem zetten door een man uit ­Venezuela die een ster is in portretten. Het ging om mijn vader, het moest wel goed zijn. Mijn moeder schrok toen ze het zag, zo ­levensecht is het geworden. Mij geeft het vooral een heel fijn gevoel dat mijn vader altijd bij me is.”

Joke Bom (47) liet ter nagedachtenis aan haar moeder een tatoeage van een ster zetten. Een ­gedichtje dat haar moeder speciaal voor haar schreef, was de aanleiding.

“Na het overlijden van mijn moeder gaf mijn vader me een envelop. Er zat een brief in van mijn moeder, waarin ze schreef dat ik niet verdrietig moest zijn maar beter kon denken aan de fijne tijd die we samen hebben gehad. Er viel ook een papiertje uit met het gedicht Een ster, dat ze speciaal voor mij schreef. Ik hou van sterren en mijn moeder wist dat. Op het briefje stond: ‘Ik zie een ster, vernoemd naar jou. Een ster die eeuwig stralen zal. Net als mijn liefde voor jou.’ Terwijl ik het ­gedichtje met een brok in mijn keel las, wist ik dat ik een tatoeage wilde van een ster. Heel gek, want ik heb helemaal niets met tattoos, maar ik voelde gewoon dat ik het moest doen. Ik wist ook precies waar: op de binnenkant van mijn pols, zodat ik hem altijd kan zien. Ik voel me niet droevig als ik ernaar kijk. ‘Dag ma!’, zeg ik vaak. Het is een mooie herinnering aan mijn heel lieve moeder.”

Maurice Wiegman (51) uit Vlaardingen liet een ­tatoeage op zijn borst zetten die hem herinnert aan zijn overleden vriend Huub. 

“Op moeilijke momenten hoor ik Huubs stem nog steeds in mijn hoofd: ‘Kom op! Doorgaan!’ Door een progressieve spierziekte heb ik geen kracht meer in mijn benen en zit ik in een rolstoel. Huub trainde mij ­zodat ik in mijn handbike marathons kon fietsen. Huub wist altijd precies hoe ik me voelde, we deelden ­alles. Blijdschap en ook moeilijke momenten. De ­frustratie van mijn handicap bijvoorbeeld. Op zijn sterfbed, nu vier jaar geleden, pakte hij me vast en zei: ‘Jij gaat wel door, hè?’ Dat ­zinnetje vergeet ik nooit meer. Zelfs na zijn dood voel ik onze broederschap nog. Mijn eigen ontwerp van het Tempelierskruis, dat ik op mijn rechterborst heb laten tatoeëren, herinnert me aan onze broederschap. Ik ben mijn hele leven al gegrepen door deze kruisridders die broederschap en het zorgen voor een ander hoog in het vaandel hadden staan. Ik heb een heel problematische jeugd gehad, zonder veilige basis. Daarom zijn verbinding en een ander ­helpen zo belangrijk voor mij. Er ‘zijn’ voor anderen maakt mij heel gelukkig, net zoals Huub er voor mij was.”

Marjo van Lijssel (47) uit Roelofarendsveen liet de bijzondere band met haar hond Snuitje vereeuwigen in een tatoeage.

“Snuit was mijn zielenmaatje. Bij hem vond ik onvoorwaardelijke liefde, eerlijkheid en trouw. Alles wat ik bij mensen zocht maar niet altijd kreeg. Snuitje was een ­Engelse cocker­spaniël. Toen hij in 2004 mijn hond werd, zat ik met een burn-out thuis. Zijn vrolijke ­energie trok mij uit de put. Door hem moest ik naar buiten en leerde ik nieuwe, leuke mensen kennen. Ik kreeg weer zelfvertrouwen en begon mijn eigen bedrijf als freelance-journalist. ­Vorig jaar overleed Snuit. Voor mij was dat het einde van de wereld. Ik vond ­tatoeages altijd vreselijk ­ordinair, maar nu moest het. Snuitje zit zó in mijn hart, maar toch was ik bang hem te vergeten. Op mijn rechteronderarm, de plek waar hij altijd zijn kop ­legde, staan nu een hart, een hondenpootje en in ­sier­letters zijn naam. Het is fijn om steeds aan hem te ­worden herinnerd. Onze vriendschap is ­onuitwisbaar.” 

Foto’s: Tessa Posthuma de Boer | Visagie: Julieke Papa

Bron(nen):